Huisdieren

De aanblik van de eerste cyclamen in bloei, op zichzelf een hoogtepunt van het tuinjaar, is ook een onweerstaanbare uitdaging aan het weer: vooruit, laat je van je slechtste kant zien, lijken ze te zeggen en de hemel antwoordt met ontzaggelijke woeste winden en stromende regen. Het lijkt een wonder dat enige bloem het meer dan een paar uur overleeft. Op een of andere manier slagen vele daarin en na de storm is het ogenblik om naar buiten te gaan om te zien wat de meest weerbestendige planten zijn in de tuin.

Najaarsplanten moeten waterafstotend zijn, zoals regenjassen; ze hebben iets van oude komedianten van wie verwacht wordt dat ze vrolijk blijven kijken, tot de eerste nachtvorst. Dan, zuchtend van opluchting, mogen ze eindelijk het toneel verlaten, om vervangen te worden door de Fausten van het plantenrijk, de bezitters van de eeuwige jeugd, de winterbloeiers. Soms gaat er iets mis en de najaarsbloeier laat het afweten; dat gebeurde dit jaar met mijn Ceratostigma willmottianum, anders altijd een trouwe contribuant in augustus en september. De strenge winter en de natte zomer vormen een voldoende verklaring (hoewel je je soms afvraagt of er niet meer aan vast zit; misschien was dit wel het jaar dat er bij niemand een Ceratostigma gebloeid heeft).

Maar de grote verrassing van het jaar was een heester die voor het eerst in de zomer begon te bloeien en er nog steeds zonder enig teken van uitputting mee doorgaat. Dat is een cultivar van Hydrangea macrophylla genaamd 'Madame Emile Mouillère', zonder een schaduw van twijfel de mooiste hydrangea die ik ooit heb gezien.

Ik herinner me niet meer op wiens advies ik haar gekocht heb, hoewel ik nog weet dat het een tweede keus was toen de 'Générale Vicomtesse de Vibraye' waar ik oorspronkelijk op uit was onvindbaar bleek te zijn. Soms zijn beschrijvingen van planten zo lyrisch dat geen plant ter wereld er aan zou kunnen voldoen, maar in dit geval kan geen beschrijving die ik ooit heb gelezen recht doen aan de plant. Corinne Mallet noemt haar in Hydrangeas: Species and Cultivars 'the superlative classic white hydrangea', maar ook dat schiet eigenlijk te kort.

Het is niet alleen dat de bloemen mooi zijn - grote blanke moppen, licht aangestipt met rose - maar dat ze ook mooi blijven. Naast Mme E. Mouillère heb ik nog twee andere hydrangea's staan, allebei cultivars van H. serrata, 'Grayswood' en 'Preziosa'. De bloemen hiervan beginnen wit - de bloem van 'Grayswood' heeft de platte lacecap-vorm, afgezet met een paar grote steriele randbloemen, en 'Preziosa' is meer wat een hortensia wordt genoemd, met ronde bloeiwijzen bestaand uit uitsluitend steriele bloemen - en verkleuren dan heel geleidelijk tot een prachtig donkerrood, via een hele serie tussentinten waar groen en rose aan te pas komt, alsof ze bezig waren het stalenboekje van een verffabriek te imiteren. Maar nu zien hun bloemen er wat vermoeid uit, een beetje uitgedroogd, terwijl Madame E. Mouillère ernaast nog steeds de uitdagende perfectie heeft van de jeugd, met misschien een nuance meer rose in haar bloembladen.

Al deze hydrangea's verdragen zon; dat maakt hun kleuren in feite nog spectaculairder. Het enige is dat je dan goed moet opletten dat ze voldoende water krijgen, ten minste in hun eerste jaren, want zoals J.C.Loudon opmerkte (in 1838), de hydrangea is 'bij uitstek geschikt voor personen die weinig anders om handen hebben dan voor hun tuin of kas te zorgen.'

En dat is omdat ze zoveel water nodig hebben; een flinke plant kan in warm weer wel 50 of 60 liter water per dag aan. Het door de tuinier eigenhandig toedienen van deze vloeistof moet zijn wat een andere tuinschrijver, S. Hibberd, bedoelde toen hij de hydrangea vergeleek met een huisdier, omdat dat dier ook altijd gewillig reageert op iedere behandeling die zijn eigenaar hem geeft. Het is zeker waar dat hydrangea's die er in de zomer wat droog uitzien bijna in de houding springen wanneer je maar hun kant op wijst met de tuinspuit. De naam hydrangea, tussen twee haakjes, is geen verwijzing naar deze onlesbare dorst: het woord betekent weliswaar 'waterkruik', maar dat slaat op de vorm van de vrucht. En in 'de taal der bloemen', zo kan men lezen bij Alice M. Coats in Garden Shrubs and their Histories, 'betekent Hortensia opschepper, omdat de bloemen niet gevolgd worden door vruchten; ze zijn als frauderende makelaars die aandelen in niet-bestaande goudmijnen verhandelen.'

Ik geloof niet dat het mogelijk is te generaliseren over de prestaties van enige hydrangea in andere situaties dan je zelf kent. Op zure grond bijvoorbeeld, schrijft Corinne Mallet, gedraagt 'Preziosa' zich heel anders: 'de tuil zal zich kleuren in de meest ongelofelijke mélange van lichtblauw, mauve, paars en bleekgroen.' De foto's van Madame E. Mouillère zijn onderling heel verschillend en ook weer anders dan die bij mij in de tuin. Zelfs op dezelfde plant kan de ene bloem anders zijn dan de andere; zo merkte ik dat de bloemen van 'Grayswood', waarvan de onderkant donkerrood en de bovenkant groen is (opmerkelijk genoeg zitten ze nu ondersteboven, dus met het rood bovenaan), zijn veel donkerder op de delen van de plant die meer zon krijgen; de bloemen onderaan zijn groener.

Madame Emile Mouillère was een van de eerste Hortensiahybrides die in Europa werden gekweekt, door Emile Mouillère in de Vendôme in 1909-10 (de enige bescheiden manier voor een kweker om zijn eigen naam aan een plant te geven was haar naar zijn vrouw te noemen). De Fransen - Mouillère zelf, Lemoine & zoon uit Nancy, en Cayeux uit Le Havre, waren de eersten die Hortensia's hebben gekweekt. Nu zijn er talloze variëteiten, met steeds minder Franse namen naarmate ze recenter zijn.

Mijn Mme Emile Mouillère ziet er nog steeds smetteloos uit; het is verbazend dat een bloem die zo sterk met de herfst geassocieerd wordt er zo jeugdig en lenteachtig uitziet. En dit genieten is niet uitsluitend weggelegd voor mensen met tuinen; volgens Corinne Mallet is het ook een van de beste hydrangea's om in een pot te kweken.