Verknocht aan de regen; Michael Winterbottom over zijn film Jude

De film Jude van Michael Winterbottom is, net als al zijn andere films, gesitueerd in de Britse arbeidersklasse. “Ik behandel liever de vraag 'hoe knopen we de eindjes aan elkaar?' dan: 'zijn we eigenlijk wel gelukkig?'. Het is moeilijk om interessante verhalen te vinden die zich afspelen in de hogere klassen.”

De productiefste regisseur uit de filmgeschiedenis zal hij niet gauw worden; er is altijd nog Roger Corman, die vijftien jaar lang gemiddeld drie films per jaar maakte, of Rainer Werner Fassbinder, die er in zijn korte carrière meer dan veertig regisseerde. Maar Michael Winterbottom is zonder twijfel een van de voortvarendste jonge filmmakers van dit moment. Begin vorig jaar debuteerde hij - na een succesvolle carrière bij de Engelse televisie - als speelfilmregisseur met de verrassende roadmovie Butterfly Kiss. Sindsdien maakte hij een subtiele tragikomedie over multiple sclerose (Go Now), verfilmde hij sober en stijlvol Jude the Obscure van Thomas Hardy, en nam hij in Sarajevo een politiek drama op. Ondertussen was op de BBC-televisie nog zijn vierdelige miniserie Family te zien, gebaseerd op een scenario van Booker Prize-winnaar Roddy Doyle.

Als ik Winterbottom ter gelegenheid van de première van Jude te spreken krijg, zit hij midden in de montage van zijn Sarajevo-film. De plaats van het interview is een Londense club met de naam Groucho's - je verwacht de maker van het inktzwarte Jude eerder in de Ingmar Bergman-bar of Grand Café Murnau. Later in het gesprek zal Winterbottom overigens bestrijden dat hij een pessimist is. Butterfly Kiss mag dan, na een serie moorden langs de grauwe autowegen van Noord-Engeland, eindigen met de gewelddadige dood van de lesbische hoofdpersoon, en Jude mag uitlopen op de totale onttakeling van de titelheld - dat betekent volgens de regisseur nog niet dat hij het leven als een tranendal ziet. Go Now, vertoond op het filmfestival van Venetië, beschouwt hij zelfs als een feelgood movie, al lijdt een van de geportretteerde geliefden aan een gemene, dodelijke ziekte. “Net als mijn andere films is Go Now een liefdesverhaal, en in elk liefdesverhaal moeten er wat obstakels zijn. Je kunt nu eenmaal geen film maken als je begint met 'ze leefden nog lang en gelukkig'.”

Noodlotsroman

Winterbottom praat in een tempo dat past bij zijn status als regisserende wervelwind. Als een stand-up comedian die bang is voor ongemakkelijke stiltes mitrailleert hij half ingeslikte woorden mijn richting op, zich niet bekommerend om de verstaanbaarheid, die af en toe ook bemoeilijkt wordt door zijn licht Noord-Engelse accent. Nadat ik hem heb gevraagd wat hem er toe zette om Hardy's honderd jaar oude noodlotsroman Jude the Obscure te verfilmen, laat hij zich met moeite nog onderbreken.

“Ik las Jude voor het eerst op mijn veertiende, een ideale leeftijd om tot op het bot door een boek geraakt te worden. Aanvankelijk ging het me vooral om de gedoemde liefde van Jude en zijn gecompliceerde nichtje Sue, maar naar mate ik de roman vaker herlas, ging ik me steeds meer identificeren met Jude - zelfs al leek zijn arme jeugd op het platteland in 'Wessex' (Hardy's benaming voor Dorset, PS) in weinig op die van mij in Blackburn, Lancashire, en zelfs al lukte mij wel waar Jude vergeefs van droomt: studeren in Oxford, of zoals de stad in de roman heet, Christminster... Jude is voor mij het perfecte heroïsche personage: iemand die tegenslag op tegenslag krijgt, en telkens zijn idealen bijstelt zonder ze uit het oog te verliezen. Hij is een working-class hero die het slachtoffer wordt van snobisme en kleinburgerlijkheid. Ik vond het onbegrijpelijk dat zijn verhaal nooit verfilmd was, te meer daar de twee enige Hardy-bewerkingen, Far from the Madding Crowd van John Schlesinger en Polanski's Tess, hadden bewezen dat de 'Wessex Novels' mooie films opleveren.”

De negentiende-eeuwse roman is weer populair bij film- en televisieregisseurs, maar de meeste kiezen voor Jane Austen-bewerkingen. Wat maakt Hardy voor u interessanter dan Austen?

“Austen en Hardy mogen dan allebei romans in de negentiende eeuw gepubliceerd hebben, er gaapt tussen hen een kloof van meer dan vijftig jaar; evenveel als tussen Joyce en ons. Als stilisten zijn ze elkaars tegenpolen - Hardy hakt, Austen ciseleert - maar ook als vertellers. Hardy schreef geen zedenromans over de hogere klasse; niemand in zijn boeken maakt zich druk om kleding of goede manieren. Dat spreekt me aan. Met Jude wilde hij bovendien heel bewust een modern verhaal vertellen, over de gevolgen die het platteland ondervond van de industrialisering en de uitbreiding van het spoorwegnet. Fysieke mobiliteit, de mogelijkheid om je snel en over grote afstanden te kunnen verplaatsen, werkte sociale mobiliteit in de hand. In de stabiele wereld van de eerste helft van de negentiende eeuw had de eenvoudige steenhouwer Jude niet eens durven dromen van een wetenschappelijke carrière. En ironisch genoeg zou hij dan een stuk beter af zijn geweest.”

Wat was de grootste moeilijkheid bij de bewerking van 'Jude the Obscure' tot een speelfilm?

“Ik zou bijna zeggen: de unhappy ending - financiers hebben nu eenmaal weinig vertrouwen in de commerciële vooruitzichten van een verhaal dat eindigt met twee geestelijk en lichamelijk gebroken hoofdpersonen. Gelukkig hebben mijn scenarist Hossein Amini en ik nauwelijks concessies hoeven doen; de film laat alleen niet zien dat Jude sterft.

“Een veel grotere uitdaging was de reikwijdte van de roman. Jude beslaat meer dan twintig jaar en wemelt van de huwelijken, geboortes en sterfgevallen. Hoe vertel je zo'n verhaal economisch, hoe voorkom je dat het een melodrama wordt waarin iedere scène gekenmerkt wordt door een veelzeggend of anderszins dramatisch evenement? Onze oplossing was om een aantal opvallende gebeurtenissen niet in de film te tonen; we wilden de indruk geven dat het leven tussen de verschillende delen van de film gewoon doorging. Daarin volgden we het voorbeeld van Hardy: ook hij laat tussen de afzonderlijke hoofdstukken veel weg. De lezer moet het verhaal verder invullen. Dat maakt Hardy ook zo modern.”

'Jude the Obscure' is ook seksueel een suggestieve roman, maar de film maakt de seksualiteit expliciet. Is dat een concessie aan de wensen van het moderne bioscooppubliek?

“Wie Jude wil verfilmen, moet de erotiek niet wegmoffelen. Het verhaal draait voor een belangrijk deel om de seksuele relaties tussen Jude en Sue en hun rivalen in de liefde en het huwelijk. Ik wilde me niet conformeren aan de regels van de kostuumfilm die voorschrijven dat seks hoogstens symbolisch getoond mag worden. Als Hardy zijn verhaal veertig jaar later had geschreven, zou Jude net zo seksueel expliciet zijn geweest als Sons and Lovers. Hardy kon in zijn tijd nog geen D.H. Lawrence zijn, maar hij was vrijmoedig genoeg. Bij verschijning in 1896 schokte Jude de critici; 'Jude the Obscene' werd het genoemd.”

De liefde is een van de belangrijkste thema's in 'Jude'. Beschouwt u Hardy als een romantisch schrijver?

“Er is geen groter romanticus dan Thomas Hardy. Niemand heeft zulke overweldigende gepassioneerde verhoudingen tussen mannen en vrouwen beschreven als hij. Maar het knappe van zijn boeken is dat ze nooit alleen maar liefdesverhalen zijn; ze gaan ook over de andere grote kwesties van het leven: misdaad en straf, trouw en verraad, toeval en noodlot. Jude is misschien wel allereerst een boek over idealisme en teleurstelling.”

Hardy's Wessex-romans zijn sterk geworteld in de geografie van Zuidwest-Engeland, maar de film is voor het grootste gedeelte opgenomen in Yorkshire, Durham en Schotland. Waarom?

“Een praktische reden was dat de landschappen tussen Oxford en Shaftesbury niet onbedorven genoeg waren voor de breedbeeldopnamen die wij voor ogen hadden. En dus zochten we naar locaties in ongerepter streken die de sfeer ademden van de roman. We kwamen uit in Noord-Engeland, wat nog een ander voordeel had: zowel de hoofdrolspeler, Christopher Eccleston, als ik zijn geboren noorderlingen. Het filmt veel makkelijker als je vertrouwd bent met de omgeving.”

Michael Winterbottom is duidelijk verknocht aan zijn streek. De drie films die de afgelopen anderhalf jaar van hem in première gingen, zijn allemaal opgenomen in het schrale, arme en vooral regenachtige gebied tussen Blackburn en Edinburgh. Het is de natuurlijke omgeving van de personages uit de arbeidersklasse wier verhalen hij vertelt: Jude en Sue in Jude, Eunice en Miriam in Butterfly Kiss, de bouwvakker Nick en de serveerster Karen in Go Now. Is Winterbottom de chroniqueur van de Britse arbeidersklasse?

“Nee, dat is Ken Loach (de regisseur van Hidden Agenda, Riff Raff en Raining Stones, PS). Ik zoek niet bewust naar arbeidersverhalen, maar ik merk dat ik me meer op mijn gemak voel in de wereld van de arbeidersklasse - alleen al doordat ik er zelf uit afkomstig ben. Ik hou van personages die direct zijn, die zeggen wat ze bedoelen en die worstelen met praktische problemen. Ik behandel liever de vraag 'hoe knopen we de eindjes aan elkaar?' dan: 'zijn we eigenlijk wel gelukkig?'. Het is moeilijk om interessante verhalen te vinden die zich afspelen in de hogere klassen. En als ze te vinden waren, dan zou ik waarschijnlijk het gevoel voor nuance en detail missen om ze te verfilmen. Geef mij maar Thomas Hardy. Zijn wereld herken ik, zijn personages zouden mijn vrienden kunnen zijn.

“Overigens gaat mijn nieuwe speelfilm, Sarajevo, over een televisiejournalist - definitely middle class. Het is een poging om te laten zien hoe het mogelijk was dat Europa zich zo weinig aantrok van de ellende in Bosnië; hoe er niets gebeurde terwijl de televisie ons elke dag nieuwe gruwelijkheden voorschotelde.”

Bent u een sociaal-politiek geëngageerd filmer, zoals Ken Loach of Mike Leigh?

“Dat soort etiketten krijg ik niet graag opgeplakt. Als je een film maakt over de arbeidersklasse ben je niet automatisch politiek geëngageerd, zoals je ook niet maatschappelijk geëngageerd hoeft te zijn om een film over MS te maken. En nogmaals: Go Now is in de eerste plaats een liefdesverhaal; Nick had net zo goed kanker kunnen hebben, of aids. Mijn enige film met een duidelijke politieke agenda is Sarajevo, maar zelfs die heb ik gemaakt uit persoonlijke motieven. Toen ik klein was dacht ik altijd dat àls er oorlog zou komen in Europa, ik dan mee zou moeten vechten. Maar nu was er een, en zat ik rustig in Engeland en kon ik net als ieder ander gemakkelijk wegzappen.”

Uw films vóór 'Sarajevo' zijn vast geworteld in het Engelse landschap en de Engelse samenleving. Beschouwt u zichzelf als een typisch Britse filmer?

“Natuurlijk kun je mijn films niet los zien van de cultuur die me gevormd heeft. Ik groeide in de jaren zestig op met de komedies en documentaires van Karel Reisz en Lindsay Anderson, en ik keek graag naar de docudrama's die Ken Loach maakte voor de televisie. Maar toen ik ging studeren, kreeg ik weer andere favorieten: de Franse Nouvelle vague-regisseurs en vooral de Duitse filmers uit de jaren zeventig - niet typisch Brits dus. Ik geloof ook niet dat Engeland een duidelijke cinematografische traditie heeft; daarvoor zijn en worden er te weinig Engelse films gemaakt. Iedere regisseur barst uit zijn voegen van de invloeden; mijn films beschouw ik als amalgamen, met een Britse glans. Ik noem mezelf liever een Europese filmer dan een specifiek Engelse.”

De afgelopen twee jaar hebt u zeer uiteenlopende films gemaakt: een roadmovie, een 'weepie', een literatuurverfilming en een oorlogsdrama. Wilt u een soort Stanley Kubrick zijn, een regisseur die probeert te excelleren in alle mogelijke genres?

“Een Stanley Kubrick, dat lijkt me niet gek. Maar ik doe niet echt aan carrièreplanning: ik zeg nu eenmaal geen nee tegen een goed verhaal, in welk genre dan ook. Je kunt je daarover verwonderen, want de meeste regisseurs die ik bewonder - Ken Loach, Mike Leigh, Ingmar Bergman - houden vast aan een bepaalde stijl en een bepaald patroon. Als ik ben uitgefilmd, zal er nogal wat verschillend werk op mijn naam staan. Het zou mooi zijn als je dan achteraf de rode draad kan aanwijzen; als het publiek bij je films zegt: dit is typisch Winterbottom. Maar het hoeft van mij niet. Ik weet toch al wat de rode draad is: mijn eigen zwalkende smaak.”

'Jude' van Michael Winterbottom (met Christopher Eccleston en Kate Winslet) draait in bioscopen in de grote steden. 'Go Now' is op 15 okt (17u) en 18 okt (15u30 en 23u) in Gent te zien tijdens het Internationaal Filmfestival van Vlaanderen. 'Butterfly Kiss' is te huur in de cultvideotheek.