Gele kaart

“MEN SPEELT NIET met de principes van de democratie”, zei de Franse minister van Justitie onlangs. Aanleiding waren schokkende uitspraken van de voorman van het Front National Le Pen over etnische minderheden. Deze verdienen bescherming tegen dit soort perfide stemmingmakerij.

Moet er niet een speciale wet worden aangenomen tegen het Front? De vraag doet zich ook voor in Nederland, waar met name het kwalijke gebruik van de demonstratievrijheid door CP'86 een breed scala van Kamerleden in het verkeerde keelgat is geschoten. Zij vroegen minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) om maatregelen.

De Nederlandse regering deelt de algemene verontwaardiging, maar is met reden niet bereid concessies aan de vrijheid te doen. “Ondemocratisch gedachtengoed dient te worden bestreden echter zonder dat de bestrijdingsmaatregelen zelf op gespannen voet komen te staan met de beginselen van de democratische rechtsstaat”, schrijft Dijkstal in een notitie aan de Kamer. Dat maakt de aanpak er natuurlijk niet eenvoudiger op. Dit geldt met name voor de voor de hand liggende gedachte van een verbod van extremistische partijen die het te bont maken. De minister wil dit uiterste middel pas overwegen als een groepering zich schuldig maakt aan “stelselmatige, zeer ernstige verstoring van het democratische proces”.

DE DEMOCRATIE is daarmee niet gedoemd tot passiviteit. In plaats van het collectieve partijverbod - dat trouwens gemakkelijk valt te ontduiken door een nieuw partijtje op te richten - kiest Nederland voor een strafrechtelijke aanpak van rechts extremisme. Deze aanpak is primair toegespitst op individuele verantwoordelijkheid. Dat heeft al verscheidene veroordelingen opgeleverd. Maar in mei heeft de Amsterdamse rechtbank toch een collectief element in de strafrechtelijke aansprakelijkheid aangebracht bij een zaak over acht pamfletten, een sticker en twee televisie-uitzendingen van CP'86. Zij veroordeelde drie bestuursleden wegens deelname aan een criminele organisatie - het complex bestaande uit de bestuurders, de Vereniging CP'86 Eigen Volk Eerst en een ondersteunende stichting.

De politieke partij zelf bleef formeel buiten schot, maar de grens tussen de individuele en de collectieve aanpak wordt door deze uitspraak wel vervaagd (tegen het vonnis is overigens hoger beroep aangetekend). In die lijn stelt minister Dijkstal twee nadere maatregelen voor die niet zover gaan als een partijverbod, maar wel een niet mis te verstaan signaal aan de partij zelf geven dat de grens van het toelaatbare wordt overschreden. Dijkstal wil de mogelijkheid invoeren om na een onherroepelijke veroordeling wegens discriminerende gedragingen voor een bepaalde tijd de subsidie aan een politieke partij stop te zetten en haar zendtijd in te trekken.

EEN SOORT politieke gele kaart dus. Voor intrekking van politieke zendtijd spreekt dat deze reactie direct is toegesneden op het kwaad van de discriminerende uitingen. Voor het stoppen van de algemene subsidie aan een partij die per slot van rekening gewoon geregistreerd blijft, geldt dat minder. Het is ook de vraag hoe de duur en de omvang van de korting moeten worden vastgesteld. Dat lijkt eerder een kwestie voor de rechter dan voor bestuurlijke autoriteiten, want het verwijt van selectieve verontwaardiging ligt om de hoek.

Invoering van nieuwe maatregelen zet ook de delicate discussie over het weren van rechts-extremisten uit gemeenteraadscommissies, of het hun ontzeggen van faciliteiten, weer op scherp. En dient recidive automatisch te leiden tot een volledig partijverbod, met alle bezwaren van dien?

Dit soort vragen is geen reden het werk aan het ontwerpen van een gele kaart te staken. Systematische wetsovertreding vraagt om een systematisch antwoord. Dit onderstreept voorshands vooral het belang van een stelselmatige strafrechtelijke aanpak. Al was het alleen omdat deze, beter dan een categorisch verbod dat al gauw slechts het vuil onder het vloerkleed veegt, de politie en justitie - en de goedwillende burgers - prikkelt tot niet-aflatende alertheid.