Aalberts slaat zijn vleugels uit met Seppelfricke

Aalberts Industries, een aluminiumbewerkingsbedrijf in Driebergen, heeft met de overname van het Duitse Seppelfricke Armaturengroep zijn positie in Duitsland aanzienlijk verstevigd. Dat is precies wat Jan Aalberts (56), president-directeur van het snel groeiende bedrijf, voor ogen heeft.

De onderneming, die in januari 1975 in Limburg met tien werknemers begon en toen op een omzet van 600.000 gulden een verlies maakte van 200.000 gulden, realiseerde over 1995 een jaaromzet van 366 miljoen gulden en heeft thans ongeveer 2.300 mensen op de loonlijst staan.

De netto winst van het bedrijf is in de eerste helft van 1996 met 24 procent gestegen tot 11,2 miljoen gulden, de omzet groeide met 17 procent naar 209 miljoen gulden.

Moeiteloos schudt Aalberts de cijfers van 1975 uit zijn mouw. “Ik was er zelf bij, dat scheelt en ik heb het al vaker verteld”, voegt hij er glimlachend aan toe. In de Verenigde Staten had Aalberts kennis gemaakt met de markt voor aluminium-onderdelen. Na terugkomst in Nederland wist hij allang dat er perspectieven in zaten, maar in Nederland was er toen nog vrijwel geen markt voor.

“We moesten de markt zelf ontwikkelen. Eigenlijk waren we na zes maanden al failliet”, zo verklaart hij zijn bijna-ondergang. Maar Aalberts ging door en met succes. In 1980 realiseerde het bedrijf, dat toen alleen halffabrikaten maakte, een omzet van 10 miljoen gulden. In 1987 ging Aalberts naar de beurs.

Vanaf die tijd ging het in sneltreinvaart. Nu ontwikkelt Aalberts 150 à 200 produkten per maand. De divisie Speciale Componenten omvat tienduizenden verschillende produkten. Hoewel het bedrijf zich in de beginperiode nadrukkelijk afficheerde als toeleveringsbedrijf, werden in de loop der jaren ook steeds meer eindprodukten geleverd. “Ongeveer 30 procent van de omzet komt nu nog uit de toeleveringen, na de overname van deze week zal dat dalen tot zo'n 25 procent, de rest van de omzet komt uit de 20.000 à 30.000 eindprodukten”, zo schetst Aalberts de verschuiving van half- naar eindfabrikaten.

Het bedrijf kent momenteel vier hoofdactiviteiten: naast Speciale Componenten zijn dat Dispense Systems, Installatie Materialen en Interieur Systemen. Alle vier de groepen omvatten ontwikkeling, produktie en verkoop. De Speciale Componenten zijn onderdelen voor hoogwaardige industriële eindprodukten die op basis van de wensen van de klant vorm krijgen. De Dispense Systems zijn vooral bekend van de biertap; een systeem om vloeistoffen, gassen, poeders of schuim, al dan niet onder druk, beheerst en gecontroleerd vrij te laten komen.

De derde groep, de Installatiematerialen, omvat appendages (fittingen en kranen) voor distributiesystemen voor water, gas en centrale verwarming. Tenslotte de Interieursystemen. Deze groep omvat voor de consument meer herkenbare produkten dan de voorgaande groepen, namelijk vitrinekasten, die zowel voor de professionele als voor de consumentenmarkt bestemd zijn. Niet alleen qua produkten heeft het bedrijf grenzen verlegd, geografisch gezien zijn er ook verschuivingen geweest.

“Mijn principe luidt: zoveel mogelijk produkten, op zoveel mogelijk markten in zoveel mogelijk landen”, aldus de energieke directeur. Met de overneming van Seppelfricke Armaturengroep, met een jaaromzet van ruim 110 miljoen gulden,denkt Aalberts een gouden greep te hebben gedaan. “Als je succesvol wilt zijn en in een groot aantal landen een positie van belang wilt innemen, dan moet je producent zijn in die landen zelf en er een netwerk van verkooppunten hebben.”

In Duitsland en Frankrijk was dat nog niet het geval, althans met Installatiematerialen. Eerder dit jaar werd het Franse André Morel overgenomen en nu met Seppelfricke staat Aalberts “duidelijk op de kaart” in Duitsland. Het bedrijf is marktleider in appendages voor water, gas en verwarming en heeft een uitgebreid verkoopnet zowel in Duitsland als in Oostenrijk.

“Installatiematerialen is een miljarden-business in Europa. Wij zijn nu in een jaar tijd op die markt een veel grotere speler geworden”, vertelt Aalberts trots. “Elke vrijdag weten wij bij welk bedrijf wat er verzonden is, wat de orders zijn en het aantal mensen dat in een bedrijf werkt.” Tot 1990 richtte het conglomeraat zich vrijwel uitsluitend op de West-Europese markt. Aalberts: “We deden toen zaken in ongeveer twaalf Europese landen. Door verbreding zijn we nu actief in zo'n zestig verschillende landen, waaronder landen in Zuid-Amerika en het Verre Oosten. We zijn ongelooflijk aan het expanderen in ons marktgebied.” In Oost-Europa ziet de gedreven directeur nog volop mogelijkheden. “Zou Rusland op het niveau willen komen van bijvoorbeeld Denemarken, dan hebben we daar voor 125 jaar werk”, filosofeert hij.

Met de overname van Seppelfricke Armaturen toont Aalberts zich niet te laten afschrikken door berichten dat de Duitse woningmarkt instort. “Vlak voor de hereniging van de beide Duitslanden haalden wij er een goede omzet. Na de aansluiting pompte de Duitse overheid miljarden in bouw en industrie. Dat leidde tot een verdubbeling van onze omzet. Nu de investeringsgolf voorbij is, gaan we gewoon terug naar het niveau van vóór de hereniging.”

“Iedereen vergelijkt de situatie van nu met die tijdens de grote piek. Dat is niet reeël”, aldus Aalberts. Hij signaleert zelfs weer een lichte groei in de markt. Ook voor Aalberts Industries is de groei er wat de directeur betreft nog lang niet uit. “Wij zullen in de komende jaren zeker overnames blijven doen”, zegt hij zelfverzekerd. “We kunnen niet stoppen, er zijn nog zoveel markten waarin we moeten groeien. We willen een sterkere global player worden. Groei is een noodzaak om te groeien in resultaat. Maar als we een jaar wat minder groeien, is dat ook geen ramp.”