Fundamentalisten verliezen in Koeweit

KOEWEIT, 8 OKT. De algemene verkiezingen in Koeweit hebben gisteren een parlement opgeleverd dat de regering gunstiger gezind is dan de huidige Nationale Assemblée, aldus officieuze uitslagen.

Aan oppositiezijde verloor het moslim-fundamentalistische blok - Koeweit kent geen partijen - twee van zijn 19 zetels, terwijl de liberale stroming vijf van haar negen zetels kwijtraakte. Maar omdat de meeste kandidaten officieel onafhankelijk zijn, is het moeilijk snel uit te maken hoe regering en oppositie in het 50 leden tellende parlement zich tot elkaar verhouden.

Nationale veiligheid - de relatie tot Irak - en de economie waren de belangrijkste ondewerpen in de verkiezingscampagne, waarin de kandidaten kiezers onder andere met behulp van gratis maaltijden aan zich probeerden te binden. Verwacht wordt dat het nieuwe parlement zal hameren op versterking van de defensie tegen het buurland, maar ook zal aandringen op zwaardere bevoegdheden om de staatsuitgaven te controleren en corruptie aan te pakken. In het oude parlement is volgens critici aan deze kwesties te weinig aandacht besteed. Sommigen meenden dat te veel tijd is verspild aan stokpaardjes van de fundamentalisten, zoals de scheiding van jongens en meisjes op de scholen en de universiteiten.

Slechts 107.000 mannen onder de 700.000 Koeweiti's mogen stemmen, en de kwestie van het vrouwenkiesrecht speelde evenals bij de verkiezingen van 1992 een kleine rol. Groepjes vrouwen demonstreerden gisteren bij enkele stembureaus voor vrouwenkiesrecht bij de verkiezingen van het jaar 2000. Westerse diplomaten wezen erop dat het hier slechts om vrouwen uit elitegroepen gaat, die geringe steun zouden genieten bij de bredere bevolking. Een aanhanger van een fundamentalistische kandidaat onderstreepte in antwoord op een vraag naar vrouwenkiesrecht dat “we de deur niet moeten openen voor praktijken die de zonde uitlokken”. Maar een Koeweitse advocate, Badriya al-Awadi, verweerde zich daartegen: “Dat gedoe over een traditionele maatschappij die vrouwen in campagnes en in het parlement niet accepteert, is onzin. Waarom kan ik wel reizen en voor mannelijke studenten doceren en niet stemmen?” (Reuter, AP, AFP)