Financieel schandaal Hongarije

BOEDAPEST, 8 OKT. Een financieel schandaal bij de privatisering van staatsbedrijven, door kranten 'het Hongaarse Watergate' genoemd, heeft het eerste politieke slachtoffer geëist. Premier Gyula Horn heeft het ontslag bekendgemaakt van de minister van Handel en Industrie, Tamás Suchman, die de politieke leiding had over het privatiseringsproces.

Na een week van zware druk van de oppositie en de Alliantie van Vrije Democraten (SZDSZ), de kleinere coalitiepartner van Horns Hongaarse Socialistische Partij (MSZP), besloot de regering tevens vrijwel de gehele top van het staatsprivatiseringsbedrijf APV te vervangen. Suchman en de APV-managers worden verantwoordelijk gehouden voor de betaling van een astronomisch salaris aan een ongekwalificeerde advocate.

De APV trok in januari van dit jaar de advocate Martá Tocsik als consultant aan. Zij moest de onderhandelingen voeren met gemeentebesturen over de betaling van compensatie voor de grond waarop geprivatiseerde staatsbedrijven stonden. Tocsiks salaris bestond uit een percentage van de transacties. Dit bedrag is opgelopen tot 300 miljoen forint, bijna 3,5 miljoen gulden, een voor Hongaarse begrippen ongekende beloning.

Een onderzoek van de regering wees vorige week uit dat Tocsik niet als advocate is geregistreerd. De APV had haar ingehuurd zonder de procedure van openbare inschrijving die bij wet is voorgeschreven. Tocsik is gemaand om binnen twee weken het geld terug te betalen. Volgens premier Horn was partijgenoot Suchman niet betrokken bij de beslissing om Tocsik aan te trekken. Maar toen de partijleider van de Vrije Democraten, Iván Petö, verklaarde dat de verhouding tussen de coalitiepartners hierdoor schade zou oplopen, was het lot van Suchman bezegeld.

De affaire komt op een moment dat steeds meer Hongaren lijden onder het strenge bezuinigingsprogramma van de regering-Horn. Dit heeft geleid tot grote prijsstijgingen en een daling in het besteedbaar inkomen. De exorbitante betaling aan Tocsik bood de oppositie dan ook een buitenkans. De Partij van Kleine Boeren, in peilingen de tweede partij van het land, kwam met de beschuldiging dat het geld zou zijn doorgesluisd naar de kas van de Socialistische Partij voor de financiering van verkiezingscampagnes. De regeringspartij ontkende dit ten stelligste. De Christendemocratische partij noemde de Tocsik-affaire “het topje van de ijsberg” en eiste openbaarmaking van de gang van zaken rondom de privatisering van voormalige staatsbedrijven, waarin miljarden omgaan. Het ingrijpen van Horn is dan ook vooral bedoeld om het vertrouwen te herstellen in de privatiseringsoperatie, die cruciaal is bij het creëren van een vrijemarkteconomie in Hongarije.