Commissarissen

In zijn persverklaring na terugkeer uit Cyprus (NRC HANDELSBLAD, 30 september), suggereert Bolkestein dat de wet aan een commissaris twee taken toekent: toezicht houden op het bestuur en opkomen voor de belangen van de onderneming.

Deze suggetie is onjuist. De desbetreffende wetsbepaling luidt: “De raad van commissarissen heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Hij staat het bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming” (artikel 140 lid 2/250 lid 2 van Boek 2 BW).

Met andere woorden, de commissaris heeft als taak toezicht te houden en het bestuur te adviseren. Het belang van de onderneming staat bij de uitoefening van die louter interne taak voorop. De wet legt een commissaris geenszins de taak op om ook extern de belangen van de onderneming te behartigen. Integendeel, behoudens een enkele uitzondering komt de bevoegdheid om de vennootschap te vertegenwoordigen een commissaris niet toe.

In zijn hoedanigheid van commissaris had Bolkestein bij minister Borst in principe niets te zoeken.