Schoonheidskuur voor stinkstroom

Nadat decennia lang puin, chemisch afval en andere rommel was gestort langs de oevers van de Hollandse IJssel, en nadat jaren is vergaderd over het opruimen daarvan, hebben de ministers De Boer (VROM) en Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) vanmiddag het startsein gegeven voor de daadwerkelijke sanering. Nederlands meest vervuilde rivier moet een paradijsje worden.

Op de rivier zelf, aan boord van een rondvaartboot, tekenden beide bewindsvrouwen vanmiddag het zogeheten startcontract voor het saneringsproject. Samen met zes gemeenten, de provincie Zuid-Holland en drie waterschappen verplichten ze zich om de vuilste rivier van Nederland weer schoon te maken. Ze zetten een baggerschip in werking en en lieten een mand rivierkreeften te water, als symbool van een levende rivier.

De Hollandse IJssel is een bochtige getijdenrivier ten oosten van Rotterdam die via de Nieuwe Maas in open verbinding staat met de zee. Hij is 21 kilometer lang en loopt van Krimpen tot iets voorbij Gouda waar hij is afgedamd. Het afgedamde deel, de gekanaliseerde Hollandse IJssel, loopt nog 32 kilometer door tot Nieuwegein, maar dit is een ondiep polderwatertje.

De Hollandse IJssel, de grootste en enige levende rivier van het Groene Hart, vormde eeuwenlang de belangrijkste ontsluiting van Midden-Holland. De rivier was aanvankelijk een zijstroom van de Lek, maar na veelvuldige overstromingen werd hij in 1291 door graaf Floris V bij Vreeswijk afgesloten. In 1862 werd bij Gouda het bovenstroomse deel afgedamd.

Er waren altijd veel werven en steenbakkerijen. De bekende gele IJsselsteentjes kwamen van de Hollandse IJssel. Na het graven van de Nieuwe Waterweg was het met de steenbakkerijen gedaan. Wel bleef de IJssel nog een bedrijvige rivier met industrieën in het achterland van Rotterdam.

Aan de zuidkant bevindt zich de groene Krimpenerwaard met voornamelijk weidegebied, de zuidrand van het Groene Hart. De droogmakerijen aan de noordkant, de Rotterdamse kant van de IJssel, zijn extreem diep met plekken van meer dan zes meter beneden NAP. De Alexanderpolder en de Zuidplaspolder, ontstaan door ontvening, zijn de diepste punten van West-Europa. Na de watersnoodramp in 1953 bleken de IJsseldijken het net gehouden te hebben, maar dat was meer geluk dan wijsheid. Zouden ze het begeven hebben, dan zou half Zuid-Holland zijn ondergelopen, een ramp van een grotere omvang dan de ramp in Zeeland. Een van de eerste dingen die in het kader van de Deltawet werden gedaan was dan ook de bouw van de stormstuw bij Capelle.

Maar de stormstuw had ook onverwachte effecten. De buitendijkse gebieden, in de grote rivieren uiterwaarden geheten maar hier zellingen, konden voortaan bebouwd worden; voor hoogwater hoefde men niet meer te vrezen. Ieder ophoogmateriaal was in de jaren vijftig en zestig welkom en met goedvinden van de overheid werd er allerlei afval gedumpt: huishoudelijk afval, bedrijfsafval, puin, vervuilde aarde, en ook chemisch afval in vaten en zakken.

Eind jaren zeventig, met het opkomend milieubewustzijn, ziet men in dat de vervuilde zellingen een gevaar vormen voor de volksgezondheid. De beruchtste zelling wordt gevormd door een voormalige buitenwijk van Gouderak die in het begin van de jaren tachtig werd afgebroken omdat de bewoners merkten dat zij op vaten met gifstoffen stuitten tijdens het spitten in de tuin. De Zellingwijk werd afgebroken en de zelling werd tijdelijk geïsoleerd, opdat de verontreinigingen zich niet zouden verspreiden. In totaal zijn er 41 zellingen in de Hollandse IJssel. Bij inventarisaties komen steeds nieuwe verontreinigingen aan het licht.

Daarnaast is de Hollandse IJssel altijd een 'werkrivier' geweest, waarop tot in de jaren zeventig vrijelijk geloosd werd door bedrijven: werven, chemische industrie, schroothandel, sloperijen. En tenslotte is de Hollandse IJssel al eeuwen een bezinkput geweest van het Rijnwater. Het tijverschil bedraagt 1,5 meter. Viermaal per dag staat het water ruim een uur stil, uren waarin zelfs de kleinste slibdeeltjes de gelegenheid krijgen te bezinken. En hoe kleiner de slibdeeltjes, hoe groter het gezamenlijke oppervlak en hoe meer aangehechte chemische verontreinigingen ze met zich meedragen. Jaarlijks bezinkt 50.000 kubieke meter slib.

Door deze drie oorzaken is de Hollandse IJssel al jaren zo vervuild dat de eertijds zo bedrijvige rivier nu een zeldzaam trieste indruk maakt. De oevers zijn met puin bekleed, de bedrijven ogen oud en vervallen en de dorpen hebben zich van de rivier gekeerd. Geleidelijk is een algehele verpaupering ingetreden. De aanliggende gemeenten Gouda, Ouderkerk, Moordrecht, Nieuwerkerk, Krimpen en Capelle wendden zich in 1987 om hulp tot de provincie Zuid-Holland. Dit was een probleem dat zij alleen niet konden oplossen.

In 1988 werd de Stuurgroep Hollandsche IJssel opgericht (in ambtelijke stukken is veelal sprake van Hollandsche IJssel, de Bosatlas houdt het op Hollandse IJssel). De zes gemeenten, drie waterschappen, de provincie en drie ministeries nemen erin deel. Zuid-Holland is voorzitter. Er trad een periode in van onderzoek, rapporten, overleg, nota's, plannen, studies en ontwerp structuurschetsen. De veelkleurige brochures waarin de toekomstige ontwikkelingen werden geschetst, oogden steeds fraaier.

Maar gesaneerd werd er niets, zelfs de zwaar vervuilde zelling in Gouderak ligt er nog even ellendig bij als in begin jaren tachtig. Een tijdelijke afscherming moet de ergste lekkage van het chemisch afval voorkomen. Ook het vervuilde EMK-terrein bij Krimpen is een trieste asfaltvlakte omgeven door damwanden.

“We hadden”, schrijft T. Jansen, gedeputeerde van Zuid-Holland en voorzitter van de Stuurgroep in het voorwoord van het startcontract, “nog jaren kunnen doorgaan met praten, rekenen en tekenen. Maar op een zeker moment moet je de mouwen durven opstropen en aan de slag gaan.”

Het gedraal en vergader heeft de bewoners langs de rivier, verenigd in verschillende wantrouwige bewonerscommisies, moedeloos gemaakt. Jansen: “Je weet ook dat de bewoners en belanghebbenden langs de rivier je met ongeduld en ongeloof volgen: Zullen ze echt wat gaan doen om van de Hollandse IJssel een schone, aantrekkelijke rivier te maken; zal er ooit echt wat gaan gebeuren?”

En inderdaad, enig wantrouwen is op zijn plaats. Het startcontract heeft slechts een looptijd van twee jaar. Het omhelst het 'nautisch baggeren' van de 21 kilometer lange rivier, waardoor deze weer bevaarbaar wordt. Chemisch vervuild bodemslib wordt dan niet langer opgewerveld door het schroefwater van grote schepen. De bagger, in totaal circa drie miljoen kubieke meter, is hoofdzakelijk van klasse 3 (de op een na meest vervuilde categorie) en zou aanvankelijk afgevoerd worden naar het baggerdepot Hollands Diep. Maar door de bezwaarschriften is de aanleg van dit depot opgehouden. De Raad van State ging vorige week bij Willemstad poolshoogte nemen. Het zal nog wel enkele jaren duren voordat het depot er ligt. Gelukkig was Rotterdam bereid de bagger te laten storten in het depot de Slufter op de Maasvlakte. De kosten van de baggeroperatie, twintig miljoen gulden, worden door Rijkswaterstaat gedragen.

Daarnaast wordt voor circa honderd miljoen gulden geïnvesteerd in verbetering en uitbreiding van zuiveringsinstallaties die op de Hollandse IJssel lozen. De kosten worden opgebracht door de waterschappen en VROM. Tenslotte wordt door de gemeenten geprobeerd voor zo'n honderd miljoen gulden private investeringen los te krijgen voor bedrijfsverplaatsingen en woningbouw.

Maar deze eerste twee jaar vormen nog maar het begin. Het grote werk is het afgraven van de vervuilde zellingen. Een schatting van de kosten daarvan, genoemd in het plan van aanpak (1995), komt uit op 684 miljoen gulden. F. Vrolijks, ambtelijk coördinator van de stuurgroep, ziet dat meer als een richtgetal: “Tot dusverre is bij dit soort projecten altijd gebleken dat de schattingen er meestal ver naast zaten - te laag inderdaad. Hoe de schoonmaakoperatie de volgende tien jaar verloopt weten we nog niet precies. Dat afgraven van die zellingen is niet zoiets als baggeren, wat in één procesgang doorgaat. Per zelling zal bekeken worden hoe het moet en hoe de financiering zal gaan. Er is geld in het kader van de wet bodembescherming, maar of VROM dat hiervoor gaat gebruiken, weten we niet: er zijn wel meer vervuilde bodems in Nederland. En er is het Fonds Economische Structuurversterking bij Economische Zaken. Daarop kan een beroep worden gedaan bij bedrijfsverplaatsingen en dergelijke. Verder hopen wij op co-financiering van projectontwikkelaars. Als zij een mooie lokatie willen bebouwen met woningen of iets dergelijks, dan zullen ze moeten meebetalen aan de sanering.”

Na het afgraven van de zellingen zal Rijkswaterstaat nog een tweede keer de Hollandse IJssel uitbaggeren. M. Ruys die namens Rijkswaterstaat in de stuurgroep zit verklaart waarom: “De eerste fase is alleen maar nautisch baggeren om voldoende diepgang te krijgen in de vaargeul. Daardoor zullen de vrachtschepen niet meer voordurend slib opwervelen. Wel maken we de sleuf iets dieper dan nautisch noodzakelijk is, waardoor deze sleuf nieuw slib naar zich toe zal trekken. Ook kan dun, vloeibaar slib van de kanten daarheen trekken. Maar het heeft nu nog geen enkele zin de vervuilde kanten en de havenkommen uit te baggeren. Zolang de zellingen niet afgegraven zijn, blijven ze gif lekken in de rivier.”

De Hollandse IJssel moet op den duur echt schoon worden omdat anders grote delen van Holland zouden vervuilen. Onder de rivier bevinden zich oude zand- en grindbanken uit de ijstijden die water gemakkelijk doorlaten. De diepe polders bij Rotterdam trekken veel grondwater aan, zodat door grondwaterstromen de omgeving vervuild raakt. Bovendien wordt 's zomers gemiddeld negentig miljoen kubieke meter water ingelaten bij het boezemgemaal bij Gouda om de waterstand in de polders Rijnland en Delfland op peil te houden. Dit inlaatwater zou op de lange duur vrijwel geheel Zuid-Holland verontreinigen.

In totaal kost de schoonmaak en herinrichting zo'n 1,2 miljard gulden. Als alles doorgaat, kan een schitterend gebied ontstaan. De recreatiegebieden in de Krimpenerwaard, waar juist een herinrichting plaats vindt, vinden aansluiting bij de nieuwe rivier, die natuurvriendelijke oevers krijgt. Sommige zellingen worden voor recreatie ingericht. Fietspaden moeten het gebied ontsluiten. Coördinator Vrolijks: “Hier en daar zal het fietspad door de zelling lopen, op andere plekken aan de binnenkant van de dijk. Op nauwe plaatsen denken we zelfs aan een soort 'balkons', die langs de dijk gehangen worden.”

Aan de noordkant vindt de rivier aansluiting met recratiegebieden als het toekomstige Bentwoud, de Rottemeren en het nieuwe recreatiegebied Hitland. Er zullen nieuwe havens en aanlegsteigers komen voor de recreatievaart - de Hollandse IJssel vormt een belangrijke schakel in de zogeheten staande-mastroute, de vaarweg tussen het IJsselmeer en de Zeeuwse Delta die gebruikt wordt door zeilschepen die hun mast niet kunnen strijken. Er passeren nu jaarlijks 20.000 pleziervaartuigen en 26.000 vrachtschepen.

Vrolijks: “Maar het blijft natuurlijk ook een woon- en werkrivier. Er moeten bedrijven blijven, al zullen we sommige moeten verplaatsen. In areaal wordt de industrie misschien iets minder, maar kwalitatief beter. Langs de oevers mogen alleen watergebonden bedrijven blijven, de overige gaan binnen de dijk. En verder moet er natuurlijk woningbouw komen. Verscheidene projectontwikkelaars hebben al belangstelling laten blijken.”

Wordt de Hollandse IJssel daarmee een goudkust voor de rijken en voor draagkrachtige bejaarden? Een rivier omzoomd door IJsselstaetes? Vrolijks: “Dat moet ik altijd tegenspreken. Er zullen zeker ook goedkope koopwoningen komen van rond de 300.000 gulden. Per zelling zal bekeken worden wat financieel mogelijk is.”