Wilhelmus ontroert bejaarde Welshman

CARDIFF, 7 OKT. Hij had de Welsh hymne meegezongen, zoals alle Welshmen zaterdag in Arms Park te Cardiff. Trevor Ford, sinds vorige week 73 jaar, kan zich de tijd herinneren dat hij als international op het veld stond, met de borst vooruit, in het shirt van Wales en zingende gekken op de tribunes. Maar ook het andere volkslied dat werd gespeeld had hem niet onberoerd gelaten. Want eerlijk gezegd is hij nog een beetje Nederlander.

Bijna veertig jaar geleden speelde de 38-voudige Welsh international tweeëneenhalf jaar voor PSV. Hij denkt vaak nog met weemoed terug. Vooral op momenten als deze, als Nederlanders hier komen voetballen. Het Wilhelmus had hij moeilijk kunnen horen, omdat de doldwaze en dronken Welsh-supporters dat vrijwel onmogelijk maakten. “Het is niet eerlijk en een teken van de tijd dat supporters door het volkslied heen schreeuwen en fluiten, zoals de Welsh deden, het volk kent geen sportiviteit meer.”

De vijandige stemming die in het nationale stadion van Wales heerste, had zijn avond niet bedorven. Hij genoot van de klasse van de Nederlanders, van die “kleine zwarte op het middenveld”. Seedorf had zijn hart gestolen met zijn onblusbare inzet en zijn eeuwige drang om aan te vallen. “Een gouden voetballer voor een coach. Waar vind je ze nog?” En hij was onder de indruk van die invaller die twee doelpunten maakte. “What's his name? He's a cracking player.”

Meer nog speelde volgens hem de 38-jarige doelman Southall een geweldige wedstrijd. Een doelman met uitstraling, spectaculaire reddingen, die onhoudbare ballen stopt en een wedstrijd voor zijn elftal kan winnen. “Zonder hem was het 2-7 geworden”, meent Ford. “Dat is nog een keeper die geleerd heeft ballen te stoppen zonder handschoenen.”

Ondanks de nederlaag van Wales, had Ford een vleugje blijdschap gevoeld. “Toen ik in 1961 terugkwam uit Holland en de mensen vertelde dat ze hier ouderwets voetbalden, lachten ze. Ik zei dat ze in Holland een ander systeem speelden, minder enthousiast maar niet zo naïef als hier. Nu hebben ze kunnen zien dat ik gelijk had. Wij Britten hebben de wereld het voetballen geleerd, maar nu moeten wij het voetballen van de wereld leren. Welshmen zijn pure mensen. Het verstand gebruiken hoort niet in sport, vinden ze.”

Toch kent Ford voetballers die indien ze hadden meegespeeld, de Nederlanders schrik hadden kunnen aanjagen. “Die Hartson van Arsenal scoort veel, maar hij wordt alleen in Jong Wales opgesteld. En dan Ryan Giggs van Manchester United, die geschorst was. Als die had meegedaan had hij die backs gek gespeeld. Maar één speler maakt nog geen goed team.”

De tijden dat Wales over een elftal goede voetballers kon beschikken zijn voorbij, beseft Ford. “Wie kent niet John Charles, de eerste Brit die naar Italië ging, naar Juventus? In 1958 kwam Wales in de kwartfinales van het wereldkampioenschap met spelers als Charles, Ivor Allchurch en keeper Jack Kelsey. Ik was er niet bij door een schorsing. Nu noemen ze mij de beste speler die Wales heeft gekend. Maar toen zeiden ze dat niet. In je eigen parochie word je nooit gewaardeerd.”

Tot voor kort was Ford topscorer van de nationale ploeg van Wales met 23 doelpunten in 38 interlands. Ian Rush passeerde hem met 28 doelpunten in 71 wedstrijden. Ford was in de jaren vijftig niet alleen een doeltreffende aanvaller, ook zijn passeertechniek, zijn schot- en zijn kopkracht doen menig Welshman nog de rillingen over de rug lopen. Bij PSV spreken ze nog met grote waardering over Ford. De zoon van arme ouders in Cardiff speelde minimaal een niveau hoger dan zijn teamgenoten bij PSV. Met wie Ford heeft gespeeld is hij vergeten. “Brusselers en die keeper, Steiger. En dan natuurlijk Van Gelder de manager. Ik ben er kort geweest. Totdat ik geblesseerd raakte aan mijn enkel. Ik kreeg altijd schoppen van verdedigers. Tegen ADO werd ik door ene Karel Jansen, of zoiets, bewust tegen mijn enkels geschopt en moest ik naar het ziekenhuis. Ik ben nooit meer goed geweest.”

Ford is nu een kleine man, met zijn grijze haren in de scheiding en benen die licht krom staan. Is dat nu de middenvoor die zo hard kon schieten en bij PSV vanaf de middenlijn doel trof en vier keer in een wedstrijd scoorde? Het waait hard aan de haven van Swansea, de stad waar hij woont. Ford steekt een sigaartje op en kucht. Ouderdom? “Wat? Ik loop elke dag twee uur. Wandelen en hollen. Ik ben altijd fit geweest en ik was tweebenig. Mijn vader leerde me met een tennisbal links trappen. Dat zeg ik nu tegen de jongens die ik train. Oefen thuis met je verkeerde voet en met een tennisbal. Tweebenige voetballers, ziet u ze nog? Die profs van vandaag hebben de tijd, maar tweebenig leren voetballen, daar hebben ze geen tijd voor.”

Zijn overstap naar PSV was noodgedwongen. Ford had in zijn boek I lead the attack gewag gemaakt van onderhandse betalingen. Hij vertelde dat hij bij een transfer tien pond tekengeld had gekregen. Voor de voetbalbond een reden de Welshman voor een jaar te schorsen. “Belachelijk”, vindt Ford. “Swansea en Cardiff zijn rijk van me geworden. Maar als ik tien pond onder de tafel krijg, word ik geschorst. En ik kwam er nog wel eerlijk voor uit.”

Hij zegt dat hij een faire speler was, hard maar eerlijk. “Kinderen mogen nooit van hun vader kunnen zeggen dat hij een bedrieger was. Dat was mijn vader ook niet, hoe arm ook. Ze hebben me er vier tanden uitgeschopt en een rib gebroken, een elleboog staat nog scheef, voel maar die knobbel. Als ik zie wat tussen Wales en Nederland gebeurt, denk ik, ze kunnen niet meer hard spelen zonder gemeen te worden.”

Ford verwijst naar de mensen uit de mijnvalleien van Wales. “Daar komen de rugbyers en de boksers vandaan. Daar leven pure mensen die kunnen uitdelen en incasseren. Heeft u vorige week Newcastle-Aston Villa gezien, 4-3 ja. De Geordies uit Newcastle, dat zijn ook van die pure mensen. Vuur en spektakel, puur voetbal, daar komt de crowd voor.”

Zaterdag in Arms Park hadden vlak voor hem Johan Cruijff en diens vrouw gezeten. “Een prachtige voetballer was Cruijff. Toen zijn zoon die kans miste, zag ik hem de handen voor zijn gezicht slaan. Ik had medelijden. Ik had naar hem toe moeten gaan en zeggen: mister Cruijff, your son is a great boy.”

Al 73 jaar is Trevor Ford, blij dat hij weer eens is herinnerd aan de tijd dat hij een fantastische voetballer was. “Ik ben gezond, ik ben gelukkig”, zegt hij. “Maar wat ik mis, is de crowd.”