HCAW is de speeltuin ontgroeid

BUSSUM, 7 OKT. Toen de bloemen eenmaal waren uitgereikt, bestond de inhoud van de emmers enkel nog uit water. De honkballers van HCAW wisten daar wel raad mee. Als kleine kinderen gooiden ze elkaar en hun coaches nat. Een keurig in het pak gestoken heer-op-leeftijd op de tribune keek z'n ogen uit bij het tafereel: “Nou, nou, nou zeg. Wat een ongekende gebeurtenis hier in Bussum. Of zijn de douches soms kapot?”

De douches waren niet kapot. HCAW was zojuist voor het eerst in de 39-jarige geschiedenis van de club kampioen geworden. In het vijfde en beslissende duel om de landstitel werd Kinheim uit Haarlem met 8-4 verslagen, waardoor HCAW de Holland Series met 3-2 won.

Honkbal Club Allen Weerbaar - volgens een brochure van de vereniging 'de trots van Bussum' - speelt al sinds mensenheugenis op het hoogste niveau van Nederland. Tot het begin van de jaren negentig zonder opvallende successen. Als niet tegen degradatie gestreden hoefde te worden, was een plaats in de middenmoot doorgaans het hoogst haalbare.

Eigenlijk, zo herinnert Graig McGinnis zich, werd HCAW in honkbalkringen jarenlang nooit zo serieus genomen. Sinds drie jaar is de Amerikaan hoofdcoach van de club. In de jaren tachtig kwam hij als speler van andere hoofdklasse-verenigingen echter regelmatig uit tegen HCAW. “De club had toen de naam een soort speeltuinvereniging te zijn. Lekker gezellig met elkaar ballen, dat leek het voornaamste streven. Presteren had absoluut geen prioriteit.”

De laatste jaren is daar verandering in gekomen. Meer aandacht voor de eigen jeugdopleiding en het streven om een hechte selectie bijeen te brengen én bijeen te houden moesten de club sportieve successen brengen. Wat bij het werven van nieuwe spelers opvalt, is dat HCAW weigert mee te doen met andere clubs als het om het bieden op honkballers gaat. Afhankelijk van hun status - bijvoorbeeld rookie, basisspeler of international - ontvangen de spelers een vaststaand bedrag. Wie meer wil, zoekt maar een andere club, heet het in Bussum.

Lars Koehorst, de international die net niet werd geselecteerd voor het nationale team dat afgelopen zomer deelnam aan de Olympische Spelen in Atlanta, looft die duidelijkheid omtrent de financiën bij HCAW. “Iedereen weet zo waar hij aan toe is. Omdat de verschillen in vergoeding verder niet groot zijn, krijg je daar ook geen scheve gezichten over.” Volgens Koehorst, sinds 1991 uitkomend voor HCAW, is de sfeer binnen de club één van de voornaamste redenen van het huidige succes. “Wie hier komt spelen, verkast niet meer. Dat zie je aan de huidige selectie, die bestaat eigenlijk al jaren uit dezelfde spelers.”

Een paar keer per jaar moeten die spelers zich ook buiten het honkbalveld voor de club inzetten. HCAW heeft namelijk een 'reglement zelfwerkzaamheid'. Dit reglement verplicht elk lid 'tot het uitvoeren van een hoeveelheid werkzaamheden ten behoeve van HCAW'. Ook de honkballers en coaches van het eerste team ontkomen niet aan de plicht klussen voor de club op te knappen, al worden zij tijdens het seizoen zoveel mogelijk ontzien. Koehorst en zijn collega's konden daarom dit jaar al ruim voor aanvang van de competitie aan de slag: rondom het veld van HCAW plaatsten ze hekken die ze eerder bij een failliet gegane vereniging uit de buurt hadden gesloopt. “Omdat je zoiets met alle jongens doet, is het nog hartstikke leuk ook. En voor de teambuilding kan het natuurlijk evenmin kwaad”, aldus Koehorst.

Achter de door de HCAW-spelers zelf neergezette hekken was het gisteren dringen om van diezelfde spelers een glimp op te vangen. Ruim tweeduizend toeschouwers waren op het beslissende treffen tegen Kinheim in de Mr. Cocker Base- and Softballvalley - een mond vol voor een honkbalveld met enkele tribunes er omheen - afgekomen. Al in de eerste slagbeurt van het beslissende duel nam de thuisclub een ruime voorsprong. Dat was vooral te danken aan uitermate zwak werpen van Eelco Jansen. Al na vijf minuten waarin drie HCAW-spelers de thuisplaat wisten te bereiken werd hij op de heuvel vervangen door Walter van Dijk.

Na de eerste, met een 4-0 voorsprong afgesloten inning is de overwinning van HCAW nauwelijks nog in gevaar geweest. De werpers van de thuisclub, Jurriaan Lobbezoo en Danny Wout, waren uitstekend op dreef, net als hun ploeggenoten aan slag en in het veld. Koehorst was met een vangbal uiteindelijk verantwoordelijk voor het einde van de wedstrijd en de eerste landstitel voor de Bussummers.

Een titel die een natte coach McGinnis het gevoel gaf alsof hij weer even “een jongen” was. Maar dan wel een jongen die, net als HCAW, de speeltuin definitief ontgroeid is.