De blijde boodschap van een domineesdochter

Jannah - New Lady in Jazz. Ned 3, 20.57-22.00u.

Nederlandse jazz naar Amerika exporteren, het lijkt op koffiebonen naar Brazilië brengen. Rita Reys, de koningin-moeder van de Nederlandse jazz, deed het in 1956 toch en kwam met zes plaatkantjes met Art Blakey terug. De vaderlandse jazzfan glom van trots maar Amerika was nogal zuinig met lof. 'Niet gek - voor een buitenlandse dan', dat was de teneur. Er is sindsdien een hoop veranderd, in de Nederlandse jazz, maar ook in de Amerikaanse appreciatie. Gitarist Jesse Van Ruller, pianist/componist Martin Fondse en zijn collega Michiel Borstlap ondervonden het, ze wonnen dit jaar alle drie een prijs in Amerika. De jonge zangeres Fleurine scoorde op een andere manier: door een bijna geheel Amerikaanse cd, met uit Nederland alleen Van Ruller naast zich.

De Surinaamse predikantsdochter Denise Johanna Zeefuik, onderwerp van Hans Hylkema's documentaire Jannah - New Lady in Jazz, is vergeleken met de bovenstaanden een zeer late roeping. Ze was al 26 toen ze zich inschreef op het conservatorium en pas tien jaar later presenteerde ze als Denise Jannah haar debuut cd 'Take it from the Top'. Die kwam echter wel terecht op het bureau van de Amerikaanse criticus Gary Giddins, die haar bij het 'doordraaien' van een stapel onbekenden, bijna 'per ongeluk' ontdekte. Hij wijdde er een pagina aan in The Village Voice en was daarbij niet karig met lof. Dat trok de aandacht van Bruce Lundvall van Blue Note Records en vanaf dat moment ging het razendsnel. In januari '95 tekende ze in het Rotterdamse hotel New York een contract voor drie cd's met wereld-distributie, een feit dat uitgebreid aandacht kreeg in het NOS-journaal. Een half jaar daarna verscheen 'I was born in Love with you', op Jannah na een 'all American' produktie die vier weken prijkte op de Nederlandse Top Honderd, een ongewone plek voor een jazz-cd.

Hans Hylkema volgde Jannah een jaar lang intensief. Bij concerten en studio-opnamen in Nederland en New York. Op familie-bezoek in Paramaribo. Zingend met haar zussen en haar grootmoe en zelfs bij een orgel in de kerk. Hij sneed de beelden vervolgens zo 'snel' door elkaar dat je wel een goed idee krijgt van Jannah als mens; aardig, bescheiden en vooral heel blij, maar minder van haar status als zangeres.

Opvallend is hierbij hoe vaak Hylkema de beelden en de muziek a-synchroon laat lopen. Je hoort Jannah (nog) losjes zingen op een Surinaams erf maar ziet haar (al) gespannen voor een microfoon in New York. Het dwingt de kijker/luisteraar tot de conclusie dat het in elk geval niet 'gewoon' is: een Surinaamse zangeres, woonachtig in Nederland, die zich bedient van een in Amerika ontwikkelde muzikale taal.