'Poedels' en 'halve garen' op congres Tories

BOURNEMOUTH, 7 OKT. Ex-minister Norman Lamont betitelt ex-premier Ted Heath als “dinosaurus”. Hun partijgenoot en mede-parlementariër Hugh Dykes vindt Norman Lamont “een schertsfiguur”. De voormalige partijvoorzitter Norman Tebbit kwalificeert ex-minister Geoffrey Howe als “poedel”, terwijl het parlementslid Edwina Currie haar fractiegenoot Bill Cash “een halve gare” noemt. Het Lagerhuislid Teddy Taylor zegt dat minister van financiën Kenneth Clarke zo snel mogelijk in de Theems moet worden gedumpt.

In de weken voor het partijcongres dat morgen begint in Bournemouth, hebben de Britse Conservatieven weinig kansen laten passeren om hun faam als hopeloos verdeelde partij te versterken. Ze hielden hun interne tegenstellingen niet verborgen om de schijn van eenheid te bewaren, zoals Labour vorige week deed tijdens het partijcongres in Blackpool. Terwijl Labour zich opwerpt als klaar om te regeren, gedragen de Tories zich als oppositiepartij.

Het grote verschil tussen Labour en Tories, zegt John Barnes, hoogleraar politiek aan de London School of Economics, is dat de sociaal-democraten voor het eerst in zeventien jaar de overwinnig ruiken terwijl een deel van de Conservatieven niet meer in een zege gelooft. Labour bereidt zich voor op een verkiezingscampagne. De Conservatieven maken zich op voor een leiderschapsstrijd.

Volgens Barnes worden in Bournemouth deze week de messen al geslepen die premier Major na een electorale nederlaag in de rug zullen treffen. Niet openlijk natuurlijk want niemand wil worden gezien als defaitist of verrader. Daarbij moeten alle bewindslieden de tekst van hun toespraak ter goedkeuring voorleggen aan de partijvoorzitter en premier.

Maar in de marge van het congres, tijdens de tientallen bijeenkomsten van belangengroepen die dagelijks geprogrammeerd staan, zullen de potentiële opvolgers van Major zich manifesteren, zo krachtig als ze durven, voorspelt Barnes. John Redwood, de ex-minister voor Wales die vorig jaar de handschoen al opnam tegen Major, heeft het minste te vrezen. Krachtdadig zal hij zich presenteren als kampioen van Brusselhaters en belastingverlagers. Andere kandidaten zullen omzichtiger moeten opereren omdat ze nog altijd deel uitmaken van het kabinet. Barnes verwacht dat minister van binnenlandse zaken Michael Howard en minister van defensie Michael Portillo subtiel hun blijde boodschap zullen verbreiden: “wij zijn ook nog in de race”.

Het grootscheeps gevoel van desillusie binnen de Tories, de al even wijdverbreide weerzin van veel kiezers tegen de Conservatieven, ze vallen niet te rijmen met de staat van genade waarin de Britse economie verkeert. De werkloosheid is al drie jaar dalend terwijl de reële inkomens stijgen. Groot-Brittannië beleeft haar langste periode van lage inflatie in de na-oorlogse geschiedenis.

“Die economische voorspoed zou in elke andere westerse economie genoeg zijn voor een regering om herkozen te worden”, beweert Tony Travers, politiek commentator en directeur onderzoek van de London School of Economics. Maar niet in Groot-Brittannië. Belangrijker dan hoe de economie zich feitelijk ontwikkelt, is hoeveel vertrouwen kiezers hebben in de competentie van een partij om deze economie naar haar hand te zetten. Daarom wonnen de Conservatieven vier jaar geleden ondanks de naweeën van een diepe recessie. Omdat het Britse volk de economie bij de Conservatieven toch in veiliger handen waande dan bij de Labourpartij.

Maar dat vertrouwen hebben ze al aan het begin van hun vierde achtereenvolgende kabinetsperiode verspeeld. Misschien zullen historici later vaststellen dat de Tories de verkiezingen van 1997 al vijf jaar tevoren verloren: op Zwarte Woensdag, 16 september 1992. Op die dag werd Groot-Brittannë onder druk van grootscheepse valutaspeculaties uit het Europees Wisselkoers Mechanisme verdreven. Die dag daalde het Britse pond tien procent in waarde en schoot de rente met vijf procent omhoog.

Om de economie in de jaren daarna weer op orde te brengen hebben de Conservatieven de belasting stelselmatig moeten verhogen. Terwijl ze de kiezers belastingverlaging hadden beloofd. Miljoenen Britten die hun koopkracht zagen dalen en uit hun huizen werden verdreven omdat ze de hypotheek niet meer konden betalen, zullen dat de Tories nooit vergeven. Ze zijn niet vergeten welke partij het drijfzand leverde waarop zij hun bestaan hadden gebouwd.

Ook het economisch succes van de afgelopen jaren, voor de meeste kiezers pas de laatste maanden voelbaar door een belastingverlaging en stijgende huizenprijzen, heeft dat wantrouwen niet kunnen wegnemen. Volgens Travers komt dat ook door de uitgebluste indruk die de regering wekt en doordat ze “er een potje van maakt als het om Europa gaat”. “Een kabinet dat steeds weer met zichzelf overhoop ligt, wekt wrevel bij kiezers. Wie stelt vertrouwen in een verscheurde partij?”

Conservatieven moeten deze week op het partijcongres de nadruk leggen op wat ze de komende jaren nog voor het land kunnen doen, heeft premier Major zijn collega's in het kabinet bevolen. Ze moeten eens ophouden met het rechtvaardigen van het beleid van de afgelopen jaren, met kreten die zijn ontleend aan een recente advertentiecampagne 'Ja, het deed pijn. Maar, ja, het heeft gewerkt'. Ze moeten volgens Major met praktische en realistische beloften komen. En ze moeten eens ophouden elkaar voor rotte vis uit te maken. Als ze daarin slagen, deze week en de komende zeven maanden, hebben ze bij de verkiezingen misschien nog een kans.