'In landbouw meer vrije concurrentie'

DEN HAAG, 8 OKT. De West-Europese landbouw moet zich via vrije concurrentie sterker richten op de wereldmarkt. Dat blijkt uit een advies over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid dat de Sociaal Economische Raad (SER) vandaag presenteert. De prijs- en inkomenssteun die boeren nu nog krijgen past niet bij het streven de landbouwmarkt in Europa verder te liberaliseren, vindt de SER.

De prijzen moeten immers het resultaat zijn van vraag en aanbod op de wereldmarkt. Prijssteun is wat de SER betreft alleen tijdelijk denkbaar om de markt te stabiliseren.

Volumebeperkingen, zoals vaste melkquota of het boeren verplichten stukken landbouwgrond braak te leggen, passen evenmin in een vrije markt. De SER-werkgroep Landbouw onder voorzitterschap van prof. M.T.G. Meulenberg adviseert dan ook deze 'beleidsinstrumenten' op termijn af te schaffen.

De werkgroep stelt dat hervorming van het West-Europese landbouwbeleid onontkoombaar is, gezien de uitdagingen waar het voor staat. Vooral de uitbreiding van de Europese Unie met een aantal Midden- en Oost-Europese landen vanaf 2000, beschouwt de SER als de belangrijkste verandering. Bovendien beginnen over drie jaar nieuwe onderhandelingen over het vrijmaken van de wereldhandel in landbouwprodukten.

De SER-werkgroep heeft voor één van de drie toekomstvisies gekozen die de Europese Commissie eerder formuleerde. Zowel het handhaven van de huidige situatie als het van de ene op de andere dag loslaten van alle beperkingen, vindt de raad te riskant. De SER kiest dan ook voor de middenweg, waarin langzaam naar liberalisatie wordt toegewerkt. “De keuze van de raad komt in essentie neer op het stap voor stap het pad opgaan van de sterkere marktgerichtheid”, zo schrijft de SER in zijn advies.

Hoewel het SER-advies unaniem is en daarmee ook de landbouworganisatie LTO zich eraan heeft verbonden, leverde bestuurslid A. Maarsingh van LTO-Nederland felle kritiek. “Dit rapport is veel te veel gebaseerd op aannames en onzekerheden.” Maarsingh vreest dat de Nederlandse boeren onvoldoende zullen kunnen concurreren met het buitenland als de prijzen voor bijvoorbeeld graan en zuivel ver naar beneden gaan.