Naam Bouterse ontlokt applaus

AMSTERDAM, 7 OKT. De Surinaamse oud-revolutionair en activist Ludwich van Mulier spreekt al langer dan een uur, maar alle zeventig toehoorders blijven gespannen luisteren. Surinaamse immigranten in Nederland hebben te lang geaccepteerd dat “Den Haag en de Surinaamse elite” bepalen wat er met Suriname gebeurt.

“Suriname is óns land, onze geschiedenis en onze toekomst en wij willen erbij betrokken zijn.” Applaus. “Het wordt weer tijd dat Surinamers, ongeacht ras of paspoort, zich samen inzetten voor ons land.” En er is volgens Van Mulier maar één politieke leider die dit begrijpt: Desi Bouterse. Applaus.

Tegenover de Surinaamse vlag en een rij schilderijen van tropische landschappen zitten tientallen mannen en enkele vrouwen. De meesten zijn in de dertig of veertig. Samen vertegenwoordigen ze zo'n achttien Surinaamse maatschappelijke organisaties en Nederlandse afdelingen van Surinaamse partijen. Ze zijn bijeen voor de oprichting van de Federatie van Immigranten uit Suriname (FIS), die de nieuwe Surinaamse regering van president Jules Wijdenbosch “moreel en financieel” wil ondersteunen.

Wat de federatie precies gaat doen, is onduidelijk, “maar het gaat om eensgezindheid”, aldus de nieuwe voorzitter Van Mulier. Bouterse zelf had gisterochtend nog met hem gebeld om de FIS te feliciteren met de oprichting, aldus de voorzitter. Van Mulier staat bekend als NDP-aanhanger en stelde in 1990 een biografie samen van de omstreden leider Bouterse: Desi Bouterse, nationaal leiderschap en dekolonisatie.

De pas aangetreden Surinaamse regeringscoalitie van Bouterses NDP, de javaanse KTPI en de hindostaanse splintergroepering BVD moet vanuit Nederland door een multi-etnische Surinaamse organisatie worden toegejuicht en gesteund, vonden de aanwezigen. In het verleden raakten Surinamers altijd verdeeld langs etnische lijnen bij pogingen zich te organiseren, stelde Van Mulier bedroefd vast.

Maar van een nieuwe multi-etnische harmonie is niet veel te bespeuren: het vooral creoolse publiek richt zich als vanouds tegen de hindostanen. Een man verwijt Surinamers die in hun land zijn gebleven of die zijn geremigreerd, op hoge toon dat zij nieuwe immigranten uit Nederland discrimineren. “Wij willen noch in Nederland noch in Suriname tweederangs burgers zijn. Wij eisen van Desi de dubbele nationaliteit.” De hindostaanse afvaardiging van de BVD, is niet komen opdagen, en dat vindt hij tekenend. “Ze zullen overlopen. Bouta moet uitkijken.” Anderen weigeren in het Nederlands, “de taal van de kolonisator”, het woord te voeren, en spreken Srnan' Tongo.

De grootste vijand van de nieuwe organisatie, door wie Surinamers zich volgens Van Mulier hebben laten “ringeloren”, blijven de Nederlandse regering en welzijnsinstellingen. Van Mulier: “Jarenlang kregen immigranten zakken geld te besteden, zonder daarvoor verantwoording te hoeven afleggen. Wij werden gecorrumpeerd. Den Haag vroeg ons hier te komen en nu zijn we een probleem voor Nederland. En wie steun betuigt voor het onafhankelijkheidsproces in zijn land, wordt afgedaan als een Bouta-man.” De rijke hindostanen dansen volgens de vergadering nog steeds naar Nederlands pijpen. Als Mulier een hindostaanse leider 'Lachmon van Oranje' noemt, moet het publiek lachen.

En toch moeten Surinamers de dialoog aangaan, met iedereen, zo houdt Mulier zijn toehoorders na zijn uurlange betoog voor. “Onze zwakte is dat wij nooit willen praten met zij die het oneens zijn met ons. Dat moeten wij juist wél doen, daar leren we van. Neerknallen, elimineren, is geen oplossing. Met elke Surinamer, zelfs met de overloper Brunswijk, moeten we overleggen.”