Drie religies halen hun gelijk uit de grond van Jeruzalem; Gods eigen tunnel

De opening van de tunnel langs de Tempelberg maakt opnieuw duidelijk hoezeer geschiedenis, geloof en politiek in Israel met elkaar zijn verstrengeld. De ondergrondse meters tussen de Klaagmuur en de Via Dolorosa hebben de vrede in gevaar gebracht. Twee volkeren en één heilige stad: 'De tunnel is tegen de islam!'

Het is warm in de tunnel die over een lengte van 448 meter langs het duizenden jaren oude Tempel-complex in Jeruzalem loopt - en daarmee de joodse, islamitische en christelijke geschiedenis doorsnijdt. Sedert vorige week is de tunnel, die Israel en Palestijnen aan de rand van oorlog heeft gebracht, weer open. Hij verbindt de Klaagmuur met de Tweede Statie van de Via Dolorosa, waarover Jezus het kruis naar Zijn kruisiging droeg.

De emotionele temperatuur van de Israelische bezoekers stijgt als de gids zegt dat “wij nu onder de moslim-wijk” van Jeruzalem lopen. Honderd meter verder bereiken we de heiligste plek in de fundamenten van de Klaagmuur. “We staan hier maar zestig meter ten oosten van de plaats waar zich onder de Koepel van de Rots-moskee de Heilige Ark bevond”, galmt de stem van de gids door de tunnelgang. Er valt een doodse stilte. De ogen van een oude vrome jood lijken door de rotsen te priemen om de Ark te kunnen zien, het allerheiligste in de door koning Salomo gebouwde Eerste Tempel. Volgens rabbinale legenden zou de Ark zich zelfs na de vernietiging van de Tweede Tempel door de Romeinen in het jaar 70 na Christus nog onder de moskee bevinden.

Geel kunstlicht beschijnt een grote steen waarover water sijpelt. Een religieuze joodse vrouw legt haar handen in een bezwerende beweging erop en kust de natte steen - zo maakt ze de onverbreekbare band zichtbaar tussen de geschiedenis, het geloof en de politiek van het joodse volk. Een band waaruit in dit zionistische tijdperk zoveel problemen voortkomen.

“Ik begrijp niet waarom de gojiem (niet-joden, red.) zo'n kabaal maken over de opening van de tunnel. Die is al 28 jaar geleden uitgegraven. We hebben alleen de laatste tijd wat rommel opgeruimd en de gang verderop geopend”, zegt de bewaker van de ingang bij de zwaarbewaakte Klaagmuur. “We hebben niemand kwaad gedaan, geen haar van een moslim gekrenkt.” De twintigjarige orthodoxe jongen Motti Michaeli valt hem bij. “Dit is de heiligste plek ter wereld. Toen ik door de tunnel ging had ik het gevoel alsof ik God tegen kwam en zelfs met Hem kon praten.” Michaeli's ouders kwamen in de jaren zeventig uit de vroegere Sovjet-Unie naar Israel. “Ik word binnenkort opgeroepen voor het leger”, zegt hij trots. “Ja, ik ben bereid voor Jeruzalem te vechten.” Maar, laat hij zich ontvallen, “sneuvelen wil ik niet zeggen.”

“Deze tunnel raakt de rots van ons bestaan.” Zo rechtvaardigde de nationalistische Likud-premier Benjamin Netanyahu vorige week de opening van de tunneluitgang in de Via Dolorosa, in de moslim-wijk van Jeruzalem. Maar de moslims denken er precies zo over. “Wij staan er op dat de uitgang van de tunnel in de Via Dolorosa, in de moslim-wijk van Al-Quds (Jeruzalem, red.) weer dicht gaat”, waarschuwt Ekrima Sa'id Sabri, de Palestijnse Groot-Mufti van Jeruzalem en het Heilige Land. “Als de tunnel openblijft komt er een algemene Palestijnse opstand tegen Israel.”

Gele viltstift

Een Palestijnse winkelier bij de Tweede Statie in Via Dolorosa zegt met een felheid die geen tegenspraak duldt, dat de tunnel onder de twee moskeeën loopt die op Haram-al-Sharif (Tempelberg) staan: Al-Aqsa en Koepel van de Rots. Een ambtenaar van het bureau van de Jordaanse Groot-Mufti van Jeruzalem is met even grote stelligheid dezelfde mening toegedaan. In zijn kantoor, bij een van de toegangspoorten tot Haram-al-Sharif, brengt Groot-Mufti Ekrima Sa'id Sabri uitkomst. Hij legt een fotokopie van een kaart van Al-Quds op tafel waarop een paar minuten eerder één van zijn zeer gedienstige ambtenaren met een gele viltstift de loop van de omstreden tunnel aangeeft. Eén blik is voldoende: de joodse tunnel schendt Haram-al-Sharif niet! Waarom dan die Palestijnse en islamitische verontwaardiging? En verdienen de Palestijnse winkeliers dan ook niet aan zo'n toeloop?

“Het tunnelproject is sedert Israel begon te graven nooit aanvaardbaar voor ons geweest. De tunnel loopt onder de westelijke muur, voor joden de Klaagmuur, van de Al-Aqsa-moskee. Hij loopt ook onder ander voor de islam heilig gebied, dat daarmee wordt geschonden”, legt de zachtmoedig kijkende Palestijnse Groot-Mufti uit. Volgens hem is er absoluut geen sprake van een tunnel, maar van een door de Romeinen aangelegde waterleiding. “Waarom heeft Israel 's nachts een grote militaire en politiemacht ingezet en 's nachts de tunnel geopend?” vervolgt hij, nu wat feller. “Waarom in het duister als ze in hun recht staan? Het betekent niet anders dan dat ze weer een keer onze rechten hebben gestolen.” De Israelische werkzaamheden aan de tunnel hebben volgens de Groot-Mufti ook de fundamenten van huizen in de moslim-wijk gevaarlijk ondermijnd, alhoewel in de tunnel uitvoerig en zichtbaar is gestut. Zelfs een deel van het trappenhuis in zijn kantoor is naar zijn zeggen in 1984 ingestort, toen de Israeliërs bezig waren de tunnel uit te ruimen.

In de loop van de jaren tachtig, onder andere in 1981 en 1986, hebben de Israeliërs geprobeerd om onder de Koepel van de Rots- en de Al-Aqsa-moskeeën te kruipen: in 1981 wilden ze vanuit deze tunnel een zijgang openen die onder Haram-al-Sharif doorloopt, en vermoedelijk onderdeel is van een heel stelsel van onderaardse paden dat de Tempelberg doorsnijdt. In de tunnel wijst de gids deze 'doorbraak' aan, die nu is dichtgemetseld. “Toen de Arabieren in de gaten kregen dat we daar bezig waren, mobiliseerden ze de internationale publieke opinie en moesten we deze opening sluiten”, zegt hij op spijtige toon.

Deze pogingen hebben het wantrouwen aan Palestijnse en islamitische zijde in de Israelische bedoelingen met Jeruzalem versterkt. “Het Israelische tunnelproject heeft natuurlijk invloed op Haram-al-Sharif”, zegt de Groot-Mufti. “Israelische soldaten kunnen er op iedere willekeurig moment vanuit de tunnel binnendringen.” Nu gaat de Groot-Mufti in een hogere emotionele versnelling, typerend voor de manier waarop in het Israelisch-Palestijnse geschil de ratio wordt gesluierd. “Niemand weet wat ze daar beneden doen. Ze bedreigen de moskeeën, het kan zijn dat ze die willen vernietigen. De tunnel is tegen de islam! Joden hebben niets in Jeruzalem te zoeken. Ze hebben hier niets. Ze hebben geen archeologische sporen en geen ruïnes. De Klaagmuur is van de moslims. Vroeger, voordat de staat Israel werd gesticht, mochten de joden alleen daar bidden. Jeruzalem is deel van onze godsdienst. De joden zouden moeten bewijzen dat dit ook voor hen geldt. Wij hebben bewijzen, zij hebben alleen kogels en wapens.”

Overduidelijk blijkt nu hoe diep religie en nationalisme aan Palestijnse zijde, maar natuurlijk ook aan Israelische kant, met elkaar in een lange, meedogenloze strijd op leven en dood zijn verstrengeld. Dat is de sleutel tot het begrip van het joods-Palestijnse drama dat zich al meer dan een eeuw afspeelt: een tragisch conflict tussen twee volkeren die om hetzelfde 'heilige land' met als hoofdprijs de 'heilige stad' Al-Quds / Jeruzalem vechten. Daarom is het vredesproces tussen Palestijnen en Israeliërs zo'n kwetsbare, door religie en historische herinneringen belaste zaak.

“De Balfour-verklaring (waarmee Engeland in 1917 het recht van een joods nationaal tehuis in Palestina erkende, red.) was pure agressie tegen ons omdat het de joden een land in ons land gaf”, zegt de Groot-Mufti Ekrima Sa'id Sabri. “We zijn bereid met de joden samen te leven als ze hun agressie opgeven. Hoe kunnen wij coëxisteren als Israel onze rechten in Jeruzalem volledig negeert? Als Israel de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad zou uitvoeren, waarin staat dat ze zich uit de in 1967 veroverde gebieden moet terugtrekken, zou dat een oplossing voor het Jeruzalem-probleem kunnen bieden. Maar politiek en godsdienst kunnen niet van elkaar worden gescheiden.” Waarmee hij wil zeggen dat het oostelijke deel van Jeruzalem de hoofdstad van de Palestijnse staat moet worden.

Menselijke behoeften

De opening van de tunnel in de Via Dolorosa, tegenover de Tweede Statie, heeft ook achter de gordijnen van de christelijke geestelijkheid in Jeruzalem kwaad bloed gezet. Een Israelische soldaat met een geweer aan de schouder vraagt beleefd aan de Franciscaanse pater en archeoloog Eugenio Alliate, of hij gebruik mag maken van het toilet op het terrein van de kerk. “Eigenlijk niet”, antwoordt de pater. “Soldaten op onze toiletten? Dat is niet goed voor ons. Wat verderop in de Via Dolorosa zijn aan twee kanten openbare wc's.” De soldaat geeft het niet op: “Dat weet ik, maar die zijn vuil.” Met “begrip voor menselijke behoeften”, maar met nog meer oog voor zijn eigen belangen in het balanceren tussen Israeliërs en Palestijnen in Oost-Jeruzalem, houdt Pater Alliate voet bij stuk.

In zijn ontvangstkamer uit de pater zijn ongenoegen over de opening van de tunnel zo dicht op de Tweede Statie. “Dag en nacht zijn soldaten er gestationeerd om de tunnelopening te beschermen. Die uitvalspoort van de tunnel zo regelrecht tegenover ons verstoort de rust en geeft me een onprettig gevoel. Hoe moet dat volgend jaar met Pasen? Dan vertrekt de grote processie altijd bij ons, vanaf de Tweede Statie.”

Alliate, die al zeventien jaar in (Oost-)Jeruzalem woont, betreurt het dat de Israeliërs niet over het openen van de tunnel hebben overlegd. Wel werd hem uit een wandeling door de tunnel - “een fantastische belevenis” - duidelijk dat de tunnel de fundamenten van de twee moskeeën op Haram-al-Sharif niet in gevaar brengt. Toch denkt hij dat de moslims oprecht vrezen dat de “joden vanuit de tunnel tot het Tempel-gebied willen doordringen”. Bovendien begrijpt hij het argument van de Groot-Mufti dat de tunnel door voor de islam heilig geacht gebied gaat. “De moslims hebben een buitengewoon sterk gevoel voor reinheid. Soms werd ik door mijn moslim-gastheren verplicht een bad te nemen bij bezoeken aan moskeeën in de strook van Gaza. De moslims houden er niet van dat ongelovigen de heilige plaatsen bezoeken en beheren. De joden hebben hetzelfde gevoel: als ik naar de Klaagmuur ga, word ik gek aangekeken, want voor hen ben ik onrein. Ik ga er daarom ook niet naar toe.” Het tumult rond de tunnel heeft Pater Alliate gesterkt in de overtuiging dat er, volgens het bekende standpunt van het Vaticaan, in een vredesregeling een 'speciaal statuut' voor Jeruzalem moet komen.

Jan Willem van der Hoeven, een van de initiatiefnemers van de particuliere Internationale Christelijke Ambassade in Jeruzalem, gaat nog verder in zijn verdediging van het Israelische nationalisme. De ruim zesduizend deelnemers aan een door Van der Hoeven georganiseerde Bijbelweek, gaven vorige week premier Netanyahu een denderende ovatie voor zijn “moedige besluit” de tunnel te openen. Van der Hoeven bekritiseert Shimon Peres die het voor de top in Washington openlijk oneens was met de opening van de tunnel: “Ik kan het niet hebben dat Peres niet voldoende jood is om één lijn te trekken met Netanyahu”. Zijn christelijk-fundamentalistische opvattingen steunen niet alleen op Bijbelteksten en profetieën, maar worden ook gevoed door wat hij noemt “de haat van de islam tegen het jodendom en daardoor tegen Israel. De islam wil geen joden en christenen hier. De joden doen er dan ook goed aan om voor hun eigen land te vechten, op hun rechten te staan en nooit aan de vijand concessies doen.” De Getrouwen der Tempelberg, een extreem-nationalistische religieuze Israelische pressiegroep, heeft zijns inziens het volste recht om ieder jaar opnieuw op de Tempelberg te willen bidden. Wat betreft Van der Hoeven en zijn volgelingen moeten de joden liefst zo snel mogelijk beginnen met de bouw van de derde tempel op de Tempelberg.

Hoewel er miljoenen 'Bijbelgetrouwe' christenen zijn, is dat toch een minderheidsstandpunt in de christelijke wereld. Volgens de voorspelling van de profeet Jesaja zal er aan de (her)bouw van Tempel, waarmee aan het einde der dagen een nieuwe, vreedzame wereldorde zal worden gesticht, een verschrikkelijke oorlog vooraf gaan. Om de komst van Messias en deze nieuwe wereldorde, waar leeuw en lam naast elkaar zullen liggen, te bespoedigen heeft een extremistische Israelische groepering al eens in de jaren tachtig geprobeerd de Al-Aqsa-moskee op te blazen. De aanslag is verijdeld, maar niet vergeten. Aan de botsing tussen het zionisme en Palestijns nationalisme voegt de kwestie-Jeruzalem een levensgevaarlijke religieuze component toe: 'Allah Akbar, God is groot' tegen 'Jerusjalaiem shelanoe, Jeruzalem van ons'.