IJsland geologisch gezien jong eiland

ROTTERDAM, 7 OKT. Geologisch gesproken is IJsland een jong eiland. Het plateau steekt 400 tot 800 meter boven de Atlantische Oceaan uit, met daarop een aantal kegelvormige vulkanen, en is onderdeel van de Middenatlantische Rug. Daarmee behoort het noch tot het vasteland van Europa, noch tot Groenland.

IJsland bestaat uit basaltschilden daterend uit het vroeg-Tertiair (ruim zestig miljoen jaar oud), afgewisseld met lagen vulkanische as van recentere datum. Bij de jongere lagen gaat het om geconsolideerde vulkaanas, mariene schelplagen en lava.

Met 2119 meter is de Vnannadalsvulkaan het hoogste punt. Vooral de noordkust is door fjorden diep ingesneden. Centraal op het eiland liggen uitgestrekte lava- en gletsjervelden. De Vatnajökull-ijskap aan de zuidoostkant van het eiland is met 8400 km het grootst. Van zuidwest naar noordoost loopt de Centrale Slenk, 40 tot 100 kilometer breed en met aan de oppervlakte talrijke rekbreuken.

IJsland is rijk aan vulkanen, geisers en fumarolen (hetelucht ventielen). Vulkaanuitbarstingen spelen zich voor een deel af onder de zeespiegel, of onder gletsjers. Bij het laatste type kan de opwellende gloeiende lava zich door de gletsjer heenboren en massa's smeltwater genereren, zoals nu met de Bárdabunka het geval is. Tussen 1963 en 1967 vormde zich als gevolg van een vulkaanuitbarsting voor de zuidwestkust het eiland Surtsey, dat sindsdien 170 meter boven de zeespiegel uittorent. In 1973 ontstond bij een spleeteruptie op het eiland Heimaey, op 15 kilometer voor de zuidkust gelegen, een 200 meter hoge nieuwe vulkaan die een nabijgelegen vissersdorpje deels wegvaagde.