DAF en Paccar zien grote voordelen in samengaan

EINDHOVEN, 8 OKT. “Een geweldige stap in de verdere ontwikkeling van deze onderneming.” Aldus gisteren een enthousiaste president-directeur Cor Baan van DAF Trucks over het bod dat het Amerikaanse concern Paccar op zijn aanzienlijk kleinere Nederlandse collega heeft uitgebracht.

DAF Trucks wordt, als de aandeelhouders het bod accepteren, volledig overgenomen door Paccar. Mark Pigott (42), die per 1 januari het roer bij Paccar overneemt van zijn vader Charles, verwacht dat de overneming tegen het eind van dit jaar kan zijn afgerond.

De Amerikanen bieden 933 miljoen gulden voor het Eindhovense bedrijf. Zij tonen zich daarmee bereid voor DAF ruim vijfmaal de winst (vorig jaar 164 miljoen gulden) neer te tellen. Zowel Baan als zijn nieuwe Amerikaanse partners vinden niet dat DAF daarmee “voor een koopje wordt verkwanseld”, Beiden spreken over een “fair bod” dat verhoudingsgewijs niettemin aanzienlijk lager is dan de beurswaardering van Paccar zelf. En dat terwijl het rendement op het geïnvesteerd vermogen bij DAF Trucks vorig jaar zelfs nog wat hoger lag dan bij het Amerikaanse concern.

De overname zelf heeft geen onmiddellijke gevolgen voor de werkgelegenheid van DAF's huidige personeelsbestand van circa 5000 mensen, zeggen beide partijen.

Mark Pigott was vol lof over DAF en maakte het zittende management complimenten over de resultaten die het bedrijf sinds de oprichting in maart 1993 - na het faillissement van het oude DAF-concern - heeft behaald. A wonderfull fit, noemde Pigott de combinatie Paccar-DAF. “Er zijn geen geografische overlappingen, we behalen allebei goede financiële resultaten en produceren beide uitsluitend trucks op bestelling. Naar ons idee is sprake van een win-win-situatie.” Pigott bezwoer dat er legio mogelijkheden zijn voor synergievoordelen met DAF onder de paraplu van Paccar. Alleen al door de grotere omvang - de combinatie met een produktie van circa 80.000 trucks per jaar blijft overigens nog een heel stuk achter bij Mercedes-Benz - valt volgens Pigott veel kostenvoordeel te boeken, vooral bij de inkoop van componenten. Ook ziet hij mogelijkheden in een uitgebreidere afdeling ontwikkeling. Synergie is volgens Pigott verder te bereiken doordat het produktengamma aanzienlijk breder wordt (“Wij kunnen straks trucks leveren van 7,5 tot 100 ton”) en door een gezamenlijk exportbeleid, met mogelijke uitvoer van DAF-componenten naar Noord-Amerika. Paccar heeft DAF veel te bieden op het gebied van financiering en leasing. En ten slotte zien beide partners veel in een samenwerking op het gebied van dienstverlening aan de klanten.

DAF-topman Baan, die de afgelopen jaren de noodzaak tot handhaving van DAF's onafhankelijkheid in alle toonaarden beklemtoonde, vindt niet dat hij die zelfstandigheid nu prijsgeeft. “Het ging ons er vooral om het merk DAF op de markt te houden. Paccar is een van de weinige in de vrachtwagenbranche die in staat is gebleken verschillende merken naast elkaar te exploiteren.”

Baan is absoluut niet bevreesd voor de keiharde, op winst gerichte mentaliteit van de Paccar-leiding. “Paccar heeft geen enkele intentie een wereldtruck te ontwikkelen, wat prima aansluit bij ons visie. En verder wil Paccar zowel de naam DAF Trucks, de merknamen DAF en Leyland DAF voor de produkten handhaven, alsmede het huidige management, de personeelsbezetting en de ontwikkelings- en produktiefaciliteiten. De Amerikanen onderschrijven ons ondernemingsplan en onze strategische doelstellingen volledig. Wij krijgen straks een nieuwe aandeelhouder die financieel gezond is en die verstand heeft van het vak.”

DAF heeft niet zulke goede herinneringen aan een eerder Amerikaans avontuur. In 1972 verwierf International Harvester uit Chicago een minderheidsbelang. Het concern misbruikte het bedrijf om zelf vaste voet aan de Europese grond te krijgen. Uiteindelijk kwam de rechter er medio jaren tachtig aan te pas om een eind aan de verbintenis te maken. DAF had toen een forse achterstand opgelopen in de ontwikkeling van nieuwe produkten.