Marktaandeel van categoriale gymnasia van 7 naar 9 procent

Het aantal leerlingen op zelfstandige gymnasia is de laatste jaren toegenomen. Dit blijkt uit een vandaag verschenen rapport. Deze trend gaat volgens de onderzoekers in tegen de opvatting dat het categoriale gymnasium op zijn retour zou zijn.

ROTTERDAM, 7 OKT. “Het is werkelijk fantastisch mooi.” Rector A.D. Werdekker van het Gymnasium Erasmianum in Rotterdam wijst vanuit zijn kamer naar het in schaakbordpatroon betegelde schoolplein en de nieuwbouw daar omheen. Achter dit Forum Erasmianum staan twee gymnastiekzalen, aan de rechterkant een nieuwe vleugel met negen leslokalen en een mediatheek, alles gebouwd in dezelfde stijl als het uit 1937 daterende hoofdgebouw, met zijn donkere bakstenen en kopergroene dak. De oude gymzaal is verbouwd tot aula en kantine.

De uitbreiding van het Erasmiaans - vorige week opgeleverd - was hard nodig, want het gaat goed met de zelfstandige gymnasia in Nederland. In het vandaag verschenen rapport 'Perspectiefonderzoek Categoriale Gymnasia' blijkt dat het leerlingenaantal op de 38 zelfstandige gymnasia is toegenomen van ruim 14.000 in 1975 tot bijna 21.000 in 1995. Het 'marktaandeel' van deze schoolsoort is in vijftien jaar toegenomen van 7 naar 9 procent.

Het onderzoek is uitgevoerd tegen de achtergrond van het streven van de overheid, sinds de Mamoetwet van 1968, naar schaalvergroting en integratie in het onderwijs. In het rapport concluderen de onderzoekers dat zij een aantal 'misverstanden' hebben weggenomen: het categoriaal gymnasium is niet op zijn retour, het categoriaal gymnasium is niet duur. De categoriale gymnasia zijn toegankelijk voor iedereen: de vrijwillige ouderbijdrage, gemiddeld tussen de 125 en 200 gulden, “wijkt niet significant af” van de bijdrage op scholengemeenschappen. Ten slotte blijken de financiële voordelen van een fusie van een categoriaal gymnasium met een (brede) scholengemeenschap gering te zijn. Toch doen de onderzoekers nog een aantal aanbevelingen om de financiële positie en het marktaandeel van de gymnasia te versterken, zodat “geld in elk geval geen argument kan zijn om tot integratie in een of ander scholengemeenschap te worden gedwongen”.

Voor de Vereniging van Rectoren van Zelfstandige Gymnasia (VRZG) is het nadrukkelijk de bedoeling om het marktaandeel te vergroten. “Want de behoefte is er”, zegt VRGZ-voorzitter A.A.J. Wintjes. “Ook willen we dat de gymnasia beter verspreid zijn over het land.” De huidige 38 gymnasia staan vooral in het westen en zuiden van het land. De fusiegolf van de jaren zeventig is “gelukkig wat getemperd”, zegt Wintjes. Gezien de groeiende vraag van ouders van getalenteerde kinderen naar een gymnasiale opleiding durft hij zelfs te spreken van een mogelijke uitbreiding van het aantal gymnasia. “Met dit rapport in de hand staan we wat dat betreft wat steviger in onze schoenen.”

De voorzitter van de Belangenvereniging Brede Scholengemeenschappen, B. Zweers, weerspreekt de indruk die het rapport volgens hem geeft als zou degymnasiale opleiding op een zelfstandig gymnasium beter zijn dan op een scholengemeenschap. “Dat is per definitie niet waar”, zegt Zweers. Hij is een voorstander van een gymnasiale opleiding, maar denkt dat het beter is om die aan te bieden op een scholengemeenschap. “Dat biedt organisatorisch de nodige voordelen en op een scholengemeenschap zitten kinderen niet in een maatschappelijk isolement. Bovendien hoeven zij niet van school te veranderen als ze het gymnasiale niveau niet blijken aan te kunnen.” Met name op dat laatste punt uit Zweers kritiek. Uit het rapport blijkt dat één op de drie leerlingen na één of twee jaar het gymnasium verlaat. “Logisch dus dat ze tot een hoger eindexamenresultaat komen. Ze hebben alle probleemleerlingen van school gestuurd.” Van de leerlingen die eindexamen doen slaagt 91,3 procent. Het landelijk gemiddelde van het VWO is 88 procent.

Het Erasmiaans gymnasium lijkt goed te passen in de constateringen van het rapport. Werdekker zag zijn school sinds zijn aantreden in 1983 groeien van iets meer dan vijfhonderd leerlingen naar ruim negenhonderd dit schooljaar. Ook andere zelfstandige gymnasia hebben te maken met een uitbreiding van het leerlingenbestand en zijn aan het verbouwen.

Werdekker is blij dat van een dreigende ondergang van het zelfstandige gymnasium voorlopig geen sprake is. Een kleine school met een goede opleiding vergroot de betrokkenheid van zijn leerlingen. “Dit is echt een leuk schooltype. Het biedt de leerlingen een 'wij-gevoel'. Zelf ben ik een outsider, maar inmiddels voel ik me, net als veel leerlingen een echte Erasmiaan.”