Weer in de valkuil van de jazzdans gevallen

Voorstelling: Djazzex. Masters' Voices. Choreografie: Ben Bergmans, Ted Brandsen, Nils Christe, Jacqueline Knoops, Randall Scott, Thom Stuart. Sous le ritme, je... Choreografie Patrick Delcroix. True Virtue. Choreografie Glenn van der Hoff. Gezien: 3/10 Lucent Danstheater Den Haag. Tournee t/m 13/12.

Geen overheidssubsidie meer, geen bijdrage van de gemeente Den Haag, geen sponsorgeld. Het jazzdansgezelschap Djazzex wordt na veertien jaar waarschijnlijk opgeheven. Staatssecretaris Nuis geeft geen subsidie meer op advies van de Raad voor Cultuur, die vindt dat Djazzex zich te weinig met jazzdans bezig houdt, en zich dus niet genoeg van andere dansgezelschappen onderscheidt. Artistiek leider Glenn van der Hoff besloot met acht premières van hemzelf en zeven gastchoreografen te laten zien dat jazzdans niet eenvoudig in een hokje is te stoppen. Ze zouden alle acht een andere visie op moderne jazzdans tonen. Maar nota bene Van der Hoff zelf faalt daarin pijnlijk.

Zijn True Virtue zit vol elementen die op het moment in veel andere dansvoorstellingen zijn te zien. Het obligate filmpje vooraf. Onverstaanbaar gemurmel van een danseres achter een microfoon. Krijsende dansers. En hier en daar een likje campy ironie van rappe pasjes, blonde pruiken en felgekleurde truitjes. De bewegingen verhelpen niets aan de onmachtige indruk die dat maakt. Wat je vooral bijblijft zijn heupen die steeds weer sexy moeten draaien op de groove van de muziek.

Ook een aantal van de zes soli die in Masters' Voices worden uitgevoerd, verraden de valkuil van de jazzdans: het blijft moeilijk om aan 'lekkere swing' nog iets toe te voegen, bijvoorbeeld op de muziek van Miles Davis in Randal Scotts Voices within. Het geluid van de blazers wordt door de mooie lome bewegingen nog gerekter, tergend zelfs. Maar doordat de in zichzelf gekeerde danser bijna steeds met zijn rug naar het publiek staat is hij niet veel spannender dan een overbuurman die je voor zijn platenspeler wat voorzichtige pasjes ziet zetten.

So van Ted Brandsen is, zeker vergeleken met ander krachtig werk van de choreograaf, uitgesproken zwoel en mellow. Het is aardig om te zien dat Brandsen het jazzgevoel ook in zijn vingers heeft, maar verrassen doet So niet. Dat laatste geldt ook al voor Thom Stuarts Lament for an orchid, waarin de danseres vooral aan een kokette showgirl doet denken.

A statement van Ben Bergmans laat wél zien dat jazzdans de muziek niet op de voet hoeft te volgen. Trillend, soms bijna spastisch lijkt de danser tegen het geluid te willen bonken. Maar met zijn zelfontworpen kostuum bederft Bergmans dat weer. Van voren is het een lelijk zwart pak, van achteren is de danser naakt. Juist in combinatie met die dwarse bewegingen oogt hij daardoor eerder dwaas dan spannend.

In Angle of Attack laat Nils Christe danseres Neel Verdoorn zonder woorden prachtig fulmineren tegen een man die rustig voor haar staat. Soms lijkt ze een lasso in zijn richting te zwaaien, vaak wijst een beschuldigende vinger in zijn richting, geeft ze haar eigen schouder een kopje of heft ze haar handen ten hemel. Ook Jacqueline Knoops laat in haar Solo voornamelijk de romp en armen dansen. Solo is de soberste bijdrage aan Masters' Voices en toont hoe een snufje jazz een choreografie totaal kan beïnvloeden: hier is één knikje van een kantelend bekken voldoende voor een onmiskenbaar broeierige sfeer.

Patrick Delcroix choreografeerde eerder voor Djazzex, maar toch oogt zijn groepswerk Sous le rythme, je... nog als een stijloefening: terwijl danseressen op percussie-instrumenten het ritme aangeven, dansen vijf mannen de evolutie van de mens in een notendop. Van verschillende dansstijlen heeft Delcroix vaardig een eenheid gemaakt. Maar de jazzdans blijft daarin één van vele citaten, dat nergens doorslaggevend is voor de aard van de choreografie. Onbedoeld verbeeldt Sous le rythme, je... zo precies wat het probleem van Djazzex is.