'DEA betaalde sapfabriek niet'

ROTTERDAM, 5 OKT. De verklaringen van kroongetuige 'sapman' over betrokkenheid van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) bij de drugsimporten van de Haarlemse politie zijn volgens de rijksrecherche onvoldoende onderbouwd. Dit heeft minister Sorgdrager (Justitie) gisteren meegedeeld in antwoord op vragen van de CDA-fractie in de Tweede Kamer.

Deze krant meldde vorige maand dat in een 'staatsgeheime' versie van het rapport van de rijksrecherche over de CID (Criminele Inlichtingendienst) van de Haarlemse politie aanwijzingen staan dat de DEA een rol heeft gespeeld bij de financiering van een sapfabriek in Ecuador die de politie in Haarlem wilde gebruiken als uitvalsbasis voor drugstransporten naar West-Europa.

De minister bevestigt in haar antwoorden dat dergelijke aanwijzingen in dit stuk staan. Deze zijn echter niet in het openbaar gemaakte rapport van de rijksrecherche opgenomen omdat voor “de betrokkenheid van de DEA geen bevestiging kon worden gevonden”, aldus de minister.

Volgens Sorgdrager is dit onder meer gebleken uit een contact dat “namens” de rijksrecherche vorig najaar werd gelegd met de DEA in Ecuador. De Amerikanen deelden toen mee, aldus de minister, dat zij “geen relatie” hebben met de sapfabriek van de Haarlemse politie of de uitbater daarvan, de 'sapman'. In de 'staatsgeheime' versie van het rijksrechercherapport komt een passage voor waarin de 'sapman' “de Amerikanen” aanwijst als financier van de sapfabriek in Ecuador.

Sorgdrager schrijft voorts in haar antwoorden dat een “hoofdbevinding” van de rijksrecherche in het onderzoek naar de handel en wandel van de Haarlemse CID is dat er “geen aanwijzingen zijn gevonden voor de betrokkenheid van (buitenlandse) inlichtingendiensten” bij de CID Haarlem of de Haarlemse agenten Langendoen en Van Vondel, het zogenoemde 'koningskoppel' van de CID Haarlem.

In het laatste hoofdstuk van het openbare rijksrechercherapport wordt er overigens op gewezen dat de rol van deze buitenlandse inlichtingendiensten, zoals de DEA en het Duitse Bundeskriminalamt (BKA), onduidelijk is gebleven. “Weten buitenlandse inlichtingendiensten iets van de activiteiten van Langendoen en Van Vondel en de rol die zij in diverse verdovende middelentrajecten speelden?”, aldus sluit de slotvraag uit het rapport van de rijksrecherche, dat afgelopen maart werd gepubliceerd.