Hart en handen

HET LIJKT OP vrijdagmiddag wel een kleine reünie in het kabinet van de Tehatex-afdeling van scholengemeenschap Huizermaat in Huizen. Twee docenten, twee oud-leerlingen die inmiddels werkzaam zijn in de beeldende kunst en twee leerlingen die zich met veel overgave aan de creatieve vakken wijden en er zelfs eindexamen in doen.

Hoewel de naam Tehatex het beeld lijkt op te roepen van een scherp afbijtmiddel dat buiten bereik van kinderen moet worden gehouden, gaat het hier om de combinatie van de vakken tekenen, handvaardigheid en textiel. Het is een zich al jaren sterk profilerende afdeling van de Huizer scholengemeenschap, waar beeldend talent een kans krijgt zich ten volle te ontplooien. Het 25-jarig bestaan van de school is aangegrepen om te laten zien wat dat oplevert: een keur van oud-leerlingen die werkzaam is in de beeldende kunst. En dat werd getoond: een aantal delen van het gangenstelsel werd omgetoverd tot een spannende galerie waar tweeëntwintig ex-leerlingen hun werk exposeren.

In het Tehatex-kabinet praat het selecte gezelschap van leerlingen, oud-leerlingen en docenten over het belang van de beeldende vakken voor het leren kijken. Wie goed kan kijken en zich bewust wordt van wat beelden kunnen doen, verrijkt zich voor het leven, is de opvatting van de Tehatex-docenten Wim Majoor en Joslène Roijackers. “We gaan in tegen de trend van het marktgerichte denken”, zegt Majoor, “niet alleen het hoofd vinden wij belangrijk, ook hart en handen.” Van oudsher wordt er door de school veel geld en docentkracht gestoken in de relatief dure vakken tekenen, handvaardigheid en textiel.

In de onderbouw zijn er altijd drie docenten voor twee klassen beschikbaar, de lokalen liggen naast elkaar, waardoor een 'werkplaatsachtige sfeer' wordt gecreëerd. De groepen zijn nooit groter dan achttien tot twintig leerlingen zodat er veel individuele aandacht geboden kan worden. Zowel Mavo-, Havo- als VWO-leerlingen kunnen in een van de drie beeldende vakken eindexamen doen.

Voor Sonja Visser (16), leerling van vijf Havo, was de ruimhartige aandacht voor de Tehatex-vakken reden over te stappen naar scholengemeenschap Huizermaat. En zij is beslist niet de enige leerling die deze keuze heeft gemaakt. Als het lukt wil ze door naar de kunstacademie. Vanaf haar tiende zit ze al op tekenles, op dit ogenblik volgt ze een zaterdagcursus ter voorbereiding op het toelatingsexamen van de academie. Daar gaat het al veel 'minder relaxed' toe dan op school heeft ze inmiddels ervaren: “Vier uur lang moest ik een prop papier natekenen”, verzucht ze.

De Tehatex-afdeling van Huizermaat heeft niet de pretentie een vooropleiding te zijn voor leerlingen die door willen in de beeldende kunst. “Maar”, zo legt Majoor uit, “we leren ze zelfstandig te werken en de opdrachten zijn breed geformuleerd, zodat ze hun eigen beelden kunnen ontwikkelen.” Eenvormigheid is taboe en het proces is belangrijker dan het resultaat. “In het begin dacht ik altijd dat een tekening vooral mooi moest zijn”, zegt Maura Dammers (16), leerling uit 6 VWO die tekenen als extra examenvak heeft gekozen. “Nu besef ik dat het er vooral om gaat hoe je tot iets bent gekomen.” Laatst had ze een tekenopdracht aan het eind totaal verpest, maar ze kreeg toch een voldoende. “Ik had er wel goed over nagedacht en kon dat ook uitleggen.”

De enthousiaste uitstraling van de docenten beeldende vorming en de serieuze aandacht die deze vakken in de onderbouw krijgen leiden ertoe dat de animo onder leerlingen om tekenen, handvaardigheid of textiel als eindexamenvak te kiezen groot is. Majoor heeft dit jaar in vier Havo 26 leerlingen handvaardigheid, een ongekend grote groep. Terwijl hij in het kabinet zit te praten, werken deze leerlingen in het belendende lokaal rustig aan hun opdrachten. Aan het eind van de les, als er opgeruimd moet worden, is het 'oog van de meester' wel nodig, zo laat hij weten als hij zich even uit de voeten maakt.

Bianca Runge die in 1984 met een Mavo-diploma de scholengemeenschap verliet en via een MBO-opleiding Ontwerpen naar de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem ging, is een van de exposanten van de jubileumtentoonstelling. Ze toont een werk dat in eerste instantie een plat vlak lijkt, maar bij nadere beschouwing uit verschillende lagen bestaat waarin zeer verfijnd borduurwerk zowel oppervlakte als diepte benadrukt. Joslène Roijackers heeft met alle klassen inmiddels de expositie van de 22 oud-leerlingen uitvoerig bekeken. “Lang niet al het werk is even makkelijk”, licht ze toe, “maar door er iets meer over te vertellen en er bij stil te staan, zie je dat leerlingen interesse gaan tonen.” De foto's van demente bejaarden, gemaakt door oud-leerling Petra Barneveld, riepen meteen veel reacties op bij leerlingen. Barneveld verliet in 1982 de school en heeft daarna de Academie voor Beeldende Kunsten in Utrecht doorlopen.

Dat de beeldende vakken als belangrijke en gelijkwaardige onderdelen van het rooster werden beschouwd heeft beide oud-leerlingen zeker gestimuleerd. “Het heette hier geen 'pretpakket' als je tekenen deed”, herinnert Barneveld zich. Docent Majoor kan zich oprecht opwinden over de 'naïeve ideeën' die bij staatssecretaris Netelenbos leven over de functie van dit soort vakken in het voortgezet onderwijs. “Ze zijn niet zomaar inwisselbaar voor een ander vak, dat dan toevallig ook nog goedkoper is omdat je er alleen maar een boek bij nodig hebt. Beeldende vakken horen in het onderwijs.” Intussen loopt docente Roijackers trots en voldaan door de expositieruimtes. “Het is natuurlijk fantastisch als ze in jouw vak verder gaan en jij nu even de conservator mag zijn.”