Kritiek Moskou op adviseur Jeltsin; Lebed mild over uitbreiding Navo

BRUSSEL/MOSKOU, 8 OKT. Rusland is tegen een snelle uitbreiding van de NAVO naar het Oosten, maar zal niet “hysterisch” reageren als het Atlantisch bondgenootschap voormalige Oostbloklanden toelaat. Dat was de boodschap van de Russische veiligheidsadviseur Aleksandr Lebed gisteren tijdens zijn bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier.

In Moskou eiste de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Primakov, vanochtend, na een ontmoeting met zijn Franse ambtgenoot, Hervé de Charette, van de NAVO harde veiligheidsgaranties vóór uitbreiding naar het Oosten. Hij betuigde zijn steun aan het Franse voorstel om volgend jaar een speciale top met Rusland over de uitbreiding van de NAVO te houden.

In Moskou beschuldigden tegenstanders van Lebed de veiligheidsadviseur gisteren van machtswellust en het onderhouden van banden met criminelen. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Koelikov heeft Lebed door zijn onderhandelingen met de rebellen militaire successen in Tsjetsjenië verhinderd.

Lebed sloeg in Brussel een veel gematigder toon aan dan de afgelopen weken in interviews, waarin hij dreigde met economische sancties en zelfs een gewapende confrontatie als antwoord op expansie van het atlantisch bondgenootschap. “Het is ieder land toegestaan zich aan te sluiten bij de NAVO. Maar wij maken ons zorgen over de timing”, aldus Lebed gistermiddag op een gezamenlijke persconferentie met de secretaris-generaal van de NAVO, Javier Solana.

Lebed waarschuwde dat overhaaste uitbreiding de stabiliteit in Europa in gevaar kan brengen. “Ik heb er voor gepleit dat we uitbreiding aan de volgende generatie overlaten”, verklaarde de ex-generaal. “Zij hebben een nieuwe benadering, terwijl wij produkten van de Koude Oorlog zijn.” Solana bleef bij het NAVO-standpunt dat op een top midden volgend jaar wordt besloten over een eerste toetredingsronde met landen als Polen, Hongarije of Tsjechië, die eind deze eeuw zijn beslag zou moeten krijgen.

Lebed dreigde dat Rusland ontwapeningsverdragen als START II over vermindering van strategische kernwapens niet zal ratificeren als de NAVO naar het Oosten uitbreidt. Volgens de Russische veiligheidsadviseur moet de NAVO zijn toekomst in drie fasen afwikkelen. Eerst moet het atlantisch bondgenootschap intern hervormen, vervolgens moet het zijn relatie met Rusland uitwerken en pas dan kan het met de uitbreiding beginnen. Solana herhaalde het NAVO-standpunt dat de drie stappen tegelijkertijd moeten plaatshebben.

Ook over de vorm van toekomstige samenwerking tussen NAVO en Rusland is verschil van mening.

Pagina 5: 'Waar zit Rusland?'

In een artikel in de de krant International Herald Tribune schreef Solana gisteren wel dat hij Rusland heeft voorgesteld verbindingsofficieren aan te stellen in de wederzijdse militaire hoofdkwartieren. Als oplossing voor het dilemma over uitbreiding van de NAVO, opperde Solana geregeld contact met de Russen om ze tot andere gedachten te brengen.

Lebed verklaarde voorts dat de NAVO Rusland niet wil isoleren en dat voor beide een rol is weggelegd in de toekomstige veiligheidsarchitectuur van Europa. Lebed bevestigde: “Rusland is half Europa, daar moet rekening mee worden gehouden.”

Lebed, die voor het eerst in West-Europa is, maakte tijdens zijn bezoek aan het NAVO-hoofdkwartier gisteren een tamelijk ontspannen indruk. Er kon zelfs een grapje af bij de in grijs maatpak geklede ex-generaal. Toen hij werd rondgeleid door de NAVO-vergaderzaal, vroeg Lebed zijn gids: “En waar zit Rusland nou?” Ook tijdens de drukbezochte persconferentie maakte de Russische veiligheidsadviseur een rustige indruk en plaatste hij af en toe een kwinkslag.

NAVO-functionarissen haalden gisteravond opgelucht adem. Lebed had niet gedreigd met een derde wereldoorlog, zelfs niet met economische sancties. “De bijeenkomst verliep in constructieve sfeer. Lebed was redelijk, luisterde en vroeg veel”, stelde een NAVO-functionaris. “Er was sprake van een kloof, maar die is niet onoverbrugbaar.” Ook de veiligheidsadviseur zelf constateerde: “We hadden een geciviliseerde discussie.”