Kranten

De moderne journalist drinkt Spa, schrijft Jan Blokker in het jubileumbijvoegsel van de Volkskrant.

Sterker nog.

De moderne journalist drinkt karnemelk, schrijft Gerard van Westerloo in hetzelfde bijvoegsel. Ze zijn het eens. De tijd van het journalistencafé, bruisend van leven en vrolijkheid, is voorbij. Blokker wijst er op dat die legendarische krantenridders van vroeger hun mooiste verhalen niet konden publiceren, omdat de kranten te netjes waren. Dat moet het helemaal gezellig hebben gemaakt op de journalistenbijeenkomsten, al die sterke verhalen waar de gewone lezers geen weet van hadden. De lezers waren minder goed af.

Het voorbeeld dat meestal wordt gegeven van groot nieuws dat uit de Nederlandse kranten werd gehouden, is het optreden van de gebedsgenezeres Greet Hofmans en van iemand anders wiens naam ik alweer vergeten ben, een Amerikaan die door groene mannetjes naar Venus was ontvoerd en op Paleis Soestdijk kwam vertellen hoe het er daar uitzag. Het zijn onschuldige voorbeelden vergeleken bij een zaak waar de Engelse journalist Neal Ascherson zondag over schreef in de krant Independent on Sunday.

Het ging om wat indertijd, in 1956, in de Westerse kranten eufemistisch de 'Suezcrisis' werd genoemd. In juli had de Egyptische president Nasser het Suezkanaal genationaliseerd. De Engelse regering onder leiding van Eden, die nog meende aan het hoofd van een wereldmacht te staan, achtte haar belangen in Afrika en Azië bedreigd en hoopte dat Nasser iets zou doen dat een voorwendsel op zou leveren om militair in te grijpen. Nasser deed dat niet. Het voorwendsel moest dus gecreëerd worden. Samen met Frankrijk werd een complot gesmeed. Aan Israël zou worden gevraagd om Egypte aan te vallen. Vervolgens zouden Engeland en Frankrijk onmiddellijk verklaren dat de vrije scheepvaart door het Suezkanaal in gevaar was. Er zou een ultimatum gesteld worden aan Israël, doorgestoken kaart, en een aan Egypte dat echt was, en zo geformuleerd dat Egypte er niet aan zou kunnen voldoen. Daarna zouden Engeland en Frankrijk militair ingrijpen en Nasser afzetten. Afgezien van dat laatste geschiedde alles ook in werkelijkheid. De actie werd geen succes, maar daar gaat het nu niet om.

Eden had een Engelse journalist van de Times op de hoogte gesteld van het Engels-Frans-Israëlische complot. Hij dacht waarschijnlijk dat die krant de regering door dik en dun zou steunen en dat een goed ingelichte bondgenoot een betrouwbare bondgenoot was. Maar die buitenlandredacteur was diep geschokt door het politiek cynisme van de regering en zijn hoofdredacteur ook. De Times steunde de oorlog niet. Maar evenmin kwam het bij de hoofdredacteur op om zijn achtergrondkennis in de krant te zetten. Misschien was hij in de gevangenis gezet als hij het had gedaan. Maar het zullen toch niet in de eerste plaats de strenge Engelse perswetten zijn geweest die zijn handen bonden. Net als in Nederland kon in Engeland de regering er blijkbaar op vertrouwen dat een hoofdredacteur een heer van stand was, die gevaarlijke kennis niet zomaar door zou geven aan het gemene volk.

Ik vond het verhaal van Ascherson schokkend, maar dat ligt misschien aan mijn gebrek aan historische kennis. Ascherson doet niet alsof hij onbekende feiten onthult. Het is in ieder geval een verhaal dat de nostalgische verering van de gouden tijd van de Engelse journalistiek kan relativeren.

Er wordt de laatste tijd veel geschreven over de debilisering van de zogenaamde Engelse kwaliteitskranten. Door Engelsen en ook door Nederlanders. Het komt misschien doordat we tegenwoordig allemaal zo gezellig in één concern zitten, dat de Nederlandse kranten zachter worden aangepakt. Het verhaal van Gerard van Westerloo waar ik het in het begin over had, beschrijft het vernieuwingsproces van de Volkskrant. Dapper van die krant om deze buitenstaander toe te laten, dat moet gezegd. Je krijgt uit het verhaal de indruk dat de hoofdredactie van de Volkskrant een stormachtige trivialiseringsoperatie heeft ingezet, waar de rest van de redactie vergeefs weerstand aan biedt. Een indruk die de trouwe lezer van de krant niet verrast. Een tijdje geleden is daar het zogenaamde 'columnistenteam' vernieuwd en verfrist. De intellectuelen werden er uit gegooid en de praatjesmakers mochten blijven.

Het is de geest des tijds en het is flauw om het verhaal zo toe te spitsen op de Volkskrant, alleen maar omdat die krant nu een jubileum viert. In onze krant werd de nieuwe boekenbijlage juichend binnengehaald door Hugo Brandt Corstius, die uitlegde dat het onzin is om verschil te maken tussen fictie en non-fictie. Daar valt wat voor te zeggen en ook wel wat tegen, maar het resultaat is in ieder geval dat er nu minder pagina's aan literatuur worden besteed dan vroeger. Zou Brandt Corstius hebben geweten dat hij stond te juichen bij de inkrimping van de literatuurpagina's? Waarschijnlijk niet, maar nu in ieder geval wel, want zijn eigen literaire rubriek in de Volkskrant wordt opgeheven nu ze deze week ook daar beginnen met de heilzame samenvoeging van fictie en non-fictie. Hij nam het met een kwinkslag, maar andere literaire medewerkers waren zuurder over de verjonging en verfrissing waar ze het slachtoffer van worden.

Het is een wet waar ik mijn hand voor in het vuur wil steken. Alles wat aangekondigd wordt als een spectaculaire vernieuwing komt tegenwoordig neer op verdomming en trivialisering. Het betekent niet dat ik een onverbeterlijke zuurpruim ben. Echte verbeteringen bestaan ook, maar ze kunnen niet aangekondigd worden. Ze kosten tijd. Het is niet mogelijk om iets snel en spectaculair te verbeteren. Iets snel kapot maken is heel makkelijk. Zo komt het dat ervaren en wijze mensen het gevoel kunnen hebben dat iedere verandering die ze hebben meegemaakt een verslechtering is geweest, terwijl ze toch niet vinden dat ze in een barre woestijn leven. Het zijn alleen de opvallende en triomfantelijk aangekondigde veranderingen die altijd verslechteringen zijn.