'Het is angstig stil op Zanzibar'

Het Tanzaniaanse eiland Zanzibar, een toeristenparadijs in de Indische Oceaan, verkeert in grote problemen. Tegenstanders van president Salmin Amour worden doorlopend geïntimideerd. Daarnaast dreigt Zanzibar een van de belangrijkste doorvoerroutes voor harddrugs uit Azië te worden.

ZANZIBAR, 8 OKT. In het hartje van de antieke Stenen Stad van Zanzibar schallen revolutionaire liederen van Bob Marley uit luidsprekers. Vlaggetjes van de oppositiepartij Civic United Front (CUF) hangen kriskras over de nauwe steegjes. Waardige oude mannen met grijze baarden en in lange gewaden converseren in de koele portieken verhit over de politiek. “Het is angstig stil op Zanzibar”, zegt Ahmed. Vanuit zijn open winkeltje valt de schoenmaker hem bij: “We voelen ons angstig in deze onstabiele politieke situatie.” Hij trekt zijn benen strak in de kleermakerszit en vervolgt: “De politiek van Zanzibar is zo onvoorspelbaar als de moesson.”

Een op de muur gekalkte leus vat de stemming van de bevolking van de pittoreske eilandengroep samen: “We willen geen rellen, we willen onze rechten.” Enkele steegjes verderop in het labyrint van de oude Arabische stad woont Wolfango Dourado. “Iedere grondslag voor een democratie ontbreekt hier”, verkondigt Dourado, die er prat op gaat nooit een blad voor de mond te nemen. Dourado kan terugzien op een lange loopbaan in het rechterlijke apparaat, als advocaat en procureur-generaal. Hij is nu lid van de Hoge Raad, maar deinst er niet voor terug de regering te kritiseren. “Zeker, schending van de mensenrechten is sinds de verkiezingen vorig jaar toegenomen. Zanzibari hebben redenen de rechtbanken te vrezen als ze komen klagen over martelingen. Ik ben pessimistisch over wat er te gebeuren staat op Zanzibar.”

Zanzibar, het eiland van slaven en kruidnagelen, van de sultan van Oman en de Europese ontdekkingsreizigers Livingstone en Burton, het toeristenparadijs in de diepblauwe Indische Oceaan met de eindeloze, vrijwel verlaten palmenstranden, verkeert in grote problemen. Sinds de bloedige revolutie begin 1964 tegen de nakomelingen van de Arabische heersers heeft het er niet meer zo om gespannen.

Na de revolutie vormde de radicaal-linkse regering van de eilandengroep onder grote Amerikaanse druk een unie met Tanganyika, waaruit Tanzania voortkwam. Maar de Zanzibari bleven, hoewel zij een automatome status hebben binnen Tanzania, rammelen aan de ketting die hen verbindt met het vasteland. Niet deze omstreden unie vormt nu echter het probleem op Zanzibar, maar de politieke repressie na de vervalste eerste méérpartijen-verkiezingen, precies een jaar geleden.

Jarenlange onvrede met het autoritaire regime van president Salmin Amour en de regeringspartij CCM (Partij van de Revolutie) leidde tot de overwinning bij de presidentsverkiezingen van Seif Shariff Hamad, leider van het CUF. De zege was de oppositie niet gegund, de uitslag werd bijgesteld en Salmin Amour 'won' met een verschil van 0,4 procent. Buitenlandse waarnemers bij de verkiezingen veroordeelden de onregelmatigheden bij het tellen van de stemmen. De donorlanden, waaronder Nederland, zetten uit protest enkele maanden geleden hun projecthulp stop.

De regering laat zich weinig gelegen aan de buitenlandse druk. “De machthebbers stellen zich uiterst arrogant op”, in de woorden van een diplomaat. Direct na de verkiezingen sloeg Salmin Amour terug tegen het CUF. Op het zustereiland Pemba stemde de gehele bevolking op CUF-leider Seif Shariff Hamad. Pembanen in de eilandengroep moesten het vervolgens ontgelden bij wraakacties van de overheid. Zij verloren hun banen in het overheidsapparaat. Na een onopgehelderde explosie in de elektriciteitscentrale in april begonnen veiligheidstroepen woningen van Pembanen te vernietigen. Salmin Amoer stelde een regering samen zonder Pambanen en het CUF weigert zijn zetels in het parlement in te nemen.

In een lawaaiig steegje waar druk handel wordt gedreven in gesmokkelde waren uit het Midden-Oosten, is het kantoor van het CUF gevestigd. CUF-vertegenwoordiger Hamad Musud neemt het woord. “Vorige week zaten CUF-aanhangers naar een video te kijken over Seif Shariff Hamad. Dat vormde aanleiding voor de politie om met veel geweld een inval te doen.” Hij legt enkele lege kogelhulzen op tafel om zijn betoog kracht bij te zetten. “Één aanhanger werd zodanig mishandeld dat hij nu kreupel is, een ander werd met touw rond zijn penis vastgebonden.” Onafhankelijke waarnemers en westerse ambassades bevestigen de aanhoudende intimidatie van CUF-aanhangers, en in het bijzonder Pembanen. “Zanzibar wentelt zich opnieuw om in zijn verleden. De geschiedenis herhaalt zich”, zegt de bekende Zanzibari-historicus prof. Abdul Shariff. “Op Pemba stemde vlak voor de revolutie van 1964 de bevolking op de partijen die niet zouden meedoen aan de opstand. Na de geslaagde revolutie vond er jarenlang onderdrukking plaats op Pemba, er werden geen investeringen gedaan en het eiland bleef daardoor straatarm. Daarom trokken veel Pembanen naar de oude Stenen Stad op het hoofdeiland en gingen er in de handel. Nu worden zij wéér gestraft.” Het CUF geniet veel, maar niet exclusief, aanhang onder de Zanzibari met Arabische invloeden in hun bloed. De regeringspartij CCM bestempelt het CUF als een Arabische partij die de revolutie wil terugdraaien en de slavenhandel terugbrengen.

Zanzibar fungeerde in de vorige eeuw als springplank naar het vasteland van Afrika voor de slavenhandelaren en ontdekkingsreizigers en was in recentere jaren het begin van smokkelroutes naar alle delen van het continent. Islamitisch-fundamentalistische staten lonken naar Zanzibar om van daaruit het juiste geloof over het overwegend christelijke zuidelijk Afrika te verspreiden. De bezoekende Iraanse president Rafsanjani bijvoorbeeld zou, tegen de algehele trend onder donoren in, vorige maand grote hulpbedragen hebben aangeboden.

En ook internationale drugshandelaren hebben hun blik laten vallen op Zanzibar. Volgens bronnen binnen het Zanzibari overheidsapparaat en westerse diplomaten ontwikkelt het eiland zich razendsnel tot een van de belangrijkste transitroutes in Afrika voor harddrugs uit Azië. Heroïne vindt zijn weg naar Europa, mandrax-tabletten naar zuidelijk Afrika. “Er bestaat grote vrees dat zowel hoge ambtenaren in het gerechtelijke apparaat als hoge politici betrokken zijn bij deze lucratieve drugshandel”, onthult een goed ingelichte ambtenaar. Volgens boze tongen zou ook president Salmin Amour zelf winsten uit de drugshandel opstrijken, evenals zijn naaste medewerker Mohamed Raza. Raza ontving onlangs van Salmin Amour een diplomatiek paspoort en zijn bedrijf kreeg de bevoegdheden de afhandeling van de bagage op de luchthaven te verzorgen.

Een deel van de harddrugs vindt zijn weg naar de jeugd van Zanzibar. In de oude Stenen Stad worden ze tegen beduidend lagere prijzen dan in Europa aangeboden. Een groeiend aantal jongeren met afwezige blik en hun verstand in hogere regionen hangt rond in de nauwe steegjes. “He man, you want to get high on Zanzibar?”, roepen dealers de rugzaktoeristen toe. Alsof het magische eiland in heldere stemming al niet paradijselijk genoeg zou zijn voor toeristen.