Lichaamstaal van Tatjana Plotnikova

Neusknijpers en kunstzwemsters zijn bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar meer nog dan het parmantige neusje springen de benen in het oog. Zwaaiend en zwierend steken ze als ballerina's boven het wateroppervlak uit om bewonderd te worden. Zo hoog en zo lang mogelijk dansen ze hun pas de deux, om dan vermoeid van de exhibitie voor korte tijd onder te duiken.

Wie zo hoog mogelijk de benen uit het water verheft, is een meesterlijke kunstzwemster. Die mag op een prijs rekenen. Maar menigeen komt niet verder dan de knie. Die ziet nauwelijks kans haar dijbeen uit het water te krijgen en dient nog veel te oefenen. Ondersteboven in het water staan zonder de bodem te raken is een kunst. Stuwen en duwen met de armen vraagt veel kracht, uithoudingsvermogen en vaardigheid. Een split of spagaat maken vergt regelmatige oefening op het droge. En dan nog wacht de kunstzwemster de lastige taak het kunststukje in het water te volbrengen. Zonder de zwaartekracht van het lichaam laten benen zich immers moeilijk spreiden. In het water zijn alleen lenige spieren daartoe in staat. Voor waternimfen staat de wereld de helft van de tijd op z'n kop. En van mooie, slanke benen die hoog en trots als zeepaardjes uit het water steken, krijgt een mens niet snel genoeg.