Kok tempert verwachtingen 'Maastricht II'

DUBLIN, 5 okt. Premier Kok maakte er afgelopen zaterdag geen geheim van dat het overleg van de vijftien Europese staats- en regeringsleiders zijn wens niet was geweest. Anders dan de Franse president Chirac, die op deze topontmoeting had aangedrongen omdat hij een extra impuls wenste voor de onderhandelingen over de herziening van het Verdrag van Maastricht, wil Nederland vooral voorzichtigheid.

Niet te hoge verwachtingen wekken, dat is de koers van Nederland bij de Intergouvernementele Conferentie (IGC) die volgend jaar juni onder Nederlands voorzitterschap moeten eindigen met een nieuw verdrag van de Europese Unie.

Kok grijpt dan ook iedere kans aan om te onderstrepen dat de onderhandelingen moeilijk zijn en dat het niet valt uit te sluiten dat de IGC langer duurt dan het Nederlandse voorzitterschap en dat het herziene Verdrag van Maastricht onder Luxemburgse leiding wordt ondertekend. Het drama met het Nederlandse voorzitterschap van de EU in 1991, toen het Verdrag van Maastricht tot stand kwam, zit nog vers in het geheugen.

In verband met het belangrijke voorzitterschap in het eerste halfjaar van 1997, probeert Nederland zicht te krijgen op de bedoelingen van de invloedrijkste lidstaten van de EU. Meer dan voor het informele overleg van de regeringsleiders van zaterdag in Dublin is er belangstelling naar de voorstellen voor de IGC waarmee de Duitse bondskanselier Kohl en de Franse president Chirac later dit jaar zullen komen. Als Kohl met Chirac praat, kan dat tot standpunten leiden die anderen verrassen. Goede relaties met Kohls adviseurs zijn voor de Nederlandse diplomatie onvoldoende om wensen van de bondskanselier te voorzien. Want Kohls adviseurs kunnen zelf ook verrast worden over de uitkomst van een gesprek tussen hun bondskanselier en de Franse president. Heeft Kohl eenmaal een standpunt ingenomen, dan is dat voor een Europese top van indrukwekkend gewicht. De Duitse bondskanselier geldt als een slagschip, dat als het een Europese top binnenvaart de andere regeringsleiders als eenden doet opstuiven.

Nederland staat bij het Europese overleg vaker voor verrassingen. De Nederlandse staatssecretaris voor Europese Zaken, Patijn, ging er begin september nog van uit dat Ierland als voorzitter van de Europese Unie geen Europese top zou organiseren voor de reguliere bijeenkomst van de staats- en regeringsleiders in december. De Franse president Chirac oefende druk voor een extra topontmoeting in oktober, omdat daarmee een impuls zou kunnen worden gegeven aan de IGC.

Patijn vond dat een tussentop nooit resultaten kon opleveren. Werkelijke resultaten bij onderhandelingen kunnen pas in de laatste maanden van de conferentie worden bereikt, was zijn mening. Dan zijn landen bereid om concessies te doen, omdat ze onder druk staan om te voorkomen dat de onderhandelingen op een mislukking uitlopen.

Bondskanselier Kohl was afgelopen juni tijdens Europees topoverleg in Florence akkoord gegaan met de wens van de Franse president om een extra top in Dublin te houden. Maar Patijn ontmoette zoveel politici en diplomaten die het een slechte zaak vonden om een top te houden als er geen resultaten te boeken vallen, dat hij dacht dat Ierland geen oktobergesprek van de Europese leiders zou organiseren. De staatssecretaris was dan ook hoogst verrast toen hij de aankondiging voor de bijeenkomst van afgelopen zaterdag in Dublin te horen kreeg.