Bomaanslag op legerbasis N-Ierland

LONDEN, 8 OKT. Het Noordierse vredesproces kreeg gisteren de zwaarste klap te incasseren sinds het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) begin februari een einde maakte aan een staakt-het-vuren van zeventien maanden. Bij twee bomaanslagen op het Noordierse legerhoofdkwartier in Lisburn vielen 32 gewonden, onder wie twee kinderen.

Vijf slachtoffers zijn er zeer ernstig aan toe. Nog geen enkele organisatie had vanmorgen de aanslag opgeëist.

Michael Ancrum, staatssecretaris voor Noord-Ierland, deed vanochtend op de televisie een dringend beroep op loyalistische paramilitairen om “de provocatie” te negeren en van vergeldingsacties af te zien. In tegenstelling tot de IRA handhaven de protestantse paramilitairen nog steeds een staakt-het-vuren. Maar vorige week zegden gevangen leden van de grootste terreurorganisatie, de Ulster Defence Association (UDA), hun vertrouwen in het vredesproces op.

Op het moment van de aanslag waren gevangen leden van een andere protestantse terreurgroep, de Ulster Volunteer Force (UVF), in de nabijgelegen Maze-gevangenis met hun politieke leiders aan het overleggen over de vraag of het staakt-het-vuren moet worden voortgezet. Als UDA en UVF de wapens weer opnemen staat niets de escalatie van geweld in Noord-Ierland meer in de weg.

Hoewel de aanslag nog niet is opgeëist, zeggen functionarissen van de Britse veiligheidsdienst dat alleen de IRA over voldoende manschappen, middelen en expertise beschikt voor zo'n grote en gewaagde operatie. Bij de aanslagen ging het om twee autobommen, met elk tussen de 300 en 500 kilo explosieven. Hoe die twee auto's de zwaarst bewaakte legerbasis van Groot-Brittannië konden binnenkomen, blijft voorlopig duister.

Een kwartier nadat de eerste bom was ontploft, ging de tweede bom de lucht in vlakbij het medisch centrum waar de slachtoffers van de eerste aanslag juist naartoe werden gebracht. De Britse premier Major noemde de actie “barbaars”. Protestantse politieke leiders verklaarden het vredesproces na de bomaanslagen in Lisburn onmiddellijk “dood”.

Pagina 6: 'Vredesproces in Ulster is dood'

David Trimble, voorman van de Ulster Unionist Party, de grootste protestantse partij in Noord-Ierland, zei in een reactie op de bomaanslag: “Heeft de regering nog meer bewijs nodig dat republikeinse terroristen de wapens nooit vrijwillig zullen neerleggen”. Maar premier Major weigerde te accepteren dat het vredesproces ten einde is. “Een meerderheid van de Noordierse bevolking wil niet terugkeren naar de tijd van alomtegenwoordig geweld. Ze wil dat we doorgaan met het vredesproces.”

De aanslagen zijn niet alleen een slag voor het vredesproces, ook voor de hoop van de Noordierse bevolking en de trots van het Britse leger. Ook na de beëindiging van het staakt-het-vuren is Noord-Ierland tot nu toe van IRA-acties gevrijwaard gebleven. De IRA beperkte zijn werkterrein tot Engeland en het Britse leger in Duitsland. Daardoor kon Noord-Ierland zich nog altijd koesteren in een rust die ze in de kwart eeuw voor het staakt-het-vuren nooit had gekend.

Nooit eerder is een Noordierse terreurgroep erin geslaagd om toe te slaan in het hart van het Britse leger. Legerbasis Thiepval bij Lisburn werd door Britse militairen als onneembaar fort beschouwd. Het complex bestaat uit een groot aantal kantoren, oefenterreinen en een compleet dorp, waar honderden soldaten met hun families wonen, onder wie de commandant van het Britse leger in Noord-Ierland.