DIE ZEIT

Theo Sommer mengt zich in Die Zeit in de polemiek over de wijze waarop Westerse democratieën moeten omgaan met landen die het niet zo nauw nemen met de naleving van (internationale verdragen over de bescherming van elementaire) de mensenrechten.

Vorige maand hield de Duitse bondpresident Herzog een pleidooi voor een 'pragmatische omgang' met de mensenrechten in de internationale betrekkingen en voor een strategie van 'geduldig argumenteren'. Dat kwam hem in Die Zeit van vorige week op stevige kritiek te staan van de Berlijnse publicist Herzinger, die de toenemende populariteit van afzijdigheid in het Westen beschouwt als alibi voor een welvaartsisolationisme. Dat leidt op den duur onvermijdelijk tot de ondergang van Westerse democratieën, redeneerde Herzinger. Sommer distantieert zich van diens betoog en schaart zich achter de opvattingen van de bondspresident. Volgens Sommer schiet de beschouwing van Herzinger in filosofisch, historisch en politiek opzicht tekort. Wat dat laatste betreft: Herzinger verwijt de pragmatici 'cultuurrelativisme', maar zijn programma voor 'universalisme' mondt volgens Sommer uit in een dubieus pedagogisch imperialisme met Westerse normen en waarden, dat geen snars beter is dan het oude territoriale imperialisme.