Bange bestuurders, slechte democraten

De geest is uit de fles. Onder het mom heel fijn democratisch bezig te zijn mogen sinds Amsterdam een referendumverordening heeft ook stadsdelen hun eigen inwoners mobiliseren om een oordeel te vragen over een onderwerp dat niet meer valt onder de zeggenschap van de centrale stad.

Bijvoorbeeld het parkeerbeleid. Nou, dat willen die bewoners wel en dus halen ze handtekeningen op en nog meer handtekeningen en hoppatee, het referendum is een feit. Het stadsdeel Westerpark heeft de primeur, maar niet alleen dat: in dit stadsdeel bestaat een referendumverordening die ruimte biedt voor de mogelijkheid een referendum per buurt te organiseren. Wie niet in die buurt woont, mag niet meedoen. En wanneer de buurtbewoners per referendum iets anders beslissen dan een nabijgelegen andere buurt: geen probleem. “Dat is de consequentie van de uitslag. Het kan een chaos worden”, aldus het hoofd van de afdeling bestuurszaken in het stadsdeel Westerpark, J. Timmermans. In Westerpark wonen 32.000 mensen.

Volgend jaar januari mogen de 9.000 inwoners van de Spaarndammerbuurt zich per referendum uitspreken over de invoering van betaald parkeren in hun buurt. De eerste 250 handtekeningen die nodig waren om een officieel referendumverzoek in te dienen bij de stadsdeelraad waren in een mum van tijd binnen. Voorts werden ruim duizend handtekeningen verzameld die waren vereist om het referendum aan te vragen. De uitkomst is geldig wanneer de opkomst minimaal 60 procent is van het aantal stemmers dat in de Spaarndammerbuurt aan de deelraadsverkiezingen van twee jaar geleden heeft meegedaan. Ongeveer 2.050 buurtbewoners moeten derhalve hun stem uitbrengen. In andere buurten van Westerpark is betaald parkeren reeds een feit.

“Het kan een chaos worden.” Maar chaos en democratie staan op gespannen voet met elkaar. Politici worden gekozen voor een periode van vier jaar, waarna de kiezers naar de stembus worden genood om zich uit te spreken over het gevoerde beleid. Dat moment willen nogal wat Amsterdamse bestuurders niet afwachten, waarschijnlijk uit angst te worden afgestraft. In plaats van zelf de volledige verantwoordelijkheid te nemen voor een aantal maatregelen geven bestuurders tussentijds hun macht uit handen. Zij leggen die bij de kiezers van wie niet verondersteld kan worden dat zij alle ins en outs van een beleidsbeslissing kennen. Dat mag ook niet van hen worden verwacht, daar zitten de gekozen politici voor die geacht worden zonder last hun stem uit te brengen.

Een voor het bestuur negatieve referendumuitslag leidt tot stilstand. De bestuurders kunnen verwijten over hun gebrek aan doortastendheid pareren door te verwijzen naar de bevolking die zich tijdens opeenvolgende referenda negatief heeft uitgesproken waardoor beslissingen van tafel zijn geveegd.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vindt het mooi geweest. Vanochtend liet hij de Amsterdamse wethouder Van der Giessen weten de verordening voor vernietiging voor te dragen bij de Kroon. Maar wat Dijkstal ook moet doen is komen met een wet op de referendumverordening zodat iedereen weet waar hij aan toe is. Zolang die wet er niet is, blijft in Amsterdam het risico bestaan dat bewoners van een stadsdeel zich per referendum keren tegen iets wat in een straat verderop wél is ingevoerd, omdat die tot een ander stadsdeel behoort.

Wat een stad, wat een malle opvatting van democratie. Maar vooral: wat een bange bestuurders.