Niet samen genoemd met Janmaat

DEN HAAG, 5 OKT. De Tweede Kamer boog zich deze week over de vraag hoe illegalen kunnen worden uitgesloten van het gebruik van de collectieve voorzieningen en hoe zij vervolgens het land kunnen worden uitgezet. Opmerkelijk was dat bij dit debat, dat toch ging over de core bussiness van de Centrumdemocraten, partijleider Janmaat afwezig was.

Toch was dit niet ongewoon. De drie leden van de CD-fractie in de Tweede Kamer voeren slechts zelden het woord in reguliere debatten. De strategie van de CD'ers richt zich op korte provocerende optredens bijvoorbeeld tijdens het wekelijkse Vragenuurtje, dat live wordt uitgezonden. Ook tijdens de (rechtstreeks uitgezonden) Algemene beschouwingen, twee weken terug, trok Janmaat de aandacht met een aanval op VVD-leider Frits Bolkestein: deze zou mooi weer spelen met het vreemdelingenthema en zo stemmen trekken die eigenlijk bij de CD thuishoren. Bolkestein verweerde zich door te zeggen dat hij op dit punt tussen PvdA en CD in staat. Dat had weer een woedende reactie tot gevolg van PvdA-fractievoorzitter Wallage die “niet in één zin genoemd wenst te worden met de heer Janmaat”.

De felle reactie van Wallage was exemplarisch voor de nieuwe houding die in het parlement sinds deze regeringsperiode wordt aangenomen tegenover de Centrumdemocraten. Voorheen werd Janmaat in de Kamer zoveel mogelijk genegeerd. Bij de verkiezingen van 1994 behaalde de CD het grootste verkiezingssucces in zijn bestaan en kwam plots met drie zetels in de Kamer. De overige fracties besloten in het vervolg assertiever te reageren op de uitlatingen van de CD-leden.

Ook buiten de Tweede Kamer is de laatste jaren de houding ten opzichte van de Centrumdemocraten en verwante groeperingen gewijzigd. Zo heeft Justitie meer dan voorheen een actief vervolgingsbeleid ingezet. Dit resulteerde vorig jaar in een veroordeling door het Haagse gerechtshof wegens aanzetten tot haat, opzettelijke belediging en rassendiscriminatie in de radio- en tv-uitzendingen van de CD. Sinds die veroordeling klinkt regelmatig de roep om de CD en andere extreem-rechtse partijen in Nederland te verbieden. Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) kondigde vorige week aan de zendtijd voor politieke partijen in te trekken als een extremistische partij door de rechter is veroordeeld wegens discriminatoire uitingen. Ook wil de minister de overheidssubsidie aan dergelijke partijen voor bepaalde tijd kunnen stopzetten. Dat de dreiging van ultra-rechts steeds serieuzer wordt genomen, blijkt bijvoorbeeld ook uit het jaarverslag van de BVD over 1995: “De extreem-rechtse beweging vormt in potentie een bedreiging voor de stabiliteit van onze multiculturele samenleving.”