'Hij werd kampioen, ik was uitgeput'

Ik was bij wijze van spreken al weg van wielrennen nog voordat ik kon lopen. Maar serieus: op mijn vierde werd ik al helemaal gek wanneer ik iemand op een racefiets door het dorp zag rijden. Dat vond ik geweldig! Mijn vader was ook een wielerfan. M'n eigen zoon heeft daarentegen niets met wielrennen. Het is een goeie jongen, maar ik vind het toch wel jammer dat hij er niets om geeft.

Voor Adri van der Poel heb ik altijd een zwak gehad. Hij woonde vlak bij ons, waardoor ik hem als jeugdrenner al kende. In die tijd kon hij geen platte prijs rijden, zoals dat hier heet. 'Stop er toch mee', zei zijn vader. Maar Adri was zó ambitieus, hij had er alles voor over om de top te halen. Die mentaliteit spreekt me aan.

Hij kwam in zijn jonge jaren vaak in een café hier. Niet om te drinken. Nee, dan stond hij achter de flipperkast. Omdat hij toen nog niet zoveel geld had, hebben we met wat café-bezoekers een fanclub voor hem opgericht. Wanneer er dan wat kapot ging aan z'n fiets, kon het tenminste gemaakt of vervangen worden.

Al snel had die club vijfhonderd leden. We huurden bussen om Adri te kunnen volgen en aan te moedigen. Zelf heb ik op zolder alle shirtjes liggen waarin hij ooit heeft gereden. Ook heb ik kammetjes en tandenborstels waarop zijn naam staat. Op die zolder heb ik in m'n vrije tijd ook twee, in eigen beheer uitgegeven wielerboeken geschreven. Eentje over Adri: 'De kampioen van het karakter'.

Na liefst vijf keer tweede te zijn geworden, werd Adri dit jaar wereldkampioen bij de veldrijders. Dat WK zag ik op tv. Toen hij over de streep ging, was ik uitgeput en had ik moeite m'n ogen droog te houden. Het was bijna alsof ik zelf wereldkampioen was geworden, zo mooi.