Gaddafi schokt Turken: staat voor Koerden

ANKARA, 7 OKT. Het al omstreden bezoek het afgelopen weekeinde van de Turkse moslim-fundamentalistische premier, Necmettin Erbakan, aan Libië is in een schandaal geëindigd door de mededeling van de Libische leider Moammar Gaddafi aan Erbakan dat de “Koerden recht hebben op een eigen staat”.

Volgens een zichtbaar geschokte Erbakan “heeft Turkije geen problemen met de Koerden, maar kampt het land met (Koerdisch) terrorisme”. De populaire Turkse kranten vinden zijn opstelling te mild. Ze zijn unaniem van mening dat de fundamentalisten hebben toegestaan dat de eer van Turkije werd bezoedeld. “Ze zullen zich voor het Turkse volk moeten verantwoorden”, haalde de populaire Hürriyet vanmorgen op de voorpagina uit.

Staatsminister Abdullah Gül, de rechterhand van Erbakan, omschreef de opmerking van Gaddafi als “volstrekte nonsens”. “Maar het is onmogelijk om onbeschoftheid met onbeschoftheid te beantwoorden.”

Om zijn eer nog enigszins te redden onderhandelde Erbakan gisteren 13 uur lang met zijn Libische ambtgenoot, Abdel Majeed Ku'ad, over de precieze bewoordingen van een anti-terrorisme- en handelsakkoord tussen Libië en Turkije. Ankara drong erop aan dat hierin expliciet zou worden vermeld dat de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die strijdt voor een onafhankelijke Koerdische staat, een terreurorganisatie is. Libië bleef weigeren zover te gaan.

De Turkse vice-premier Tansu Çiller, de leider van de conservatie Partij van het Juiste Pad (DYP), riep Erbakan gisteren op om geen enkel contract met Libië te ondertekenen. Libie heeft ruim 300 miljoen dollar schuld aan Turkije, de belangrijkste reden van het bezoek van Erbakan aan Gaddafi.

Çiller vertolkte met haar oproep aan haar coalitiepartner de gevoelens van een groot deel van het Turkse volk, die van het begin af aan bezwaar hadden aangetekend tegen de reis van Erbakan naar Libië - een islamitisch land - zij het dat Gaddafi er een eigen, vrijzinnige interpretatie van de islam op nahoudt - met een eigensoortig dat terrorisme ondersteunt en daarom onderworpen is aan sancties van de Verenigde Naties. Minister van binnenlandse zaken Mehmet Agar weigerde juist om die reden om zijn fiat te geven aan de ontmoeting van Erbakan met Gaddafi. In de kranten van vandaag krijgt hij grote bijval voor die houding. Agar zou met zijn weigering tevens de bezwaren van de Turkse legerstaf en de veiligheidsautoriteiten hebben verwoord tegen het aanhalen van de banden met juist dit soort islamitische landen.

Turkije is al sinds 1984 in een guerrilla-oorlog met de PKK verwikkeld. De afgelopen weken stierven in die strijd gemiddeld drie soldaten per dag, wat de binnenlandse haat tegen de Koerden verder opdrijft. Erbakan heeft overigens bij zijn aantreden ruim drie maanden geleden geprobeerd om een dialoog met de Koerden op gang te brengen. Maar zijn aanpak stuitte op grote kritiek van de Turkse gevestigde orde, die vasthoudt aan een militaire oplossing van het conflict.