Zuid-Afrika (1)

In zijn enthousiasme om in de bijdrage 'Gevoelens van verkleefdheid' (Z 28 sept.) over de Nederlandse haat-liefdeverhouding met de Boeren, de connectie met het koningshuis te benadrukken, gaat Henk van Woerden bij het bespreken van de evacuatie van president Paul Kruger twee maal in de fout.

Het door hem omschreven 'gebaar' dat koningin Wilhelmina in de ogen van Afrikaner nationalisten en Nederlanders aldaar onsterfelijk maakte, door in september 1900 de kruiser Hr. Ms. Gelderland uit te sturen om het Zuidafrikaanse staatshoofd op te halen, was in werkelijkheid een initiatief van de toenmalige Nederlandse regering-Pierson. Deze dreigde door haar neutrale houding in de Boerenoorlog in grote moeilijkheden te komen, doordat onder de eigen bevolking en grote delen van het parlement een steeds fellere pro-Boer stemming was ontstaan. Die werd onder meer opgedreven door harde Britse maatregelen tegen Nederlandse ingezetenen in zuidelijk Afrika.

Minister van marine J.A. Röell kwam derhalve met het idee om binnen de mogelijkheden van de Nederlandse neutraliteit een oorlogsbodem te sturen om Kruger te evacueren en zo 'in den lande de menschen tot kalmte te brengen'. Deze opzet slaagde volledig; koningin Wilhelmina mocht in deze slechts het kabinetsbesluit bekrachtigen.

Dat de vorstin het voeren van een Transvaalse vlag op Hr. Ms. Gelderland wist te voorkomen, komt evenmin overeen met de toenmalige gebeurtenissen. Het uitsturen van de Nederlandse kruiser bracht namelijk in de Tweede Kamer een dusdanige tevredenheid teweeg, dat een voorstel van oppositieleider A. Kuyper om de oorlogsbodem onder de vlag van de Zuidafrikaanse Republiek te laten varen door een meerderheid van de volksvertegenwoordiging, en niet koningin Wilhelmina, van de hand werd gewezen.