Zapman

Op het beeldscherm de voorzitter van een Amsterdamse amateurvoetbalclub: “Voetbal is namelijk emotie. Maar dit is nooit goed te praten. Jammer dat het gebeurd is.”

Is een bankzitter met zijn coach op de vuist gegaan? Mis, probeer iets ergers. Heeft de penningmeester ongewenst intiem gedaan tegen de kantinejuffrouw? Ook mis, nog erger. Ze hebben toch geen scheidsrechter te grazen genomen? Jawel. Na de wedstrijd is er een volledig in elkaar geschopt.

Merkwaardig hoe de voorzitter over het voorval praat. Alsof scheidsrechter molesteren er een beetje bij hoort: en dan kan het ook een keertje uit de hand lopen.

Overschakelen naar het slachtoffer. Hij zit thuis met vier breuken in de rechter oogkas en een gebroken jukbeen. 's Nachts wordt de arme man bezocht door angstdromen. Over een paar maanden zullen de kwetsuren genezen zijn. Maar van die dromen is hij voorlopig niet af. Ik weet hoelang zoiets kan duren. Zelf ben ik nog bezig met WO II.

Ik ben van 1951. Toen de bezetters het land innamen, bestond ik niet en toen ze het weer teruggaven, nog steeds niet. De eerste keer dat ik ze zag, zaten ze op het strand met emmers en schepjes. Dat zag er vredig uit. Maar op een nacht kwamen ze bij me langs met handgranaten en pantserwagens. Dat doen ze sindsdien zo'n drie keer per jaar.

Ik heb me intussen aangesloten bij het verzet. Mijn specialiteit is bruggen tot ontploffing brengen. Tot nu toe is dat niet gelukt. Ik word bij elke brug opgewacht, men schijnt van mijn komst op de hoogte te zijn. Zou er een lek in de organisatie zitten? Of val ik te veel op in mijn gestreepte pyjama? Maar ze zullen me niet te pakken krijgen. Ik zet het op een rennen, ik steek mijn armen uit en stijg op. Beneden de ongedeerde bruggen.

Die dromen van mij voorspellen niets en te verwerken valt er ook niets. Ze husselen maar een beetje verborgen verlangens en diepgewortelde angsten door elkaar tot er een spannend filmpje uitrolt.

Vannacht was ik in de Arena. Verborgen verlangen. Het stonk er zo vreselijk naar frituur dat ik wakker werd. Ik kroop mijn bed uit en keek in de keuken of er misschien een pan met vet vlam stond te vatten. Diepgewortelde angst. Niets gevonden, ook geen halflege patatbakjes. De stank had alleen in de Arena gehangen. Ik zat daar in de koninklijke loge naast de koningin. Verborgen verlangen. De omroeper vroeg of we tijdens de wedstrijd het kuchen achterwege wilden laten. Iedereen werd muisstil. Je hoorde alleen de bal. Toch kwam de thuisploeg niet tot scoren. Diepgewortelde angst. Toen opeens die stank.