IEDERE WEEK EEN BELGIË-NEDERLAND

Van wedstrijdjes onder de kerktoren hebben de ijshockeyers van de Phantoms uit Deurne hun buik vol. De 'jongens van Antwerpen' krabbelen daarom dit seizoen mee in de Nederlandse competitie. “Tegen Hollanders spelen verveelt nooit.”

In de hal van ijsbaan Ruggeveld aan de rand van Antwerpen weerkaatst het jengelende stemgeluid van enkele kinderen. Waarna het sonore gebrom van de vriesinstallatie weer bezit neemt van de ijsarena. Het is zaterdagavond, bijna half negen en de ijshockeyers van de Phantoms maken zich op voor een wedstrijd tegen Utrecht. Hockey Night in Antwerp! jubelt de aankondiging, maar de werkelijkheid stemt somber. Hooguit zestig belangstellenden verzamelen zich vanavond achter de houten boarding van de schaatsovaal in Deurne.

De matige opkomst kan het gemoed van Eddy Flebus niet verstoren. Integendeel. De voorzitter, gestoken in een modieus kostuum, gloeit van trots. Met ferme tred beent hij door de hal. Iedere passant kan rekenen op een warme handdruk of een bemoedigende klop op de schouder. De eerste thuiswedstrijd van 'zijn' Phantoms in de Nederlandse eredivisie is aanstaande en Flebus, in het dagelijks leven systeem-administrator, blijkt een gelukkig man. “De jaren dat wij onder de kerktoren speelden, behoren tot het verleden. Vanaf nu zullen onze jongens er voor moeten vechten.”

In de Belgische competitie, met clubs als Geel, Heist-op-den-Berg en Herentals, maakte Deurne de laatste jaren de dienst uit. Tegenstand ondervond de ploeg niet of nauwelijks. Van de dertig wedstrijden verloren de Phantoms er het afgelopen seizoen maar drie, vertelt Flebus. “Maar alleen maar winnen gaat ook vervelen. Onze jongens raakten op gegeven moment gedemotiveerd. Ze gingen met steeds meer tegenzin het ijs op. Omdat ze wisten dat ze toch wel zouden winnen.”

De sportieve overmacht leidde bovendien tot een daling in de bezoekersaantallen, constateerden Flebus en de zijnen. “Na de bekerfinale van het afgelopen seizoen kwam het volk niet meer. Zelfs de supporters vonden het gewoon niet leuk meer. Ook zij willen spanning zien en die konden wij ze niet bieden.” Dat de fans het vanavond laten afweten, wijt Flebus aan de ongebruikelijke programmering van het bekerduel. Gewoonlijk werkt Deurne op zondagavond zijn thuiswedstrijden af. “Bovendien is Antwerpen een bruisende metropool die op zaterdagavond meer te bieden heeft dan alleen maar ijshockey.”

Met honderdvijftig leden mag Deurne zich de grootste ijshockeyvereniging noemen van het land dat naar schatting duizend actieve beoefenaars telt. IJshockey in België leidt anno 1996 een marginaal bestaan. De geringe populariteit vertaalt zich in het bedenkelijke niveau van de Belgische eredivisie.

Vóór de Tweede Wereldoorlog werden de Rode Duivels ooit wereldkampioen in de razendsnelle teamsport met puck en stick. Het zijn lang vervlogen tijden. De nationale selectie krabbelt tegenwoordig anoniem mee in de D-poule, de kleuterklas van het internationale ijshockey. Begin dit jaar eindigde de ploeg op de vierde plaats bij het WK in de op één na laagste divisie.

Overigens vergaat het de sport in Nederland niet veel beter. In de jaren zeventig beleefde het ijshockey hoogtijdagen. Ook toen kwamen enkele clubs uit België uit in de hoogste afdeling van de nationale competitie. Brugge en Luik gingen de strijd aan met gevestigde namen als Heerenveen en Tilburg. Begin jaren tachtig zette het verval in, zowel op nationaal als op internationaal vlak. De Nederlandse ploeg handhaafde zich dit jaar ternauwernood in de B-poule.

De eredivisie, onderverdeeld in een strijd om de beker en een reguliere competitie, gaat al jaren gebukt onder een gebrek aan belangstelling en financiële middelen. Afgelopen seizoen kromp de Nederlandse IJshockeybond de eredivisie noodgedwongen in tot zes clubs. Groot was het enthousiasme afgelopen zomer op het bondsbureau toen Utrecht en Deurne zich aanmeldden en bleek dat de financiële huishouding van beide clubs in orde was.

Volgens voorzitter Flebus is de stap naar de Nederlandse competitie een logische keuze. De Phantoms willen hogerop. In België hebben “de jongens van Antwerpen” niets meer te zoeken. “Hier ontbreekt het aan sportieve uitdagingen. De Nederlandse competitie is weliswaar niet de sterkste van de wereld. Maar voor ons zal het al lastig genoeg worden om eens een wedstrijdje te winnen.”

De entree in de Nederlandse eredivisie vergt een omslag binnen de clubcultuur, vertelt Flebus. Het bestuur trok de begroting deze zomer op naar drie miljoen Belgische franken, bijna 200.000 gulden. Extra inkomsten verkrijgt het bestuur door het organiseren van disco-avonden in de ijskoepel aan de Ruggeveldlaan. Blijft één wens: een gordijn om de niet-betalende kijkers in de aangrenzende kantine het zicht te ontnemen. Flebus: “Dat scheelt ons de nodige franken.”

Ook op sportief vlak roerde de club zich deze zomer. Voor het eerst mengde Deurne zich op de transfermarkt. Twee Amerikanen, een Canadees, een Spanjaard, een Zweed en een Fin verdedigen dit seizoen de blauw-gele clubkleuren. Het internationale keurkorps completeert de selectie die al tien spelers van de Belgische nationale ploeg herbergt.

Flebus hoopt met de entree in de Nederlandse competitie voorgoed een einde te maken aan de heersende gemakzucht. Want Belgen zijn levensgenieters en zeker zij die hun wortels in Antwerpen hebben, zo weet de voorzitter. “In de afgelopen twintig jaar kwam het nooit voor dat ons team het gehele seizoen presteerde. In januari of februari gingen de meesten skiën en was het plotseling gedaan met het ijshockey. Ja, dat is een Antwerpse gewoonte hè. Wij zijn plesanterig.”

Aan Jos Lejeune de taak om de mentale weerbaarheid te versterken. De eerstejaars coach, tevens bondscoach en oud-speler van Deurne, onderkent de zwakke stee van het Belgische ijshockey. “Belgen zijn wellicht iets te gemoedelijk voor deze tak van sport. Een Nederlander is van nature harder en agressiever. Die benadering is onmisbaar in het ijshockey. Die hardheid wordt ons dit seizoen hopelijk opgedrongen.”

Bijkomend voordeel van de opmerkelijke stap: elke wedstrijd geldt als een Derby der Lage Landen. De 'Hel van Deurne' stond in de jaren vijftig en zestig symbool voor de verbeten duels die voetbalploegen van Nederland en België uitvochten in het Bosuil-stadion van FC Antwerp, op een steenworp afstand gelegen van ijsbaan Ruggeveld. Lejeune: “Natuurlijk spelen die sentimenten een rol. Maar het zal moeilijk zijn om dat aparte sfeertje het gehele seizoen vol te houden.”

Doelman Luc Van Walle, zaterdag met een knieblessure langs de kant, deelt de mening van zijn coach niet. “Tegen Hollanders spelen betekent een extra motivatie. Dat gaat nooit vervelen.” De 27-jarige international onderstreept de noodzaak van deelname aan de Nederlandse competitie. “In mijn ogen de enige manier om het Belgische ijshockey van de ondergang te redden. Een Nederlander heeft meer lef, een Belg wordt liever gezien als underdog. Dat kan niet bij het ijshockey.”

Tegen de gehelmde ijsworstelaars uit Utrecht blijkt zaterdag weinig van die vermeende onderdanigheid. De Phantoms trekken fier ten strijde. In de tweede periode neemt de ploeg zelfs een comfortabele 3-1 voorsprong. Pas in het derde en laatste bedrijf komen de roodhemden uit Nederland langszij. Vijf minuten voor tijd maakt Frank Versteeg voor Utrecht de winnende treffer (6-5).

Van Walle laat na afloop een krachtterm vallen, herstelt zich en zegt: “Toch denk ik dat nog veel Nederlandse ploegen zich hier zullen verslikken in de Belgenmoppen.”