Worteltje de prinses

Sprookjes zijn het thema van de Kinderboekenweek, die tot 12 oktober duurt. Hieronder een sprookje dat Michelle Hermarij, 11 jaar, uit Ouderkerk aan de Amstel naar de Kinderpagina stuurde

Er was eens heel lang geleden een koning die had drie dochters. Ze heetten Blondina, Brunetta en Worteltje. Blondina heette zo omdat haar haren zo mooi blond waren. En Brunetta omdat haar haren glanzend bruin waren. En Worteltje, nou de koning vond haar maar niets omdat ze oranje haren had. Worteltje had al lang geen moeder meer. Ze moest van de koning een dienstmeisje zijn. Blondina en Brunetta lachten haar alsmaar uit.

Op een dag kreeg de koning een bericht, het bericht was van een prins. Aha! dacht de koning, het werd ook wel hoog tijd dat zijn dochters gingen trouwen. De koning vertelde het aan zijn dochters Brunetta en Blondina en o wat waren die opgewonden. Op de dag dat de prins zou komen waren Brunetta en Blondina erg opgewonden. Ze tutten zich de hele dag op.

Toen de prins kwam zei de koning: dit is Blondina en dit is Brunetta. De prinsessen kleefden helemaal aan hem, maar toen zei de prins: maar koning, u heeft toch drie dochters? Waar is dan uw derde dochter? O, zei de koning, die, ja die is al getrouwd. De prins dacht: zal wel, ik geloof er geen barst van. De koning zei als je je beslissing hebt genomen laat me het dan weten. Dat zal ik doen zei de prins en toen ging de prins weg en op de gang - wie zat daar te dweilen? Wat is dat een beeldschoon meisje, dacht de prins. Hoe heet je beeld schoonmeisje vroeg de prins.

Ik heet Worteltje, ik ben de derde dochter van de koning, maar mijn vader heeft een hekel aan me. Hij vindt me lelijk, zei ze. O, zei de prins, maar ik vind jou beeldschoon. O dank je, zei Worteltje. Kom vanavond naar de beek, zei de prins. Zal ik doen, zei Worteltje.

Die avond bij de beek zei de prins: ik wil met jouw trouwen, Worteltje. Ik ook met jou, zei Worteltje, maar het mag niet van mijn vader. Kom dan mee naar mijn paleis, dan kunnen we trouwen, zei de prins. Dat deden ze inderdaad en daar leefden ze nog lang en gelukkig.