Het vredige leventje van een pseudo-Franciscaan

Kruispunt: Voor een jaar het klooster in. Zondag, Ned.1, 22.16u.

'Vrede en alle goeds' staat er op de schort van Hans van Bemmel als hij staat af te wassen in het klooster van de Franciscanen in Heerlen. Van Bemmel is een van de drie mannen die door de minderbroeders werden geselecteerd om een jaar temidden van hen te leven en te werken. Een 'uniek experiment' waarvan het televisieprogramma Kruispunt zondagavond verslag doet.

Met het experiment willen de Franciscanen naar eigen zeggen niet zozeer het teruggelopen aanbod van kloosterlingen aanvullen, als wel in het algemeen de relevantie van religieus leven uitdragen. Mannen tussen de 25 en 45 jaar die worstelen met zijnsvragen ('Is dit nou wat ik wil?') krijgen de gelegenheid zich op hun leven te bezinnen.

De documentaire geeft een goede indruk van het leven van de pseudo-Franciscaan, al is het programma soms erg verwarrend door de snelle montage van opnamen van verschillende locaties. Het karakter van de hoofdpersoon vergoedt veel, zo niet alles. De makers hadden een saaier personage kunnen kiezen. Van Bemmel (46) werd in Rotterdam-Zuid geboren dichtbij het stadion van voetbalclub Feyenoord, waarvan hij als katholiek jongetje geen lid mocht worden maar die hem na aan het hart ligt. Feyenoord is net als hijzelf regelmatig weggezakt om daarna toch steeds een weg terug naar de top te bevechten, zegt Van Bemmel. Hij werkte hard aan een carrière bij de Hema maar kende als vrijgezel ook diepe inzinkingen, waarbij hij aan de drank raakte. Toen hij drie jaar geleden weer door een dal ging en hij opnieuw het glaasje niet kon laten staan (“Als je de eerste weer pakt, gaat het snel”), vermande hij zich en klopte aan bij de Franciscanen. Het lijkt de Evangelische Omroep wel.

We zien de bekeerling in fraaie Italiaanse kerkjes enthousiast vertellen over zijn grote inspiratiebron Franciscus van Assisi, die in 1205 door een kruisbeeld werd toegesproken om Gods kerk te herstellen. Franciscus legde bij de beleving van zijn religiositeit het accent op het lenigen van de nood der allerarmsten, de verstotenen. Zelfs melaatsen kuste hij. Zo, schreef Franciscus, werd zoet wat vroeger bitter was.

Het gebed is belangrijk bij de Franciscanen, maar het moet wel omgezet worden in daden, anders heeft het geen zin, zegt Van Bemmel. “Je hoeft jezelf niet weg te cijferen, maar je moet wel naar je naaste gaan, naar mensen die het nodig hebben.” Een ongecompliceerd leventje. Nu eens keuvelt Van Bemmel met drugsverslaafden en daklozen. Dan weer zit hij weer aan de koffie en de vlaai te vertellen over de vrijheid die het vrijwillige celibaat hem geeft. In Italië is er behalve voor excursies naar heilige plaatsen tijd voor een partijtje voetbal, met de scheidsrechter in habijt. Ten slotte zien we Van Bemmel de feestelijke officiële opname in de broederschap bijwonen van de man die hem destijds zelf op het spoor van de kloosterlingen had gezet. “Kom er maar gauw bij”, fluistert de nieuwe Franciscaan als onze hoofdpersoon hem omhelst. Van Bemmel werkt inmiddels bij de Franciscanen in Amsterdam.