Koele Jaspers geniet van thuisvoordeel

Biljarter Dick Jaspers won gisteren voor de derde achtereenvolgende maal het openingstoernooi van het circuit om de wereldbeker. Hij versloeg in de finale de Italiaan Zanetti met 3-1.

OOSTERHOUT, 7 OKT. Zelfs de biljartsport kent zijn thuisvoordeel. Spelend voor eigen publiek stijgt Dick Jaspers boven zichzelf uit. In de finale is hij veel sterker dan de Italiaan Marco Zanetti. Na ongeveer twee uur spelen draait Jaspers de keu uit elkaar, zoent zijn vrouw en neemt de cheque ter waarde van 22 mille dankbaar in ontvangst.

Na afloop is hij opvallend emotioneel. De 31-jarige Jaspers staat bekend als een koele kikker, als een saaie man die geen onvertogen woord spreekt. Hij blijkt intens te hebben genoten van het toernooi in cultureel centrum De Bussel in Oosterhout. “Ik ken hier zo veel mensen. Hartstikke leuk allemaal. Zo'n volle zaal is heel inspirerend. Je wilt de mensen iets laten zien. Innerlijk trilde ik, maar ik kon toch goed omgaan met de spanning.”

Hij woont in Sint-Willebrord maar voelt zich thuis in Oosterhout. Dertig kilometer bedraagt de afstand op de kaart. Voor Jaspers is het een hemelsbreed verschil. “De eerste drie jaar ben ik telkens op en neer gereden. Toen werd ik meteen uitgeschakeld. Hier slapen bevalt me veel beter. Als je een toernooi gaat spelen, moet je verder niets aan je hoofd hebben. Dan moet je ver weg van huis zijn. Nee, mij krijgen ze me hier nooit meer weg.”

Biljarten is een concentratiesport. De topspelers zijn uiterst serieus met hun vak bezig en willen voor altijd afrekenen met het imago van drank en sigaretten. In de finale tussen Jaspers en Zanetti valt slechts één onvertogen woord. “Nein”, roept de 34-jarige speler uit Bolzano in de vierde set. Zanetti heeft een gemakkelijke bal gemist en loopt ontevreden naar zijn stoel. Hij legt de klamme handen in een kom met water en ziet zijn tegenstander langzaam naderbij sluipen. Jaspers staat bekend als een trage biljarter. “Snel spelen op dit niveau vind ik dom. Het kan mij niet schelen wat de anderen er van vinden. Ik ben gewoon Dick Jaspers.”

Op matchpoint neemt hij uitvoerig de tijd. De ballen liggen ogenschijnlijk gunstig in de hoeken van de tafel. Ze worden grondig geïnspecteerd door de frêle speler met de kleine snor en de grote bril. Hij legt de keu horizontaal op de tafel, precies zoals het in de lesboeken voorgeschreven staat. Hij kiest voor een moeilijke variant. Met een subtiele handbeweging maakt hij het beslissende punt. Bravo Dick, roepen zevenhonderd streekgenoten in de zaal. Hij balt zijn vuisten en bedankt zijn echtgenote. Ze is hoogzwanger en moet over een paar weken voor “een tweede hoogtepunt” zorgen. De invloed van de vrouw van een sportman wordt nog wel eens onderschat, maar niet door Jaspers. Sinds Andrea langs de kant zit, is zijn spel aanzienlijk vooruitgegaan. “Ze is een beetje mijn psychologe. Ik ben door haar een stuk volwassener geworden. Als ze langs de kant zit voel ik me heel sterk. Ik bloos niet meer als ik mis.”

Als klein jongetje leerde hij biljarten in het café van zijn grootmoeder. Hij zag hoe plaatsgenoot Christ van der Smissen de ballen verzamelde en kreeg zelf steeds meer handigheid in het driebanden. De laatste jaren staat Jaspers in eigen land op eenzame hoogte. Hij is de nummer drie van de wereld en heeft inmiddels vijf wereldbekertoernooien gewonnen. Het kwaliteitsverschil met Torbjörn Blomdahl wordt steeds kleiner. De Zweed geldt als de meest getalenteerde speler, maar in Oosterhout stelt hij teleur met een derde plaats. In de halve finale verliest hij van zijn trainingspartner Zanetti.

De Italiaanse econoom, handelaar in spijkerbroeken, heeft een dag later tegen Jaspers weinig in de brengen. Zanetti is wederom niet opgewassen tegen de extra druk die het spelen van een finale teweegbrengt. Hij wordt al tien jaar als een wereldtopper beschouwd, maar op het beslissende moment verkrampen zijn spieren, verstijft zijn speelarm en klotsen zijn ballen. Jaspers daarentegen is uitstekend bestand tegen het moeten presteren. Hij speelt in de finale met een moyenne van ruim twee punten per speelbeurt. Lossebanders, harmonica's, zevenbanders, doorstoters: hij tovert zijn hele repertoire tevoorschijn.

Volgens de toernooidirecteur heeft Jaspers zijn sport tot kunst verheven. De winnaar heeft een bescheiden karakter en voelt zich ongemakkelijk onder de spotlights tijdens de prijsuitreiking. In de kleedkamer komt hij tot bedaren en geeft hij een uitvoerige analyse over de schoonheid van het spel en het geluk dat een kampioen ten deel valt.

“Jullie weten niet hoe moeilijk een makkelijke bal is. Een driehoek is een driehoek, zeggen de mensen. Maar zo simpel is het niet. Daarom is deze sport zo fascinerend. Je moet altijd leergierig blijven. Ik heb dit weekeinde veel inspiratie opgedaan tijdens de andere partijen. Ik heb stilletjes zitten genieten. Mij hoor je dan ook niet klagen. Ik ben heel dankbaar dat ik biljarter ben. En dat ik er een goede boterham mee kan verdienen.” Hij kijkt in de spiegel en is trots op zichzelf. Hij hangt zijn smokingvest aan een kleerhanger en frunnikt aan zijn overhemd. De manchetknopen blinken in de bedompte ruimte. Zijn initialen zijn in goud gedrukt. DJ ruikt zijn eerste wereldtitel. “Het moet er nu maar eens van komen.”