Blonde hostesses hebben de baboesjka's vervangen; Theaterrevolutie voor de Nieuwe Russen

In Moskou ging onlangs een spectaculaire, een miljoen gulden kostende versie van Brechts De Driestuiveropera in premiere. Het lijkt dé marketingstrategie voor de Nieuwe Russen: Als je het maar duur genoeg maakt komen ze wel.

MOSKOU, 7 OKT. Rusland ligt duizenden kilometers van Broadway en de Russische theatertraditie nog verder. Maar bij het begin van dit theaterseizoen is in Moskou een opmerkelijke stap gezet naar Broadway-achtig spektakel. De critici reageren verhit en verdeeld.

De plaats van de nieuwe Russische revolutie, als het daar op uitloopt, is het Satirikon-theater. In deze zaal met 950 stoelen is vorige week een 1 miljoen gulden kostende versie van Bertolt Brechts De Driestuiveropera in première gegaan. 'De duurste Russische produktie aller tijden', schreven de kranten. Alles is er anders dan bij gebruikelijke Russische voorstellingen.

De financiering, om te beginnen. Alle 75 theaters en concertzalen die de Russische hoofdstad rijk is draaien nog steeds op subsidies van het ministerie van cultuur, soms aangevuld met sponsorgelden. De Driestuiveropera daarentegen is bijna geheel betaald door Bee-line, een firma die draagbare telefoons verkoopt. Het reclameboekje dat theaterbezoekers bij binnenkomst krijgen uitgereikt, is dikker dan het programma. Het wordt ook beter gelezen.

Een tweede verschil is de kaartverkoop. In Rusland zijn theaterkaartjes van oudsher moeilijk te vinden maar wie ze uiteindelijk te pakken krijgt - meestal via werk of kennissen - betaalt zelden meer dan een tientje. Tenzij ze via een circuit van zwarthandelaren aan de man worden gebracht, hetgeen steeds vaker het geval is. Dan liggen ze van tien tot vijftig gulden te koop in de metro. Bij de Driestuiveropera worden de kaartjes na telefonische bestelling keurig thuisbezorgd. Een plaats op de eerste rijen kost dan wel 75 dollar (130 gulden). Maar dat is inclusief een glas champagne in de foyer.

Vervolgens de service. Wie onverhoopt pas na aanvang van de voorstelling arriveert - en dat blijken er bij theaterliefhebbers in dit marktsegment heel wat te zijn - wordt geruisloos naar zijn plaats geleid. De baboesjka's die doorgaans met het berispen van de laatkomers zijn belast, zijn voor deze gelegenheid vervangen door blonde hostessen.

Voordat het doek opengaat wordt nog wel zoals gebruikelijk 'de geachte bezitters van foto- en videoapparatuur' toegevoegd dat het 'strikt verboden' is opnamen te maken. Maar ook bij het bekendmaken van de voorschriften blijkt het theater zijn publiek te kennen: “Zeer geliefde bezitters van semafoons en draagbare telefoons”, klinkt het, “wij verzoeken u vriendelijk uw apparaten tijdens de voorstelling af te zetten. In de pauze en na afloop kunt u ze weer demonstreren.”

Een vierde verschil is de ruimschootse toepassing van technische effecten tijdens de voorstelling. Elke acteur heeft een draadloos microfoontje waardoor hij tot achter in de zaal is te verstaan. Er vliegen vogels over het toneel, er varen boten, er gaan bruggen open, er wordt op een motorfiets gereden, er branden vuurtjes en er wordt met automatische wapens geschoten. Dat laatste zelfs zoveel dat men sommige toeschouwers tijdens de voorstelling kon horen fluisteren waarom ze hiervoor eigenlijk hadden moeten betalen: dit hebben we toch op straat ook?

Een laatste verschil is, helaas, de kwaliteit. Rusland heeft een reputatie voor hoogstaand, zij het meestal traditioneel toneelspel. Acteurs in De Kersentuin (Tsjechov) of Een maand op het land (Toergenjev) kunnen het publiek een avond lang op het puntje van de stoel houden. Maar hoofdrolspeler Konstantin Raikin, tevens artistiek leider van Satirikon, ging gisteren ten onder in rookgordijnen en kogelinslagen toen hij als Mackie Messer zijn zoveelste gangsteroorlog uitvocht. De melodieën van Kurt Weill werden uitgevoerd als musical-liedjes. Het leek wel een stripverhaal, al stond in het programmaboekje dat de regisseur dat ook zo had bedoeld.

Interessanter was het publiek. Dat leek zich thuis te voelen bij deze versie van De Driestuiveropera, een stuk dat in de jaren twintig is geschreven als anti-kapitalistische satire maar in het Moskou van 1996 wordt gebracht als een gangster-verhaal waarin de sympathieke bandiet wint. Meisjes in creaties van Versace, mannen in Hugo Boss en - tijdens de pauze dan - veel rinkelende telefoons. De voorstelling is voor de komende weken allang uitverkocht. Het lijkt dé marketingstrategie voor Nieuwe Russen: Als je het maar duur genoeg maakt, komen ze wel.

De kritieken zijn gemengd. “Superbanaal”, schijft Izvestija. “Men kan niet anders dan het verschrikkelijk betreuren dat het Satirikon een half miljoen dollar heeft uitgegeven die nergens is terug te zien.” De Nazavisimaja Gazeta is diplomatieker. Regisseur Vladimir Masjkov, die vooral bekendheid geniet als filmacteur, heeft zich volgens de krant “serieus gestort op het idee van commercieel theater. Hij doet wat hij wil en, het belangrijkste, hij doet wat hij kan.” Dom Aktora, een weekblad over theater, beschouwt het filosofisch: “Masjkov probeert een vorm van theater uit die geen enkele traditie heeft in Rusland, die van de showbiz en musical. Zijn produktie is misschien niet perfect, maar belangrijk is dat ze plaats heeft.”

Wie Russisch theater in zijn meest traditionele vorm wil zien kan altijd nog naar het Bolsjoj-theater. Dat brengt dit seizoen opnieuw Het Zwanenmeer en Giselle. Maar ook daar moet men wel wat over hebben voor de beste plaatsen. De acht voormalige 'regeringsloges' heten met ingang van dit seizoen 'VIP-boxen' en worden aangeboden voor 80.000 dollar per jaar. Voor dat geld krijgt de theaterganger wel een eigen garderobe, toegang tot een bar waar oesters worden geserveerd en een eigen toilet. Er zijn er tot nu toe twee verkocht.