Adellijke titel

Het was voor mij verbijsterend om te lezen dat de minister van Binnenlandse Zaken vasthoudt aan zijn standpunt inzake de overerving van adellijke titels in mannelijke lijn (NRC HANDELSBLAD, 1 oktober).

Sinds kort kan iedere Nederlandse burger bepalen bij de geboorte van een kind of dat kind de naam van de vader of die van de moeder zal dragen. De adel kan dit ook maar de titel vervalt indien het kind de naam van de adellijke moeder krijgt.

Adellijke titels behoren integraal tot de familienaam (in tegenstelling tot predikaten) en worden ook als zodanig vermeld op officiële documenten. Indien men, als het gevaar bestaat dat een geslacht uitsterft, besluit om de kinderen de naam van de adellijke moeder te laten dragen, dan hoort de titel daarbij. Slechts in het geval van adoptie waarbij de bloedbanden verbroken worden, zou de minister een uitzondering moeten maken.

Het huidige standpunt van de minister is een niet te volgen gedachtenkronkel die alleen begrijpelijk wordt als je inziet dat het een poging is om het uitstervingsbeleid ten aanzien van de adel, ingezet in 1953, met kracht voort te zetten.

De Nederlandse adel mag zich getroosten met de gedachte dat de minister hen door dit standpunt weer terugplaatst in de uitzonderlijke positie ten opzichte van de rest van de bevolking die de adel eeuwenlang genoten heeft.