Doodgaan is bijna leuk in Utrecht

UTRECHT, 5 OKT. Tussen een hoop herfstbladeren op de Haagse begraafplaats Nieuw Eijkenduinen lag twintig jaar geleden een kleine, verweerde steen. Hij ligt er nog altijd. En nog steeds zijn daarop de romantische woorden leesbaar: 'Hier ergens rust zij van wie niemand wist dat zij mijn geliefde was'.

Voor zoiets aandoenlijks is geen plaats op de vakbeurs Uitvaart '96, die dezer dagen in Utrecht wordt gehouden. Het is een puur zakelijke, wat cleane aangelegenheid. Dat blijkt al direct bij binnenkomst van de Jaarbeurshal, waar één maal in de vier jaar de commerciële kant van de dood centraal staat. Een van de eerste standhouders die men daar ontmoet, is vertegenwoordiger in cosmetische uitvaartaccessoires. Hij weet haarfijn uit te leggen hoe men een overledene aan het lachen kan krijgen door hem een verstelbare mondvormer tussen de kaken te plaatsen.

Verder biedt de beurs een keur aan grafkisten: van zeer kostbare, eikenhouten exemplaren tot eenvoudige kartonnen grafdozen van Britse makelij. Ook zijn er kleurrijke ceramische urnen en allerlei vormen van eigentijds overlijdensdrukwerk te zien. Volgens een fabrikant van bidprentjes, rouwkaarten en liturgieën ziet het drukwerk er tegenwoordig zo fleurig en gezellig uit dat je haast “zou gaan denken dat het leuk is om dood te gaan”. Niet te ontlopen zijn allerlei nieuwe automodellen van uitvaartondernemers. Een zee van lakglans in zwart, wit en grijs, van ingehouden pracht en praal met technische snufjes. De kist en de bloemstukken moeten namelijk netjes op hun plaats worden gehouden tijdens de rit door het drukke stadsverkeer.

In de aula van het crematorium of van de begraafplaats ziet het er naar uit dat het afscheidnemen met minder taboes dan vroeger is omgeven. Alles is mogelijk, vertelt de vrouwelijke beheerder van een crematorium in Beuningen in het Land van Maas en Waal. De mensen zijn mondiger geworden. Zij bepalen hoe de uitvaartplechtigheid zich voltrekt.

Bijna vijftig procent van alle doden wordt gecremeerd. Desondanks valt het crematoria-exploitanten zwaar om tot aantrekkelijke bedrijfsresultaten te komen. Vrijwel iedere vorm van uitvaartplechtigheid is toegestaan, maar hoe langer het duurt, hoe kostbaarder het is - 240 gulden per half uur extra. En dat is voor een crematorium nog onvoordelig ook, want er kunnen per dag toch al niet meer dan zo'n zes verbrandingen van ieder 75 minuten plaatsvinden. In Duitsland ligt het anders. Daar worden kist en inhoud veelal zo lang in de koeling gezet totdat er een commercieel verantwoord aantal crematies kan plaatshebben. De stokenist kan daar al vroeg in de morgen beginnen.

Nieuw op de beurs zijn de 'uitvaartvernieuwers', die met hun ideeën over begrafenisrituelen, devotionalia en kunstwerken inhaken op de behoefte van vermoedelijk veel mensen aan persoonlijker vormen van gedenken. Daarbij zouden zij zich niet meer aan overleefde tradities willen houden of zich door verstarde denkbeelden van begraafplaatsbeheerders laten ringeloren.

De absolute uitvaarttopper is nog altijd 'Waarheen leidt de weg die wij moeten gaan?' van Mieke Telkamp. Psalmen, Ave Maria's en Air van Bach staan nog hoog genoteerd. Maar bij jonge doden wordt ook housemuziek gedraaid, liefst zo hard mogelijk. Of Jimi Hendrix, de Rolling Stones en Marco Borsato. Een Matthäuspassion is ook te doen, maar gaat veel geld kosten.