Klassenstrijd

Aan het voortreffelijke antwoord van J.L. Heldring (24 september) op het artikel van M. Anstadt in (21 september), wil ik twee opmerkingen toevoegen.

De eerste ligt op historisch gebied: het is onjuist de werklozen uit de jaren dertig als een 'klasse' of 'stand' aan te duiden.

Als onderwijzerskind wonende in een arbeiderswijk zag ik dat in onderwijskringen een werkelijk dramatische werkloosheid uitbrak - het is onzinnig deze meestal jonge mensen een klasse te noemen of ze daarbij in te delen. Met andere woorden: de werkloosheid zat door vele lagen van de 'arbeidersklasse' en van de 'bourgeoisie' heen. Anderzijds de armere, minder beschaafde, dikwijls nog aan slechte woongelegenheden onderhevige arbeiders - wellicht was onder deze categorie de werkloosheid groter, maar ze als werkloze vijfde stand aanduiden is zeker onjuist.

Op de tweede plaats iets op het gebied van de ethiek. Het lijkt erop dat Anstadt het woord 'gerechtigheid' wil reserveren voor de Sovjet-Unie, socialisme, communisme, onderklasse. “Gerechtigheid is het eigen belang van de onderklasse”, zegt hij. Heeft hij niet gelezen van de uitkeringstrekkers te Groningen, die met vreugde de Sociale Dienst lichtten? Of bedoelt hij dat juist?

Het zou goed zijn als opinievormers als Milo Anstadt niet alleen riepen om gerechtigheid voor hen die geen prestatie leveren voor welvaart en welzijn van de mensengemeenschap, maar ook naar gerechtigheid zouden streven voor hen die dat wel doen door hun arbeid of hun kapitaal voor de bevordering van welvaart en welzijn ter beschikking te stellen.