Een rooms publiciteitsoffensief

Alsof het afgesproken werk is: de hoogwaardigheidsbekleders van de rooms-katholieke kerk in Nederland zijn de laatste tijd bijna niet meer van het tv-scherm te sláán. Ze duiken op in de vreemdste programma's bij omroepen die hen tot voor kort met de grootst mogelijke achterdocht vervulden.

De wanhoop lijkt groot. Er moeten zieltjes teruggewonnen worden. Als het niet kwaadschiks gaat - met bittere banvloeken en verboden -, dan maar goedschiks.

Onlangs dook de Bredase bisschop Muskens op in VPRO's Veldpost, een nog vrijwel onbekend programma over de onderkant van de samenleving. Er komen nogal wat verwaaide mannen in voor die uitleggen waarom ze geen werk hebben, en er soms aan toevoegen dat ze dat ook nooit hopen te krijgen. Opeens komt bisschop Muskens hun ongevraagd vertellen dat ze wel een broodje mogen pikken als ze het niet meer rooien.

Alleen al het noemen van de naam van de VPRO zou tot voor kort voldoende zijn geweest om de prelaten, rillend van ontzetting, terug te jagen naar hun kloostercellen. De VPRO uit Hilversum! Daarbij vergeleken waren Sodom en Gomorra lieflijke oorden waar hooguit een glaasje te veel werd gedronken.

Kardinaal Simonis moet interessante, meditatieve tijden hebben doorgemaakt. Zijn public-relationsbeleid was altijd uitzonderlijk defensief. Interviews werden met tegenzin toegestaan, mits de vragen een week tevoren op het bureau van de persvoorlichter waren. Vervolgens kreeg de interviewer hooguit twee afgeknepen uurtjes, waarna de kardinaal zich schielijk uit de voeten maakte.

Het heeft allemaal niet mogen baten: die kerk bleef maar leegstromen. Het kerkvolk morde niet langer, het bleef gewoon weg, en de priesters volgden in groten getale dit voorbeeld.

Wat te doen? Misschien heeft Simonis het afgelopen jaar de tv-documentaire over bisschop Gijsen op IJsland gezien. Symbolische beelden. Een eenzame die-hard in de letterlijke en figuurlijke kilte van het volstrekte isolement. Een bikkelharde geloofsovertuiging de vriesdood nabij.

Simonis kauwde op zijn sigaartje en riep zijn voorlichter.

“Bel de televisie”, zei hij.

“KRO's Kruispunt?” vroeg de voorlichter, traditiegetrouw.

“Nee. Eerst de NCRV. Die wilden me toch met die rare artiest in één programma?”

“Van Dis?”

“Precies. Is dat niet die viespeuk van 'Turks Fruit'?”

“Ik zoek het voor u op.”

Er kwamen leuke reacties op dat programma, en de kardinaal dacht: nu doorzetten. Had Willibrord Frequin hem niet gevraagd voor een programma op RTL 4 dat Toppers heette? Een vreselijk programma, dat kon niet anders, maar er werd goed naar gekeken: wel meer dan een miljoen kijkers. Stel je voor dat tien procent daarvan...

We gaan ervoor, dacht de kardinaal modern.

Hij moet de afgelopen weken verschrikkelijk geleden hebben, maar er was geen weg meer terug. Frequin stelde hem op zijn bekende patjepeeërstoon vragen van een, zelfs voor RTL 4, ongehoorde stupiditeit. Of je niet beter met een vrouw dan met God getrouwd kon zijn. Of hij nooit eens 'iets erotisch' voelde. Of hij zijn slaapkamer mocht zien. Nee? Of hij dan wel in een eenpersoonsbed sliep (''hèhèhè''). Of de kerk niet een leider met meer charisma nodig had,'' zo'n type als ik, een beetje leuk, met humor erbij, want jullie zijn toch allemaal een beetje ouwe knarretjes''.

Ach, wat had hij allemaal niet moeten doorstaan, de voorbije weken, voor het heil van de kerk. Frequin had met hem naar de paus gewild, samen met dat mens, die tv-presentatrice Caroline Tensen. Ze wilden per se aan de paus worden voorgesteld, en zelfs dát had hij nog voor hen geregeld (“dit is een Nederlandse tv-presentatrice”). Frequin had hem ten slotte naar het circus meegezeuld waar hij bij de aanblik van elke vrouw had gevraagd: “Vindt u dat niet mooi?”

Maar het meest gênante was dat moment geweest waarop hij zich van zijn habijt had moeten ontdoen. Frequin had, op de knieën gezakt, hem geholpen bij het losknopen. Op gulphoogte had Frequin gezegd: “Wel een vreemde plek hoor...” Hij had snel weggekeken. Een waanzinnig verlangen flitste door hem heen: IJsland.