Premier Frankrijk aan bomaanslag in Bordeaux ontsnapt

PARIJS, 7 OKT. Frankrijks premier Alain Juppé heeft met vastberadenheid gereageerd op de zware bomaanslag die zaterdagavond grote schade aanrichtte in het stadhuis van Bordeaux, waar hij burgemeester is. Hij laat zich niet intimideren, ook niet door de aanhoudende kritiek op zijn beleid.

Hoewel de aanslag nog niet is opgeëist, gaat de politie er voorlopig vanuit dat de Corsicaanse nationalistische beweging FLNC Canal Historique voor de explosie verantwoordelijk is. Deze beweging neemt officieel een staakt-het-vuren in acht, maar heeft zijn terreurcampagne op Corsica nauwelijks onderbroken. Sinds kort zijn ook op het Franse vasteland enige aanslagen gepleegd die dezelfde oorsprong zouden kunnen hebben. Ondermeer het gerechtsgebouw van Aix-en-Provence is getroffen door een bomexplosie.

Juppé had Bordeaux net verlaten toen de bom ontplofte aan de achterkant van het stadhuis. De premier combineert zijn baan als burgemeester van de Zuidwest Franse stad met zijn nationale functies door meestal aan het eind van de week op het stadhuis te zijn. De bommenleggers hebben gebruik gemaakt van het feit dat de achtertuin van het stadhuis een openbaar park is; daardoor was het niet moeilijk bij de achtergevel explosieven achter te laten.

“Ik ben er niet de man naar om me te laten intimideren”, zei Juppé zondag, bij terugkeer naar Bordeaux om de schade aan het 18de-eeuwse stadhuis zelf te bekijken. Vandaag zal hij de ministers van binnenlandse zaken en justitie ontmoeten, om verdere maatregelen te bespreken. “De staat kan niet wijken voor terrorisme”, aldus de premier gisteren. Gevraagd of hij Corsicaanse nationalisten aansprakelijk houdt, herinnerde Juppé aan de politiek van “extreme stevigheid” die zijn regering volgt. Herstel van de rechtsstaat op het Middellandse Zee-eiland staat voorop, “want 90 procent van de bevolking van Corsica verlangt dat van ons”. Praten met de diverse bewegingen, die eerder een status aparte dan volledige onafhankelijkheid verlangen, komt voor de regering op de tweede plaats. Pogingen daartoe zijn op een laag pitje gezet zolang de Franse wet door een aantal Corsicanen buiten werking is gesteld. Andere politieke leiders (behalve die van het extreem-rechtse Front National) hebben de aanslag ook veroordeeld.

Premier Juppé maakte van de gelegenheid, die een eerder vastgesteld tv-programma hem bood, gebruik om de stevigheid van zijn regering ook op andere terreinen te onderstrepen. De populariteit van premier en president blijft teruglopen in de peilingen, maar “ik ben niet het type dat voor zijn verantwoordelijkheden wegloopt. Die 'andere economische politiek' waar sommigen voor pleiten? Die is er niet, behalve dat zij veel meer willen gaan uitgeven, met alle gevolgen voor de economische en monetaire unie van dien.” Juppé ontkende dat de president overweegt de Assemblée Nationale vervroegd te ontbinden om eerder verkiezingen te houden dan in 1998, zoals gepland.