DAF heeft geleerd van verleden

ROTTERDAM, 7 OKT. DAF Trucks ging in maart 1993 van start, kort na het faillissement van het oude DAF-concern dat in een structurele verliespositie was geraakt. De nakomeling kon alleen het licht zien doordat de Nederlandse en Vlaamse overheid, een aantal banken en grote beleggers bereid waren er nieuw geld in te steken. De Nederlandse staat bezit nu iets minder dan de helft van de aandelen.

De ondergang en wederoprichting van DAF kwamen vier jaar na de succesvolle introductie van de aandelen van DAF, tot dan toe een besloten familiebedrijf, op de Amsterdamse effectenbeurs. De animo voor de aandelen op de beurs was bij de start ongekend: het publiek was 'DAF maf', zeiden de banken die de aandelen zonder problemen aan de man konden brengen. De immer scherp fluctuerende markt voor vrachtwagens, die in het begin van de jaren tachtig ook tot een reddingsactie voor het bedrijf noopte, bracht DAF in de loop van 1992 aan de rand van de afgrond. Een overnamepoging door de Duitse industriële gigant Daimler-Benz mislukte, evenals een reddingsactie door de overheid en de banken.

De constructie die bij DAF is toegepast betekende dat het nieuwe bedrijf in vrijwel alle opzichten met een schone lei kon beginnen. Een groot deel van DAF's problemen werd met het faillissement en het massa-ontslag zonder afvloeiingsregeling van 2.500 werknemers afgewenteld op de samenleving, de aandeelhouders en de schuldeisers. De nieuwgeborene was daarmee schuldenvrij en bevrijd van een aantal blokken aan het been. Daardoor en door een zeer opvallend herstel van de vrachtwagenmarkt kon de nieuwe onderneming van meet af aan fraai omzet- en winstcijfers tonen. De nieuwe truckfabrikant kon, met een voorraad vrachtauto's die tegen een aantrekkelijke prijs was overgenomen uit de oude boedel, volop profiteren van het marktherstel.

Vorig jaar bedroeg de netto winst 160 miljoen gulden, bijna net zo veel als het oude DAF in het topjaar 1989 behaalde. Verder zijn produktie en omzet spectaculair gestegen. De werkgelegenheid benaderde begin dit jaar alweer het niveau ten tijde van de ondergang van het oude DAF in februari 1993.

Door het faillissement van het oude concern was het nieuwe DAF verlost van het eind jaren tachtig met veel tamtam overgenomen Britse Leyland, dat én door een diepe recessie én door een sterk verouderd produktenpakket (zowel in lichte vrachtwagens als in bestelwagens) in grote problemen was gekomen. Bij de transformatie in DAF Trucks ontdeed DAF zich ook van de lease-onderneming DAF Finance. Daar was de situatie door mismanagement totaal uit de hand gelopen en het vormde een van de hoofdoorzaken van DAF's ondergang.

DAF had de leasemaatschappij als puur verkoopinstrument gehanteerd, er waren te veel niet-kredietwaardige klanten geaccepteerd en financieel was DAF Finance niet gescheiden van de truckonderneming zelf.

De directie van Daf Trucks heeft geleerd van fouten uit het verleden. Er worden nu nog uitsluitend trucks gemaakt waarvoor al verkoopcontracten zijn getekend. Het bedrijf is overgeschakeld op een aanzienlijk flexibeler organisatie die snel kan inspelen op de grillen van de vrachtwagenmarkt. Juist de laatste maanden valt de orderontvangst weer tegen terwijl de druk op de winstmarges toeneemt. DAF Trucks is daarom al bezig zijn produktie te verkleinen. De produktie gaat terug van 85 naar 65 trucks per dag.

Ook door de top van DAF is na het faillissement de bezem gehaald. Er kwamen nieuwe, jonge krachten op de vitale posten financiën en marketing en verkoop. Cor Baan, als topman medeverantwoordelijk voor de ondergang van het oude concern, bleef en werd president-directeur bij de nieuwe NV, dit op uitdrukkelijk verzoek van de nieuwe aandeelhouders.

Baan heeft steeds beweerd dat DAF Trucks op eigen benen kon blijven staan. Vorig jaar heeft het bedrijf een strategie-onderzoek uitgevoerd dat die conclusie bevestigde. Wel zou worden gestreefd naar samenwerking op het gebied van motoren, assen of cabines. Sommige motoren worden al geleverd door het Amerikaanse Cummins.