Amerikanen zoeken groei op internationale markt

NEW YORK, 8 OKT. De Amerikaanse truckproducent Paccar wil uitbreiding in Europa en is om die reden in DAF geïnteresseerd. Het ruim zeventig jaar oude bedrijf, in grootte de tweede Amerikaanse producent in zijn sector, maakt een moeilijke tijd door.

“DAF maakt het ons mogelijk in Europa uit te breiden”, aldus Steve Buckner, woordvoerder van Paccar. “Het is een goede, vernieuwende automaker.” Buckner wijst op DAF's dealernet in Europa en het feit dat de onderneming ook elders verkoopt. Paccar kan die internationale uitbreiding goed gebruiken om de risico's van de sterk cyclische industrie geografisch te spreiden.

Paccar kende een goede periode in 1994 en een deel van 1995, maar moest eerder dit jaar tweeduizend man op straat zetten wegens teruglopende orders. Volgens schattingen van JP Morgan zullen de verkopen van de allerzwaarste trucks in Noord-Amerika dit jaar zo'n 75.000 stuks onder het niveau van 1995 (een kwart miljoen voertuigen) liggen. Voor volgend jaar wordt een verdere daling verwacht.

Paccars bod op DAF heeft naar de mening van analisten zeker ook defensieve overwegingen, want niet alleen de Noord-Amerikaanse markt is flink in mineur, ook de concurrentie in de zware trucks is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Opmerkelijk is dat vooral enkele Europese truckgiganten daarvoor verantwoordelijk zijn. Zo heeft Freightliner, eigendom van Mercedes-Benz, zijn marktaandeel in het segment van de zwaarste trucks - de grote glimmende monsters van de Amerikaanse snelwegen - aanzienlijk weten op te voeren. Freightliner staat daar nu praktisch op één lijn met Paccar. Op de totale truckmarkt (inclusief lichtere vrachtwagens) in Noord-Amerika staat Freightliner nummer één met een aandeel van 28 procent, Paccar volgt met 22 procent. Daarna komen respectievelijk Navistar, Mack/Renault, Ford en Volvo.

Analisten zien pas weer in 1998 en 1999 groei voor de industrie. “Dit jaar is zeer zwak voor de bedrijfstak en 1997 ziet er ook niet best uit”, zegt Paul Latta, analist zware industrie bij Ragen MacKenzie in Seattle. “Paccar heeft marktaandeel moeten prijsgeven, na jaren van louter groei.”

Paccar is gevestigd in Bellevue, in de staat Washington. Het bedrijf haalt 88,5 procent van zijn omzet uit de fabricage van trucks, met merken als Peterbilt en Kenworth. Daarnaast maakt Paccar in het Verenigd Koninkrijk wagens onder het merk Foden. Het heeft verder produktie- en assemblagefaciliteiten in Canada, Mexico en Australië. In 1995 verkocht het bedrijf wereldwijd 54.000 trucks. De omzet was 4,89 miljard dollar, de netto winst bedroeg 252 miljoen.

Topman van het bedrijf is Charles Pigott (67), een kleinzoon van de oprichter die in 1924 begon met de Pacific Car & Foundry Co. In een interview in juli van dit jaar zei topman Pigott dat het bedrijf sinds 1938 geen verlies meer heeft gemaakt. Hij noemde Europa in datzelfde gesprek voor Paccar niet interessant: “Ze maken er nauwelijks winst per eenheid produkt, alleen op onderdelen. Marktaandeel is ontzettend belangrijk voor hen”, aldus Pigott, luttele maanden voor het bod op DAF.

Paccar maakt naast trucks ook oliepompen, auto-onderdelen en hijswerktuigen. Het zijn geen groeisectoren binnen het bedrijf en plannen voor verdere diversificatie zijn er niet. Na overname van DAF zal het trucksegment nog groter deel van de bedrijfsactiviteiten vormen.

Volgens analist Latta zal DAF zeer onafhankelijk blijven. Zo werkt Paccar ook met Foden en Kenworth in Australië. Paccar is op dit moment vertegenwoordigd in dertig landen.