Urk moet in de vis blijven geloven

URK, 5 OKT. Het is druk voor het gemeentehuis van Urk. Bezoekers staan in groepjes bij elkaar. In de raadzaal zoeken raadsleden hun plek op en vult zich langzaam de publieke tribune. Een aantal bezoekers moet genoegen nemen met een plaatsje op de gang. Bij het tweede agendapunt, de benoeming van een nieuwe wethouder visserijzaken, spitsen de aanwezigen hun oren.

Zo nu en dan klinkt afkeurend gesis. Na een korte discussie volgt de stemming en wordt K. Kramer tot nieuwe wethouder gekozen. Weer gesis op de publieke tribune - vooral uit de monden van SGP'ers. Want Kramer is van het CDA. Maar wat erger is: Kramer is voorstander van de nieuwe visafslag.

Op een steenworp afstand van het gemeentehuis zit een aantal vissers op een bankje bij de haven. Hun gezichten staan op storm. “Wij zijn altijd een artikel-31 gemeente geweest, maar we dreigen af te zakken naar een artikel-12 gemeente”, zegt een van hen. Artikel 31 duidt op de vrijgemaakt gereformeerde kerk. Hij tuurt zwijgend over het IJsselmeer. “De nieuwe visafslag is pure hoogmoedswaanzin”, zegt een ander even later. Er klinkt instemmend gemompel. Met de aanleg is 23 miljoen gulden gemoeid en dat terwijl de visserij in den lande en dus ook 'op' Urk in grote moeilijkheden verkeert. Er mag van hogerhand steeds minder gevangen worden. Een visser: “Regeren is vooruitzien. Nou, Kramer zal straks merken dat de afslag vol ligt met aardappelen en suikerbieten in plaats van met vis.” Hun namen zeggen ze niet, hun politieke kleur verhelen ze daarentegen niet: SGP. “Noem ons maar de mannen van de leugenbank op de Westhaven. Dit is de meest kritische bank van Urk. Wij komen elke avond van zeven tot negen bij elkaar om belangrijke zaken te bespreken.”

De pas gekozen wethouder is zich terdege bewust van de moeilijkheden waarin de visserij op Urk zich bevindt. Hij voorspelt zelfs een catastrofe wanneer de quotering van de visvangst met nog eens twintig procent naar vijftig procent wordt opgetrokken. Nu al moeten vissers hun kotter steeds vaker aan de wal laten en ligt de werkloosheid op Urk, die elf procent bedraagt, twee procent boven het landelijk gemiddelde. “Maar als wij niet meer geloven in de vis, houdt Urk op te bestaan”, zegt Kramer in zijn woonkamer. Aan de overkant van de straat drijft hij een kleine supermarkt. Hij is oorspronkelijk van AR-huize en vindt eigenlijk dat de SGP'er A.P. Hakvoort op zijn plaats in het college had moeten zitten. Maar diens partij stelde daaraan ondermeer als voorwaarde dat burgemeester Veninga geen politieke invloed in het college meer mocht uitoefenen. Dat ging de andere partijen te ver. Hakvoort kreeg zeven van de acht stemmen, Kramer werd met acht tegen zeven gekozen. Alles in Urk wordt met acht stemmen voor en zeven stemmen tegen of omgekeerd, beslist. De raad telt 5 SGP'ers en twee CDA'ers terwijl het GPV en de RPF, Gemeentebelangen, CH'85 en de Urker Volkspartij ieder één zetel hebben. Het CDA heeft nu twee wethouders, de RPF één.

Ondanks de moeilijkheden in de visserijbranche ziet Kramer toekomst voor de nieuwe visafslag die, zo zegt hij, dè afslag van Europa moet worden. “Meer dan dertig procent van de aanvoer komt uit Engeland en ook Duitse vissers weten ons steeds vaker te vinden.” Maar de echte oplossing moet uit Den Haag komen, vindt hij. “Daar moeten ze zeggen: jullie mogen tweehonderd dagen per jaar vissen en voor de rest bekijken jullie het maar. En ze moeten zeggen: kotters mogen een motorcapaciteit hebben van maximaal 1000 PK. Daar hebben wij in het verleden ook voor gepleit, maar er wordt niet geluisterd.” Een beetje Urker kotter heeft een motorcapaciteit variërend van 2000 tot 4000 PK.

En voor alle Urkers geldt dat ze willen werken, zegt burgemeester S. Veninga. “De vissers willen de zee omploegen, zoals de boer zijn akker. We hebben hier veertig visverwerkende industriën met ruim een miljard omzet. Die zal pijlsnel dalen wanneer steeds minder grondstof gevangen mag worden”, voorspelt hij. Maar desondanks is ook Veninga voorstander van de nieuwe visafslag. Niet in de laatste plaats omdat vis steeds vaker over de weg wordt aangevoerd en de nieuwe afslag buiten het dorp wordt gebouwd zodat de vrachtwagens geen verkeersoverlast binnen de bebouwde kom meer veroorzaken, zoals nu op vrijdagmiddag het geval is. Dan rijden ze af en aan naar de huidige afslag aan de oude haven. Volgens Veninga zal van de nieuwe afslag een aanzuigende werking uitgaan. “Hij had er al veel eerder moeten komen. De concurrentie met afslagen van Zeebrugge en Grimsby wordt steeds heviger. Wij zijn nota bene de laatste visafslag die moderniseert.”

Hij deelt niet de vrees van nogal wat vissers dat zijn gemeente afstevent naar de artikel-12 status mede door de hoge aanlegkosten van de afslag. “Het ligt in hun aard, ze zijn wat zwaar op de hand”, zegt hij op bijna vaderlijke toon. “De meesten zijn lid van de SGP en die partij heeft een wat behoudend karakter. Mijn partij, het CDA, is toekomstgericht.” Dat zegt H. Post (79) ook van zijn partij, de Urker Volkspartij (UVP) waarvoor hij reeds 29 jaar in de gemeenteraad zit. Maar de UVP ziet de toekomst voor de visserij heel wat somberder en heeft destijds dan ook tegen de nieuwe afslag gestemd. Post noemt nog een reden om tegen te zijn: “Ze lopen hier met oogkleppen op. De gemeentelijke belastingen op Urk zijn de hoogste van Nederland. Er zou bezuinigd moeten worden, in plaats van een dure visafslag te bouwen.”

Volgens adjunct-directeur C. Koffeman van het Berechja-college voor de zeevisvaart moet Urk de moed erin houden. “We moeten blijven geloven in de vis”, zegt hij. Dit jaar volgen bijna honderd jongens de beroepsopleiding. Hij denkt dat ze straks zonder problemen aan het werk kunnen. “Door de quotering heeft een aantal relatief jonge mensen van rond de dertig de visserij vaarwel gezegd, en een baan aan de wal gezocht. De mensen gaan op zoek naar zekerheid. Straks zijn er onvoldoende gekwalificeerde krachten voor de zeevisvaart”, zegt Koffeman.

Aan de oostkant van de haven staat ook een bank - daar zit een groepje mannen van wie een paar in traditionele Urker kledingdracht. Ze zijn minder spraakzaam dan hun collega's even verderop. Ze zitten allemaal “in de soos”, Urks voor sociale dienst. De schuld van de quoteringsregeling. “Het gaat uitstekend met de vis. Het gaat alleen slecht met hogerhand en de vis”, zegt een vijftiger op klompen. Wat er met de oude visafslag moet gebeuren, weet hij niet. “Ze gaan er vast een dancing in bouwen. Leuk voor de toeristen die met een rondvaartboot aankomen.” In zijn stem klinkt nauw verholen minachting.