Een sluier van barmhartigheid; De permanente educatie van mevrouw S.A. Pikaar

DE JONGE DOCTOR is 81 jaar, net geworden. Vorige week woensdag, toen mevrouw dr. S.A. Pikaar promoveerde aan de Universiteit Utrecht op het Franstalige proefschrift Endura. Jeûne ou suicide? Voedselweigering of zelfmoord? was ze nog 80. “Ik wilde per se promoveren op mijn tachtigste.” Haar dissertatie volgt op de studie Frans die ze in 1988 aanving, 72 jaar oud.

In vier jaar was ze klaar. “Er staat toch ook vier jaar voor?” Het proefschrift, dat handelt over de dood door voedselweigering bij middeleeuwse ketters èn in het huidige Nederland, is eveneens in vier jaar voltooid. Het plan is nu om filosofie te gaan studeren. Dat is een echte studie voor ouderen, meent ze, “want die hebben al veel levenservaring.”

Dit mag permanente educatie heten. De onderwijscarrière van mevrouw Pikaar beslaat bijna de hele eeuw. Tot haar afgrijzen is ze plotseling centrum van veel belangstelling: “VPRO-journalistenforum, 2-Vandaag, Nova, de Volkskrant, het Algemeen Dagblad, het Utrechts Nieuwsblad, Jos Brink, Trouw”, verzucht de kersverse doctor op haar werkkamer, “allemaal komen ze langs. Akelig. De filosoof Levinas zei dat de mens zijn vrijheid verliest door de blik van de ander.”

Haar leergierigheid wijt Pikaar aan omstandigheden in haar jeugd. Haar vader was pianist en bij hen thuis kwamen veel joodse collega-muzikanten over de vloer - en ook veel rabijnen . “Ik groeide daardoor eigenlijk op in een joodse gemeenschap, en dat is altijd discussiëren hè. En altijd blijven studeren.” Haar middelbare-schoolopleiding kreeg Pikaar “op een vreselijk strenge meisjesschool, want dat was de enige neutrale school in de omgeving” - met godsdienst wilde haar vader niets te maken hebben. Pikaar deed een opleiding tot apothekersassistente, en volgde later naast haar werk in de apotheek allerhande cursussen in psychologie en medicijnen.

In de jaren zestig werd ze hoofd documentatie van de afdeling vergiftigingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid, en dat betekende “weer allemaal cursussen en examens: toxicologie, ziekteleer, farmacologie”. In die functie werkte ze onder meer mee aan de Winkler Prins Encyclopedie en de Codex Medicus. Ook schreef ze boeken over vergiftiging. Ze is momenteel bezig met de binnenkort verschijnende vijfde druk van het standaardwerk Vergiftigingen, dat ze schreef met de arts A. van Heijst.

INQUISITIE

De belangstelling voor haar promotie-onderwerp - de middeleeuwse katharen en hun endura-versterving - deed Pikaar op tijdens het bombardement op Rotterdam, op 14 mei 1940. “Een broer van mijn vader kwam mij toen waarschuwen: er gebeurt een ramp. Samen gingen we mijn ouders halen. Op dat moment vielen de bommen. De brand golfde door de straten achter ons, voor ons liepen vluchtende mensen. 'Dit hebben we meer gedaan', zei mijn oom toen. Hij dacht dat wij gereïncarneerde katharen waren die in de middeleeuwen samen gestorven waren op de brandstapel van de inquisitie.”

Of haar oom, die voorzitter was van de Vereniging Gnosis, daarmee gelijk had, weet Pikaar niet. “De Engelse psychiater Arthur Guirdham heeft veel geschreven over nu levende mensen die menen gereïncarneerde katharen te zijn. Maar dat zijn dan altijd bekende katharen, nooit eenvoudige timmerlieden. Waarom zouden die echter niet ook eens reïncarneren?” Maar haar belangstelling was gewekt en na de oorlog verbleef Pikaar lange tijd op het Franse landgoed van haar oom.

Zware wetenschappelijke kost is het proefschrift niet geworden. Het bestaat uit drie delen. Het eerste deel biedt een nogal pretentieloos historisch overzicht op basis van secundaire literatuur van de geschiedenis van de katharen. Deze dualistische christelijke ketterij vormde in de twaalfde en dertiende eeuw in Noord-Italië en Zuid-Frankrijk een serieuze bedreiging voor de eenheid van de katholieke kerk. De terreur van de speciaal opgerichte inquisitie en een kruistocht door Noordfranse ridders maakten een einde aan de machtigste der middeleeuwse ketterijen. Het tweede deel, het pièce de résistance volgens Pikaar, gaat over de 'endura' en moderne cijfers over zelfmoord. In het derde deel onderzoekt Pikaar een aantal troubadoursliederen op mogelijke kathaarse invloeden, met als belangrijkste oogst dat het typisch kathaarse woord 'endura' inderdaad een aantal maal voorkomt, al is het meestal in de betekenis van 'het ontberen van een geliefde'.

De door historici al veel besproken 'endura' is een kathaars ritueel van vasten tot de dood erop volgt. De bronnen zijn onvolledig, maar de endura werd in ieder geval in de eindtijd van het katharisme gepraktizeerd door sommige kathaarse gelovigen nadat zij op hun doodsbed door kathaarse leiders, de perfecti, waren voorzien van het enige kathaarse sacrament: het consolamentum. Het idee van de endura ontstond omdat men na het consolamentum maar beter zo snel mogelijk kon sterven, want dit sacrament verloste volgens de katharen de mens uit de macht van de 'duivelse wereld' en maakte hem of haar in feite gelijk aan een engel. Wie nadien opnieuw zondigde, verloor de mogelijkheid in dit leven uit de aardse kluisters te ontsnappen. Hem of haar wachtte dan een nieuwe reïncarnatiecyclus. Alleen katharen die zich sterk genoeg achtten, lieten zich in volledige gezondheid voorzien van het consolamentum, waarna ze een uiterst ascetisch leven leidden, streng gecontroleerd door de andere perfecti.

Volgens Pikaar vindt deze endura haar moderne pendant in het gegeven dat ook nu sommige oude mensen die 'der dagen zat' zijn weigeren te eten en daardoor sterven. Volgens haar is in geen van deze gevallen sprake van echte zelfmoord omdat het niet gaat om een onmacht om te leven, zoals bij 'pathologische' zelfmoord, maar juist om een wens tot waardig sterven. “Dat is een instinctief iets, dat we tegenwoordig vaak verliezen omdat iedereen altijd maar wil blijven leven.”

Pikaars bijdrage aan de wetenschappelijke discussie over deze zelfgekozen dood bestaat uit de presentatie van CBS-cijfers over de dood van oude mensen door ondervoeding, waaronder ook veel gevallen van moderne 'endura' schuil gaan. Het gaat om geringe aantallen, maar ze stijgen de laatste jaren sterk, van 24 in 1990 tot 78 in 1993.

TELEURSTELLEND

Het is nogal teleurstellend dat ze deze stijging niet verder analyseert - geen mogelijke verklaringen, geen casuïstiek, niets. Waarom heeft ze dit materiaal laten liggen? Pikaar: “Ik ben er voorzichtig mee, omdat ik bang ben misbruikt te worden voor propaganda - dat euthanasie niet nodig is en dat meer mensen aan versterving zullen gaan doen. Ik kan me niet goed verweren, ik ben maar alleen. Ik weet ook niet wat ik van euthanasie moet vinden. Evenmin als ik weet wat ik zelf zal doen als het zover is: de toekomst ligt gelukkig verborgen in een sluier van barmhartigheid. En het is ook een gevoelskwestie, dat ik er weinig op in ben gegaan. Ik ben op een leeftijd dat je over de dood nadenkt. Ik denk dat ik daarom die troubadours er heb bijgedaan. Dat vrolijkt de boel weer een beetje op. Inderdaad, in zekere zin was dit proefschrift voor mij een soort oefening in het juiste sterven.”

Even later gaat de telefoon. Een onbekende mevrouw had over Pikaars proefschrift gelezen in een lokale krant, en nu wil ze graag praten over haar schuldgevoel na de dood van haar vader, die op het laatst ook geweigerd had te eten. Maar Pikaar gaat er niet op in. “Ik word er niet goed van, dat is al de tweede in een paar dagen. Ik dacht nog: ik schrijf het proefschrift maar in het Frans, dan leest toch niemand het.”