Frank Wibaut 1922-1996 en Tineke Guilonard 1922-1996; Samen tot het eind

AMSTERDAM, 8 OKT. “We hebben 50 jaar samen geleefd, nu kiezen wij voor de dood” staat boven de overlijdensadvertentie van Frank en Tineke Wibaut-Guilonard die afgelopen zondag zijn overleden.

Beiden werden in 1922 geboren. Het gezin Wibaut was politiek-maatschappelijk geëngageerd, het gezin Guilonard daarentegen was a-politiek. Dat veranderde toen vader Guilonard, die voor de oorlog na Plesman de tweede man was in de hiërarchie van de KLM, in 1938 voor zijn bedrijf naar Duitsland reisde om een Duits toestel te bekijken, bestemd voor de uitbreiding van de Nederlandse luchtvloot. Hij maakte er de Kristallnacht mee, keerde geschrokken terug naar Nederland en deelde de KLM mee dat met een land, waar zulke dingen gebeurden, geen zaken konden worden gedaan. Kort daarop verongelukte hij in Amerika tijdens een vlucht met een Boeing. Zijn dochter zat toen op het Amsterdams Lyceum en toen de joodse leerlingen op last van de bezetter in 1941 de school moesten verlaten, zocht zij onderduikadressen.

“Dat deed je gewoon. Je vond dat het je plicht was. En zo rol je langzaam maar zeker het verzet binnen. Je leert persoonsbewijzen vervalsen, je leert bonkaarten stelen en allerhande zaken, die nuttig waren voor het verzet”, zei ze daarover in een interview. Ze sloot zich aan bij de verzetsgroep CS6 en kwam na verraad terecht in het concentratiekamp Vught. Ze was toen 21 jaar. In Vught overleefde zij het beruchte Bunkerdrama: op 15 januari 1944 werden 74 vrouwen voor straf in een bunker opgesloten. De volgende ochtend bleken tien vrouwen door verstikking om het leven te zijn gekomen.

Onder druk van de geallieerde opmars werd het kamp begin september 1944 ontruimd, de vrouwen werden afgevoerd naar Ravensbrück, de mannen naar Sachsenhausen. Zoals veel overlevenden sprak ook zij in de jaren van de wederopbouw weinig of niet over haar kampervaringen. Een weerslag daarvan verscheen in 1983 in het boek 'Zo ben je daar'. Na de oorlog was ze actief in het Amsterdamse jeugdwerk en trouwde ze met de medicus Frank Wibaut. Het echtpaar kreeg twee kinderen.

Frank Wibaut werd in 1954 huisarts in Amsterdam. Hij raakte betrokken bij de NVSH waar hij optrad als consultatie-arts. Half jaren zestig trad hij als wetenschappelijk medewerker in dienst bij de Universiteit van Amsterdam waar hij samenwerkte met de pioniers op het gebied van de seksuologie, Musaph en Van Emde Boas. Hij promoveerde in 1975 op een proefschrift over anti-conceptie en seksualiteit. Hij was toen hoofd van de polikliniek voor geboorteregeling van het toenmalige Wilhelmina Gasthuis. Half jaren tachtig pleitte hij voor afschaffing van de vernieuwde, lichtere, morning-after pil. Werkzaam bij de Amsterdamse abortuskliniek MR'70 constateerde hij dat nogal wat vrouwen na gebruik van deze pil toch een abortus moesten ondergaan. In 1987 ging hij met pensioen.

Zijn echtgenote trok zich in de jaren tachtig het lot aan van kinderen van ouders die tijdens de bezetting de kant van de Duisters hadden gekozen. Zij bleef ageren tegen de hulpverlening die deze kinderen niet in behandeling wilde nemen. “Het komt neer op discriminatie en dat is juist waartegen wij in de oorlog ten strijde trokken”, zei ze in 1989 in deze krant. Voor haar werk ontving zij een onderscheiding van het Humanistisch Verbond.

Enige maanden geleden werd zij getroffen door kanker. Ze wist dat ze niet meer lang te leven had. En voor beiden stond het vast dat ze bij elkaar wilden blijven.