Tutu droomde van excuus koningin

JOHANNESBURG, 5 OKT. Bijna elke dag voltrekt zich wel een wonder in het leven van Desmond Tutu. De ene keer meldt zich een blanke legerofficier bij hem, die vergiffenis vraagt omdat hij de bisschop ooit ruw behandeld zou hebben. De andere keer is het een zwarte die voor de Tutu's Waarheids- en Verzoeningscommissie in tranen uitbarst en de commissie luid bedankt omdat hij een traumatiserende gebeurtenis van dertig jaar geleden eindelijk kwijt kan.

“De commissie had kennelijk de sleutel naar de diepste hartkamer gevonden, waarin deze man drie decennia lang zijn emotie had weggestopt”, zegt Tutu.

Deze week prees koningin Beatrix bij het staatsbanket in Pretoria het “moedige en creatieve werk” van de Waarheids- en Verzoeningscommissie waaraan de Anglikaanse bisschop leiding geeft. Later bezocht ze de commisie zelf, zonder Tutu zelf te spreken. Die zat al ergens in het verre noorden van het land zwarten te horen die iemand uit het apartheidsregime wilden aanklagen. Na de ontmoeting met Tutu's plaatsvervangers sprak minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) van een “buitengewoon indrukwekkend gesprek”. “Het is de vraag of deze zeer eigen aanpak om verzoening te bewerkstelligen slaagt. Maar als die slaagt is het prachtig”, zei de minister van Buitenlandse Zaken.

Onder leiding van Tutu is Zuid-Afrika in nationale therapie, zoals het Duitse blad Die Zeit onlangs schreef. Geen juridische afrekening met de misdadigers uit het omvergeworpen regime, zoals het tribunaal van Neurenberg. Ook geen oplossing van vergeven en vergeten als in Chili, waar de generaals collectief amnestie kregen. Maar een, in de woorden van Tutu, “spiritueel proces van vergeving en verzoening” is de aanpak waarvoor het land aan de Kaap koos.

In een gesprek over zijn werk, de Nederlandse koloniale erfenis in zijn land en het staatsbezoek van de koningin, laat Tutu zich voorzichtig uit over de vooruitgang van die benadering. Tot nog toe blijkt er meer verzoening geweest dan er waarheid boven tafel is gekomen. Over de ene kant van het werk - het horen van zwarten die een, vaak blanke willen aanklagen maar hem tevens vergiffenis willen schenken - raakt Tutu niet uitgesproken. “We zijn verbaasd over de generositeit van zwarten die elk recht hebben boos, kwaad, of wraakzuchtig te zijn. De groothartigheid van onze leider Nelson Mandela vind je bij hen terug.” Aan de andere kant zijn de genoemde voorbeelden - blanken die niet achter de tralies zitten, maar uit eigen initiatief naar de commissie komen om hun zonden te biechten en om vergiffenis te vragen - te schaars, vindt Tutu. “Dat komt mede doordat de Afrikaander gemeenschap in dit land ons werk vanaf het begin heeft gewantrouwd als een door het ANC gedomineerde heksenjacht op de blanken. Als dat zo was, hadden we veel meer gebruik gemaakt van ons recht van subpoena, het recht om mensen te verplichten voor onze commissie te verschijnen. Het zijn de blanke kerken, de Dutch reformed church (Nederduits gereformeerde kerk), die we daarom erg nodig hebben om de angst voor die heksenjacht te verzachten.”

Waarom juist die kerken? Tutu: “Hoe hoger ik kom in mijn zoektocht naar de waarheid, hoe meer ik stuit op politiecommandanten met Nederlandse namen: De Kock, Coetzee, Van der Merwe. We zijn geen van allen zonder zonden - ook mijn kerk, de Anglikaanse, hield er aparte kerken op na voor zwarten en blanken, zelfs in de tijd dat ze officieel tegen apartheid was. Maar het was de Dutch reformed church die in 1948 de apartheid zijn respectabiliteit gaf door er een bijbelse rechtvaardiging voor te geven. Juist zij is nu degene, en dat doet ze ook al, die kan helpen bij het overwinnen van dat verleden.”

Tutu kan de bezwaren navoelen die de jonge, zwarte dichter Sandile Dikeni deze week uitte tegen de toespraak van de koningin, afgelopen maandag, over de Nederlandse erfenis van de apartheid. Volgens Dikeni, uit wiens werk minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) wel eens citeert, deed de koningin het te veel voorkomen alsof de komst van de Nederlanders naar de Kaap en het daarop volgende koloniale bewind een toevalligheid was. Het schip De Haarlem dat in 1652 averij opliep voor de Kaap waardoor Nederlanders daar voor het eerst aan land gingen, had waarschijnlijk zwarte slaven aan boord, of was er op weg naar toe, aldus de dichter.

Dikeni vond twee decennia Nederlandse anti-apartheidsstrijd nog geen reden om drie eeuwen kolonialisme goed te praten. Een excuus van de koningin had daarom niet misstaan, vond Dikeni, die onlangs in Nederland was en zich erover verbaasde dat hierover geen binnenlands debat is geweest, zoals aan de vooravond van het staatsbezoek aan Indonesië vorig jaar het geval was.

Tutu moet lachen: “Als Dikeni gemeen was geweest had hij er ook nog aan herinnerd dat Verwoerd, de Zuidafrikaanse president die de architect was van de thuislandenpolitiek, een Nederlander was. Ik wil de betekenis van de Nederlandse anti-apartheidsstrijd niet denigreren. Ze was een belangrijke steun voor ons in ruwe tijden. Maar een excuus voor dat koloniaal verleden was als het ware de kers op de pudding geweest van het staatsbezoek. Het had het bezoek van uw koningin, op wie ik erg gesteld ben, een enorme bonus gegeven. De vraag om vergiffenis had een goed staatsbezoek tot iets oneindig moois gemaakt”, besluit de bisschop.